Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1984 - pagina 285

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1984 - pagina 285

6 minuten leestijd

gedachte van eeuwig leven voor de enkeling maar een heel klein plaatsje inneemt is de zekerheid onwankelbaar: (psalm 73): al zou mijn vlees en hart bezwijken, mijns 's harten rots en mijn erfdeel is Gods, voor eeuwig, Voleinding betekent: God zal alles in allen zijn. in die woorden gaat het ook over mij. Met het woord ,,opstandingsspiritualiteit" bedoelde prof. Firet dat mensen persoonlijk en met elkaar hun leven oriënteren, op en richten naar, invoegen in dat verhaal van schepping en voleinding. Wat de zin van mijn leven is, kan me ontgaan en ook de zin van mijn sterven (als die er al is, maar die zal me altijd verborgen blijven). Maar onwankelbaar is de belofte dat leven en sterven mij niet zullen scheiden van de liefde van God. Om het enigermate voorstelbaar, mededeelbaar en bespreekbaar te maken ontwerpt de mens, die op God hoopt, een code waarin hij dat kan uitdrukken. In de Bijbel komen we verschillende coderingen van de hoop tegen (het feestmaal op de berg Zion, de nieuwe aarde, het bruiloftsmaal van het Lam, het nieuwe Jeruzalem, de eeuwige Sabbath, en de Hemel, waarin de gezaligden leven bij God). Het zijn allemaal beelden, maar daarin is de hoop gecodeerd. Het zijn beelden van een werkelijkheid, die ons begrip en ons voorstellingsvermogen oneindig te boven gaat. We hebben geen code waarin we het eens en voor altijd ten volle kunnen uitdrukken. Dat moeten we goed beseffen, anders lopen we het gevaar dat we een code gaan canoniseren, dat we een voorstelling normatief gaan maken, zoals vaak gebeurt. Als voorbeeld van een code noemde prof. Firet de liederen van de politieke bevrijding. En geloof in de Opstanding drukken ze dan wel uit in termen van opstandigheid. Dat is legitiem. Ook de bijbel geeft daar wel heel krasse voorbeelden van. Maar dat betekent niet dat een geheel andere code geen rechten zou hebben, bij voorbeeld liederen van het verlangen in het eeuwig met God te zijn, te wandelen in het licht met Jezus. Hij waarschuwde er voor de codes tegen elkaar uit te spelen. Ze hebben elk hun waarde en zeggen iets van het onvoorstelbare geheim. Belangrijk is dat we niet vanuit de ene code de andere code ongeldig gaan verklaren. Veel christenen menen dat nu in deze tijd de code bestaat in termen van gerechtigheid, vrede of solidariteit. Dat zou kunnen, mits het dan wel daadwerkelijke dienst aan de gerechtigheid is en echt vrede stichten en metterdaad solidair zijn. ,,Ten

VU-Magazine13(1984)6juni1984

Mgr. J. F. Lescrauwaet

slotte, wat u zicii erbij voorstelt, welke code iemand kiest, dat is secundair", zei prof, Firet. ,,Wij zullen altijd met de Heer wezen, want de Schepper is de Voleinder. Dat is 't hele verhaal". DISCUSSIE Het VU-gebouw biedt de mogelijkheid •voor een groot gezelschap om in tal van kleinere discussiegroepen met elkaar van gedachten te wisselen. Ook op deze dag van de Theologische Faculteit gebeurde dat weer. De aantekeningen van de 30 groepen getuigen van de bonte hoeveelheid vragen en opvattingen, die bij de aanwezigen leven. Slechts een zwakke afspiegeling daarvan kon naar voren komen in de afsluitende plenaire forum-discussie. Op het podium zaten behalve de beide inleiders van de ochtend, mevrouw prof. dr. J. C. Schreuder(VU) en mgr. J. F. Lescrauwaet, hulpbisschop van het bisdom Haarlem. Dat het tot scherpe discussies kwam, kan niet gezegd worden. Overheersend was de neiging om verschillen van opvatting verdraagzaam naast elkaar uit te stallen. En — zoals altijd wanneer het gaat over het hiernamaals — er is veel gelachen, niet het minst wanneer de stervelingen op het podium moesten bekennen ergens geen antwoord op te weten, ,,'t Spijt me dat hier zoveel mensen zitten, die niets weten", verzuchtte tot niet geringe vrolijkheid van dezaal, prof. dr. K, U. Gabler(VU). De volgende vragen kwamen achtereenvolgens aan de orde:

,,Watiktedoenheb, moet ik hier en nu doen"

1. Ik wil graag in het hiernamaals geloven, maar ik kan het niet. 2. Zijn eigenlijk alle codes geoorloofd? Moetje in het hiernamaals geloven? 3. Wie gaat naar de overkant. Wie zal ik daar terugzien? is de voorstelling van reïncarnatie bijbels? 4. Wat betekent het geloof in het hiernamaals voor het heden (sociaal engagement), voor onze ethiek? Prof. Schreuder waarschuwde om over deze dingen nooit bij het spreken uit het oog te verliezen dat er altijd mensen zijn die met de dood voor ogen leven, de stervenden. Ze vertelde ook dat onderzoeken niet uitwijzen dat het geloof in het hiernamaals mensen makkelijker doet sterven, al zijn er uiteraard bij wie dit wel het geval is. Het heeft ook te maken met de houding van de omstanders. Eenzaamheid bemoeilijkt sterven. Het is moeilijk om je geborgen te weten in de liefde van God als er geen mensen om je heen zijn, die dat ook laten zien. En verder stelde ze dat zij persoonlijk niets ervan geloofde dat als je werkelijk hoopt op het Rijk van gerechtigheid en vrede, je hier op aarde zou kunnen gaan stilzitten. Ik kan me dat helemaal nietvoorstellen. Drs. Montsma was het met haar eens. Maar een heel ander verhaal is, zo zei hij, dat er mensen zijn, die maar één vorm van politiek engagement erkennen en die zeggen: als je daar niet aan meedoet, dan hoor je er niet bij. Erzijn veel meer vormen van politiek engagement. Mgr. Lescrauwaet stelde zich voor met o.a. een citaat van Buber: ,Jk weet niets van de dood, maar ik weet dat God de eeuwigheid is en ik weet ook nog dat hij mijn God is." Hij legde de nadruk op de wederkerigheid in de relatie met God de Vader en met Jezus Christus. Uit het vele wat gezegd is in de forumdiscussie (een uitgebreider verslag van de thema-dag verschijnt in de vorm van een boekje te verkrijgen bij de VU-vereniging) ten slotte nog een uitspraak van prof. Firet. Menigeen was het die dag al opgevallen dat hij het woord ,,hiernamaals" in het geheel nietgebruikte. Hij bleek dat inderdaad een lelijk woord te vinden. Zoiets als: de overkant. ,,lk spreek liever met de belijdenis: ik geloof dat niets mij kan scheiden van de liefde van God." Ook de dood kan dat niet, en het was prof. Firet wél, als men zegt: dat is 't hiernamaals. ,,God laat mij in eeuwigheid niet vallen. En hoe dat er uitziet? Afwachten maar, zou ik zeggen." (BvK)

239

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's

VU Magazine 1984 - pagina 285

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's