VU Magazine 1984 - pagina 240
Uit de Hortus
Bittere kruiden 2 door Daan Smit ..Inde tweede maand, op den veertienden dag. in de avondscliemering. zal men het vieren, (des Heren Pascha) met ongezuurde broden en bittere kruiden zal men het eten." (Humeri 9:11) In de eerste bijdrage betreffende bittere kruiden in het vorige nummer werd er reeds op gewezen dat de Joden vele kruidachtige planten voor het paasmaal gebruiken. Deze werden verzameld in het veld, tijdens hun tocht door de woestijn. Zoals eerdergesteld staat het echter geenszinsvastdatalle planten die onder de verzamelnaam bittere kruiden in vroegere dagen en ook nu gebruikt worden, ook ten tijde van de bijbel voor dit doel werden verzameld. Tot een van die soorten behoort ook de veldzu ring (Rumex acetosa) en de schapezuring (Rumex acetocella). Beide hebben een bijzonder groot verspreidingsgebied en maken ook deel uit van onze eigen inheemse flora. Het geslacht flumex, een oude latijnse plantennaam voorzuringdiedoorL/nnaeus als zodanig werd overgenomen, bestaat uit een 200-tal soorten behorend tot de familie der duizendknoopachtigen (Polygonaceae). Het is een cosmopolitisch genus hetgeen betekent dat de verschillende soorten over de gehele wereld verspreid voorkomen, doch met name op het noordelijk halfrond. De soortaanduiding acetosa komt van het latijnse acétum-azijn, en zinspeelt op de zure smaak van de bladeren. Acetocella is daarvan een verkleinwoord.
198
Rumex acetocella is dan ook — althans op het eerste gezicht —een kleinere .uitgave' van Rumex acetosa. Daarnaast verschillen beide ten opzichte van elkaar doordat Rumex acetocella vooral op schrale zand- en arme droge veengronden voorkomt en zich daar enorm kan uitbreiden d.m.v. lange oppervlakkig groeiende wortels, die te pas en te onpas bovengrondse scheuten maken. In vele gevallen trekken zij reeds van verre de aandacht vanwege de opvallende groene, licht- doch vooral dieprode kleur, die grote groepen planten, die als regel slechts 15-20 cm hoog worden (op vochtige plaatsen tot 60 cm), met name gedurende het najaar in het landschap teweegbrengen. De soort behoort dan ook, naast b.v. paardestaart (Equisetum arvense, kvjeeWgras (Agropyron repens), zevenblad (Aegopodium podagraria) e.a., tot de gevreesde uiterst moeilijk uitte roeien wortelonkruiden. Anders is het met de veldzuring. Deze in alle delen veel forsere plant (50-125 cm) vormt geen lange uitlopers, doch vrij compact groeiende pollen. Het is tijdens de voorjaarsmaanden een overbekende plant, die met de boterbloem, hetfluitekruid e.a. de wegbermen zo'n fraai aanzien geven en opvallen doordevele roodtot donkerrood- soms witgroenachtig gekleurde bloempluimen. Beidesoorten komen in hetgehelegematigde en koude gebied van hetnoordelijkenzuidelijk halfrond voor en zijn tweehuizig (mannelijke en vrouwelijke bloemen op verschillende planten), terwijl
- ^ jr'x»,*VY^^*.i^i^^
de bevruchting door de wind plaatsvindt. Kenmerkend voor Rumex acetosa zijn de brede gevleugelde vruchtjes die door wind of dieren worden verspreid; bij Rumex acetocellazijn die vruchtkleppen nietof nauwelijks langer dan de rijpe vrucht. Cultuur Wanneer je aan zuring denkt, associëren ouderen onder ons dat waarschijnlijk met,koeiepoep met vliegen '. Een wat onappetijtelijk visioen vooreen onooglijk, maarlekkerzachtzuur smakend gerecht, dat nog niet zo heel lang geleden door grootmoeders aan hun kleinkinderen als toetje werd opgediend. Hetging hierdan omdevan hun hoofdnerf ontdane bladeren van de veldzuring (Rumex acetosa), die gekookt en met krenten of rozijnen en suikerverrijkt, werden opgediend. Die beeldspraak is zeker niet zomaar uit de lucht gegrepen. Integendeel, want wanneerzuringblad wordt gekookt, krijgt het een bruingroene kleur. De krenten of rozijnen zorgen dan voorde onvermijdelijke aanwezigheid van de op een verse koeievlaai voorkomende vliegen. Alle onzin ten spijt, blijft dit gerecht een lekkernij, net zoals andere spijzen bereid met dit gewas, zoals b.v. zuringsoep, die niette versmaden is. Het is een groente die veel meer waardering en bekendheid moet krijgen dan ze op dit ogenblik heeft. Het kweken van zuring is een fluitje van een cent. In het vroege voorjaar gezaaid, hebben we aan een tiental zaailingen ruimschoots voldoende om naar
behoefte blad te kunnen snijden. Opeen regel, circa30cm uit elkaargeplant, zullen de jonge plantjes zich snel ontwikkelen en kan er reeds na een maandof drie voorde eerste keer geoogst worden. Hierbij gaan we rigoreus te werk, op dezelfde manier als b.v. spinazie wordt geoogst, m.a.w.: het hele gewas, wordt net één cm boven de grond afgesneden. Bij éénjarige planten kan dat tot eind juli nog éénmaal worden herhaald Wordtdatnog een keergedaan, dan lopen de ondergrondsedelen nietmeeruit en sterven de wortels af. Bij overjarige planten kan meerdere malen geoogst worden, ook weer tot eind juli toe. Na iedere snee, ontwikkelt zich weer nieuw blad, dat wanneervolgroeid, wederom geoogst kan worden. De laatste bladontwikkeling wordt niet meergesneden om de plant in staat te stellen zich voldoende te herstellen voor het komend seizoen, zoals dato. a. ook gedaan wordt bij rabarber, een gewas dat trouwens tot dezelfdefamilie behoort. Om mooie gave bladeren te kunnen oogsten is het zaak er terdege op toe te zien dat hetmalse bladmoes nietten offer valt aan de niet aflatende vraatzucht van slakken, die het hierop altijd gemunt schijnen te hebben. Rumex acetosa ..Hortens/s" is een vorm met groter blad, dat speciaal is geselecteerd uit de gewone wilde veldzuring en garant staat voor een overdadige oogst.
VU-Maqazine 13(1984) 5 mei1 gS'i
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984
VU-Magazine | 536 Pagina's