Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1984 - pagina 338

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1984 - pagina 338

6 minuten leestijd

bewapening zou moeten inhouden verschilt statistisch gezien niet. Betekent dit nu dat er ten aanzien van de atoombewapening geen onderscheid tussen gereformeerd en gereformeerd gemaakt hoeft te worden? Misschien, maar zeker is dit allerminst. Ten eerste omdat dit een onderzoek uit 1979 betreft, en het niet onwaarschijnlijk is dat er juist ten aanzien van dit punt één en ander veranderd kan zijn. Ten tweede omdat de uitspraak: ,,de kerk moet volledig afwijzend spreken over de atoombewapening" tamelijk vaag is. Mag er in een dergelijk spreken bij voorbeeld een duidelijke verwijzing voorkomen naar een bepaald type wapen, of moet slechts een algemene intentie worden aangegeven? Kruisraketten Ook de uitspraken over atoombewapening die in het NKO aan de ondervraagden zijn voorgelegd zijn niet erg specifiek. De interpretatie die door Peelen aan deze uitspraken wordt gegeven laat o.i. dan ook te wensen over. In het artikel worden de uitspraken ,,vertaald" naar een voor of tegen plaatsing van kruisraketten in Nederland. Nemen we als voorbeeld de vierde uitspraak. Deze luidde:,,Nederland moet ernaar streven dat de NAVO haar atoombewapening versterkt om vanuit een gunstige positie met de Sovjetunie te kunnen onderhandelen." In de uitspraak wordt gesproken over ,,atoombewapening", niet over kruisraketten. Het is denkbaar dat een gedeelte van de ondervraagden bij het horen van determ ,,atoombewapening" gedacht heeft aan hetwel of niet plaatsen van kruisraketten, zeker is dit echter niet. Daarbij komt dat de uitspraak niet alleen betrekking heeft op een voor of tegen atoombewapening zijn, maarevenzeeropde houding van de ondervraagde ten opzichte van de NAVO en in mindere mate ook de Sovjet-Unie. Men kan het met de uitspraak eenszijn, zonder kruisraketten op Nederlands grondgebied te wensen. Ook kan men het met de uitspraak oneens zijn en toch geen bezwaar hebben tegen plaatsing van kruisraketten in Nederland. Zo stelde bij voorbeeld Ministervan den Broek in een interview met Vrij Nederland (VN 15 oktober 1983), dat de plaatsing van kruisraketten niet gezien moest worden als een versterking, maar als een vervanging. Bij opinie-onderzoek heeft de formulering van de vragen grote invloed op de antwoorden die men krijgt. Naast de formulering van de vragen spelen ook andere factoren een rol, zoals de per-

276

soon van de interviewer, de stijl van ondervragen en het al dan niet aanwezig zijn van derden bij een vraaggesprek. Het valt lang niet altijd mee om de,,mening van de ondervraagde" op papierte krijgen. Opinie-onderzoek kan zeer waardevol zijn, mitsopdejuiste wijze uitgevoerd en geïnterpreteerd. Bij het bekijken ervan doet men er goed aan zich minstens af te vragen: opwelkemensen heeft hetonderzoek betrekking, zijn de resultaten statistisch betrouwbaar en welke vragen zijn er precies gesteld? Met behulp van het in VU-Magazine gerapporteerde onderzoek kan de ,,representativiteitsvraag" als het gaat om de mening van de leden van de Gereformeerde Kerken in Nederland overplaatsing van kruisraketten in eik geval niet bevestigend worden beantwoord. Tom van Dijk en John Faasse Student-assistenten politicologie Nachrift Gert J. Peelen Tom van Dijk en John Faasse hebben helemaal gelijk. Gereformeerden van zeer uiteenlopende pluimage zijn op één hoop gegooid, als gevolg van de vraagstelling in het onderzoek waarvan ik de resultaten in het bewuste artikel gebruikte. Het niet vermelden van deze omstandigheid heeft tot gevolg gehad dat die resultaten een wat vertekend beeld opleveren van leden van de Gereformeerde Kerken in Nederland. En dat is jammer omdatdie gereformeerden door onwetende andersdenkenden al zo vaak hebbelijkheden en onhebbelijkheden krijgen toegedicht die ze in werkelijkheid niet bezitten. Aan de strekking van mijn betoog doet dit echter niets af in zoverre, dat leden van de Gereformeerde Kerken in Nederland zich in de regel wat,,orthodoxer" opstellen in kerkelijke én maatschappelijke aangelegenheden dan hervormden en katholieken, zoals Van Dijk en Faasse, zelf ook stellen. En het ging mij in hoofdzaak om die constatering, toegespitst op kernbewapening: ook deze gereformeerden steHen zich gemiddeld wat,,havikachtiger" op in vergelijking totonkerkelijken, katholieken en hervormden. De kritiek op mijn interpretatie van de vierde uitspraak deel ik echter in mindere mate: het plaatsen van kruisraketten kan met de beste wil van de wereld toch niet anders gezien worden dan als een versterking van de atoombewapening, al dan nietverricht met de intentie om een gunstiger uitgangspositie in de onderhandelingen met de Sovjet-U nie te verwerven.

Rectificatie Het VU-magazine — waarvan ik overigens een trouw en geïnteresseerd lezer ben — bevatte in zijn 13e jaargang nr. 5 (mei 1984) op biz. 194 een voor de Christelijke Academie voor de Journalistiek te Kampen buitengewoon grievende onwaarheid. Het betreft de tweede volzin onder de kop ,Plan voor,homostudies' aan de VU'; ,,Aan de Christelijke Academie voor de Journalistiek in Kampen kan een capabele docente van het eerste uur geen adjunct-directrice worden wanneer bepaalde informatie van persoonlijke aard het bestuur bereikt." Dit valse gerucht, voor het eerst opgedoken in de Volkskrant van 7 juli 1983, maar daarin terstond weerlegd door de secretaris van ons bestuur, blijkt een hardnekkig leven te leiden. Indien de gepaste voorzorg in acht genomen zou zijn om dit gerucht af te checken, zou het volgende gebleken zijn: 1. In de periode, dat de bedoelde capabele docente aan onze Academie werkzaam was, bestond er geen vacature voor de functie van adjunct-directeur en is er uiteraard geen sprake geweest van daartoe strekkende sollicitaties. 2. Het bestuur was en is in het geheel niet geïnteresseerd bij het soort informaties van persoonlijke aard, waarop kennelijk gedoeld wordt. 3. Zouden dergelijke informaties het bestuur bereiken, dan legt het bestuur die naast zich neer. inmiddels is de naam van onze Academie door het VU-magazine danig besmeurd. Namens het bestuur verzoek ik u dringend om een loyale rectificatie. Drs. M.Geerink Bakker voorzitter Naschrift redactie Die krijgt het bestuur van de Chr. Academie voor de Journalistiek hierbij. De toedracht van het gebeurde in Kampen blijkt inderdaad niet te zijn geweest ais gemeld in het meinummer van VU-Magazine. Ais een voorbeeld van discriminatie van homosexuelen had dit niet mogen worden genoemd. Wat ons als feit werd aangeboden, blijkt niet meer te zijn dan een veronderstelling gebaseerd op een roddel voorafgaande aan wat mogelijk een sollicitatie-procedure had kunnen worden. Onze verontschuldigingen dat wij deze melding niet met wantrouwen hebben bekeken, temeer daar het bestuursstandpunt van de Academie zuiver is: in informatie over de sexuele geaardheid van sollicitanten is het bestuur niet geïnteresseerd.

vu-Magazine 13(1984) 7 juli/augustus 1984

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's

VU Magazine 1984 - pagina 338

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's