VU Magazine 1984 - pagina 364
houding tegenover die daad tot uitdrukking is gebracht — reden waarom Diekstra en Kuitert dat woord n/ef gebruiken en vervangen hebben door,,suïcide" en/of,,zelfdoding" — houdt Jeroen Brouwers het op ,,zelfmoord". Hij meent namelijk dat juist het zoeken naar eufemismen het taboe rondom zelfmoord in taalkundige zin in stand houdt. ,,Zelfdoding" is zo'n blijk van taalinfiatie, aldus Brouwers, ,.ontstaan uit de merkwaardige manie van onze dagen om de dingen anders te benoemen dan zoals ze benoemd dienen te worden, — de manie van het door middel van gasachtige taal te willen suggereren dat dingen die 'heel erg' zijn 'eigenlijk niet zo erg' zijn als je ze maar anders noemt", en dat dan vanuit een zekere 'fijngevoeligheid' die echter ,,in niets anders zijn oorsprong vindt dan in; angstvoor het taboe." ,, l/V/e iemand met voorbedachten rade om het leven brengt, begaat een moord, en niet een,,doding"; wie zichzelf met voorbedachten rade om het leven brengt, begaat een moord op zichzelf: een zelfmoord. Bij moord en zelfmoord gaat het om de voorbedachtheid, zonder welke een moord niet een moord, en een zelfmoord niet een zelfmoord is." Een volstrekt logische redenering, zij 't dat Brouwers daarmee voorbijgaat aan het effect dat de negatieve lading van het woord meebrengt, zoals Diekstra bij voorbeeld aanvoert in de inleiding van zijn ,,Oversu/c/c/e" uit '81: ,,Deze woorden (zelfmoord en zelfmoordpoging-gjp) immers hebben een duidelijke criminele en moreelafwijzende betekenis en passen meer in een periode, waarin de als zodanig aangeduide gedragingen wettelijk strafbaar werden gesteld, dan in de huidige tijd, waarin dit niet meer het geval is." Ook Diekstra acht de term ,,zelfdoding" echtereen mindercorrect alternatief.
Jeroen Brouwers: 'gasachtige taal'
Opmerkelijk is, dat ondanks dit fundamentele verschil in benoeming Diekstra, Kuitert én Brouwers in wezen hetzelfde voorstaan: het taboe doorbreken dat ,,zelfmoord" wordt genoemd en het verschijnsel als zodanig uit de wat sinistere sfeer halen en te,,normaliseren". Voor Brouwers mag men dat concluderen uit zijn instemming met de opvatting van Belle van Zuyien die ergens tussen 1740 en 1805 in ,,Rebels en beminnelijk" schreet ,,lk heb net zo over het leven nagedacht als zij, maar ten slotte overwoog ik dat ik er een eind aan zou kunnen maken, als het mij inderdaad ondraaglijk werd en dat klagen erover zonder er een eind aan te maken de ontdekking was van een zwakte in mijn gehechtheid eraan of van een overdrijving van mijn geklaag. De ongelukkigen die geen zelfmoord plegen, voeren soms gewetensbezwaren aan, maar ik kan moeilijk geloven dat ze te goeder trouw zijn. Wat nu? Een koning zou zijn onderdanen in de oorlog mogen voeren, maar ik zou geen zelfmoord mogen plegen! En ieders leven zou in ettelijke gevallen afhangen van een of meer anderen, maar niet tot onze eigen beschikking zijn? Ik kan mij dat niet indenken of geloven dat iemand dat zo ernstig neemt. In elk geval, als de zelfmoord een misdaad is, gemor is op zijn minsteen fout..."
een harknekkig voortlevend vooroordeel waarvoor, naar de mening van Kuitert, nergens in de Bijbel de vermeende fundamenten zijn te vinden. Toch heeft juist deze opvatting eeuwenlang de kijk van christenen (en n;ef-christenen) op suïcide bepaald, al kwam het verschijnsel natuurlijk ook in christelijke kringen veelvuldig voor. Zo komen in Jeroen Brouwers" panopticum van ,,sc/ir;yVers-zelfmoordenaars" vanzelfsprekend ook Frangois Haverschmidten Hein de Bruin aan de orde. De hervormde predikant Haverschmidt, alias de studentikoos-neerslachtige dichter Piet Paaltjens, hing zich op na een leven lang te hebben geworsteld met zijn ,,worgengel". een einde waarop hij in menige preek preludeerde en waarvan iedereen in zijn laatste gemeente, Schiedam, dan ook het fijne wist. Nochtans werd in de herdenkingsartikelen iedere toespeling op de zelfmoord angstvallig vermeden en volgde ,,een nette, christelijke begrafenis, waarbij alle dominees de baar van hun overleden confrater volgden", zoals Brouwers dit laatste eerbetoon omschrijft. De reden daarvan is voor hem zonneklaar: ,,Z0 werd de barst in het zelfmoordtaboe, die was veroorzaakt door de zelfmoord van dominee Haverschmidt, met schijnheiligheid en zwijgzaamheid weer dichtgesmeerd en onzichtbaar gemaakt — zoals het altijd was geweest." Zelfmoord, een doodzonde, die de deur tot eeuwig zieleheil definitief doet dichtslaan; dat was en is de teneur binnen tal van christelijke groeperingen. Het blijkt echter een opvatting die Kuitert tot op het been uiteenrafelt en waarin hij desondanks geen grond van waarheid vindt.
Worgengel
Geloofshelden
,,Zelfmoord (is) onchristelijk", schreef schrijver Jacob Hiegentlich, die in één van de eerste oorlogsdagen van '40 zelf voor de dood koos. Het is de kern van
Tussen Achitofel (de eerste) en Judas (de laatste) worden in de bijbel nogal wat zelfmoordenaars ten tonele gevoerd.
Gemor
298
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984
VU-Magazine | 536 Pagina's