VU Magazine 1984 - pagina 80
te zijn. Het betekent ook niet dat zij tegen crèches is. Ze pleit er wél voor mannen een grotere rol te laten spelen bij de opvoeding. Niet per se de man met wie de moeder (eventueel) een relatie heeft; het mag ook een broer, vriend of andere man zijn. ,,Als mannen betrokken zouden zijn bij tiet ouderscliap, als mannen ook zouden verzorgen en koesteren en moederen, zou je jongens krijgen die opgroeien met meer gevoel voor verbondenheid met
andere mensen, met meer vertrouwen in hun eigen mannelijkheid. Ik wil vrouwen niet van het moederen afhouden, maar ik wil het verbreden in ,ouderen', ik wil vrouw én man erbij betrekken, ik wil ervoor pleiten dat meerdere personen bij het verzorgen worden betrokken zowel voor het welzijn van de moeder als van het kind als ook van de vader."
wacht nog steeds op de prins Nu gaat het natuurlijk vaak niet zo als in sommige mooie feministische theorieën wordt aangegeven. In de praktijk hebben vrouwen die denken een carrière te kunnen combineren met een gezin met kinderen grote problemen. Dat is ook niet zo verwonderlijk, want deze twee zaken vallen ook moeilijk met elkaar in overeenstemming te brengen. In je middagpauze boodschappen doen, zorgen voor kinderopvang en na een zware werkdag ook nog een tijd in de keuken staan. Het is dan ook niet voor niets dat veel vrouwen zich beginnen af te vragen of dit nu wel de juiste weg is. Op deze gevoelens van onvrede wordt door Colette Dowling ingegaan in haar boek ,Het Assepoestercomplex'. Zij meent dat veel vrouwen het liefst verzorgd willen worden en elke verantwoordelijkheid schuwen. Haareigen ervaring staat daarbij model. Na enige jaren voor zichzelf te hebben gezorgd, ging Colette Dowling met een man samenwonen die een goed salaris verdiende. Ze merkte op een gegeven moment dat ze volstrekt van hem afhankelijk was geworden. „Het moment dat zich de gelegenheid voordeed op iemand te leunen, kwam ik niet langer vooruit en kwam ik plotseling tot stilstand. Ik nam niet langer beslissingen, ging nergens meer heen en zag zelfs geen vrienden meer."
Colette Dowling: „assepoester" (Harry Meijer) 62
Dit verschijnsel doet zich bij alle soorten vrouwen voor, al interviewt Dowling alleen blanke middenklassevrouwen. Zodra ze een belangrijke baan hebben of kunnen krijgen, of promotie maken, vertonen ze de neiging zich terug te trekken in het huishouden onder de bescherming van een Man. Dowling verklaart dit verschijnsel met behulp van de opvoeding: vrouwen zijn nu eenmaal opgevoed tot afhankelijke wezens. En dat kunnen ze ook maar beter onderkennen. Want als je voor jezelf toegegeven hebt dat je de afhankelijkheidsbehoefte hebt, dan is het zaak zélf te proberen daarvan af te komen. Een van de aardige dingen aan dit boek is dat veei verhalen zo herkenbaar zijn. Dowling werkt, zoals in zoveel populair-wetenschappelijke Amerikaanse boeken, met praktijkgevallen. Dat maakt het boek allereerst vlot leesbaar, maar door het herken-effect dat veelvuldig optreedt, krijgt het boek bovenal een schijnbaar waarheidsgehalte. Schijnbaar, omdat er op Dowlings onderzoek nogal wat af te dingen valt. Want het feit dat veel vrouwen verkiezen thuis te blijven in plaats van te gaan werken kan ook heel goed een economische oorzaak hebben. De grote (verborgen) werkloosheid onder vrouwen bij voorbeeld. Bovendien vraagt Dowling van vrouwen dat ze hun .afhankelijkheidsprobleem' individueel oplossen. Terwijl uit theorieën als van de hiervoor genoemde Nancy Chodorow inmiddels al duidelijk is geworden dat dat niet zo makkelijk gaat. En ten slotte: veel vrouwen kunnen niet zomaar toegeven aan hun afhankelijkheidsbehoefte omdat ze zich het financieel niet kunnen veroorloven thuis te zitten. Aan die groep gaat Dowling volstrekt voorbij. Alleen de Amerikaanse carrière-vrouwen figureren in haar boek. Desalniettemin is het boek van Dowling toch waardevol omdat zij als een van de eersten de behoefte aan verzorging, intimiteiten afhankelijkheid heeft onderkend. Er zijn echter ook andere analyses en oplossingen mogelijk.
ó
jOi
vu-Magazine 13(1984) 2 februari 1984
=^
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984
VU-Magazine | 536 Pagina's