VU Magazine 1984 - pagina 227
en de groeten van Sandino..
Delegaties Anthony Quainton, de ambassadeur van de Verenigde Staten in Nicaragua, klaagde onlangs dat hij zoveel tijd kwijt is aan het ontvangen van delegaties; gemiddeld één Amerikaanse delegatie per dag, nog afgezien van de talloze delegaties die uit andere landen afkomstig zijn en met hem willen spreken. Het Baptistenseminarie, waar ik werk, is maar een piepkletn instituut, maar ook wij worden bijna wekelijks vereerd met hoog bezoek uit het buitenland. En als je de kranten leest lijkt het wel of de Nicaraguaanse regeringsleiders niet veel meer doen dan het ontvangen van delegaties, van christenen, intellektuelen, politici, mensenrechten-deskundigen, moeders, technici en VIPs, overal vandaan, maar vooral uit de Verenigde Staten en WestEuropa. Sommige delegaties hebben een specifiek doel: het opzetten of evalueren van samenwerkingsprojekten, het bestuderen van een bepaalde sektor van de Nicaraguaanse samenleving of het verzamelen van informatie ten behoeve van solidariteitscampagnes in het land van herkomst. Andere delegaties hebben een wat algemener karakter, ze willen solidariteit met Nicaragua uitdrukken of zich oriënteren over de situatie in het land. Wat ook het doel van de bezoeken mag zijn, de delegaties worden vrijwel zonder uitzondering uiterst gastvrij ontvangen door de Nicaraguanen. In dit land waar het openbaar vervoer dermate rampzalig is dat het een westers voorstellingsvermogen te boven
vu-Magazine 13 (1984) 5 mei 1984
gaat, worden de delegaties in elegante busjes rondgereden; in de beste hotels worden ze ondergebracht en als een delegatie ergens onaangekondigd komt binnenvallen, worden vaak de dagelijkse werkzaamheden gestaakt om de bezoek(st)ers te woord te staan. Ik blijf mij verbazen over de hartelijkheid en oprechtheid waarmee de Nica's steeds opnieuw op alle vragen van de buitenlanders ingaan, hoe ze bereid zijn om steeds opnieuw hetzelfde verhaal te vertellen. Toch begint hier in bepaalde kringen het besef door te dringen dat het zo niet door kan gaan, dat de druk van de delegaties op de ekonomie van het land te groot wordt, dat hét ontvangen van al die mensen te veel tijd kost, die afgaat van de gewone aktiviteiten. Anderzijds is men zich zeer sterk bewust van het belang van de missies: een positief rapport van een delegatie van de EG kan nieuwe hulpprojekten opleveren, een lovend verhaal van een delegatie van het Europees parlement of de Wereldraad van Kerken vijzelt het kwetsbare internationale prestige van Nicaragua aanzienlijk op, terwijl een goede indruk bij al die honderden, misschien inmiddels al duizenden Amerikanen toch op den duur invloed zal moeten hebben op het beleid van flona/dfleagan. Erblijft geen andere keus dan het zo goed mogelijk ontvangen van de eindeloze stroom buitenlandse gasten.
Soms is dat niet moeilijk. Erzijn mensen die zich uitstekend voorbereid hebben, Spaans geleerd hebben en zich snel in de Nicaraguaanse situatie kunnen inleven. Mensen die geen hoge eisen stellen aan huisvesting en voeding, begrip hebben voor de tekorten en de steeds wisselende afspraken. Sommigen hebben indrukwekkende donaties bij zich, velen weten zichzelf snel te redden en werken in de twee, drie weken dat ze hier zijn keihard om zoveel mogelijk rendement uit hun bezoek te halen. In gesprekken met hen kun je verder komen dan de stereotiepe vragen. Het is hartverwarmend te zien hoe mensen overal vandaan zich inspannen om konkreet vorm te geven aan hun solidariteit. Maar er zijn ook andere delegaties. Mensen die hier komen en precies hetzelfde programma afleggen als al die voorgaande delegaties, met de obligate bezoeken aan de oppositiekrant ,,La Prensa "en tie FSLN-krant „Barricada ", aan de sandinistische vakbond CSTen zijn tegenvoeter C7A/, natuurlijk een ontmoeting meteen liefst zo hoog mogelijke autoriteit van het FSLN en met de conservatieve aartsbisschop Obando y Bravo. Tegenwoordig is een bezoek aan de frontstad Jalapa of aan één van de nieuwe Indianen-nederzettingen verplichte kost. Het is gênant te zien hoe de ene delegatie na de andere hetzelfde programma afwerkt, een fraai rapport schrijft, dat kennelijk alleen interessant is voor de eigen achterban, want elke volgende delegatie begint weer van voren af aan. Padre Uriel Molina, direkteur van het Oecumenisch Centrum ,,Antonio Valdivieso"en zeer geliefd doelwit van delegaties uitchristelijke kringen, kon zich laatst in een mis ter gelegenheid van het bezoek van dertig Westduitse theologen en pastores niet meer inhouden. Vertwijfeld vroeg hij zich af wat ze hiertoch kwamen doen, terwijl hij twee, drie maanden geleden nog in Zwitserland, Nederland en West-Duitsland was geweest om alles uit te leggen en terwijl toch de Wereldraad van Kerken een uitstekend rapport over Nicaragua op brede schaal verspreid heeft. Maar een paar dagen later zag ik hem al weer onvermoeibaar en energiek in gesprek met een Italiaanse delegatie.
Toch blijft er iets scheef zitten. Een Nederlandse missie van vijf blanke midden-klasse heren die hier de situatie van de mensenrechten komt bestuderen, alsof de samenstelling van de delegatie niet glashard weerspiegelt dat het met de mensenrechten (d.w.z. de rechten van mensen als vrouwen, zwarten, werklozen, gastarbeiders, jongeren en zo kan ik nog wel even doorgaan) in Nederland ondanks alle mooie woorden over demokratie en persvrijheid grondig mis is. Alleen al de hoop tijdens een bezoek van drie, vier (!) dagen inzicht te kunnen krijgen in de uiterst gecompliceerde Nicaraguaanse situatie getuigt van een treurig gebrek aan kennis over en ervaring met die situatie en van een grenzeloze zelfoverschatting. Het schrijnendst vind ik echter de uitlatingen van enkele leden van een basisgroep die erover dachten naar Nicaragua te komen om zich te laten inspireren door de spiritualiteit van de basisgemeenschappen om zo de solidariteitsakties in Nederland te kunnen volhouden. Nadat in de zestiende en zeventiende eeuw metalen als goud en zilver, in de achttiende en negentiende eeuw produkten van monoculturen als koffie en suiker geroofd werden uit dit arme land, strekt het westen kennelijk nu zijn grijpgrage vingers uit naar de spiritualiteit, vitaliteit en levenszin van de basisgemeenschappen om daarmee eigen leegte, zinloosheid en geestelijke armoede te verhullen. Of de kwetsbare basisgemeenschappen tegen een dergelijke aderlating bestand zijn, lijkt geen punt van overweging. De oude Prediker zei het al: er is niets nieuws onder de zon. Want als immer versluieren de meest edele motieven de bittere werkelijkheid. Ineke Bakker
185
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984
VU-Magazine | 536 Pagina's