VU Magazine 1984 - pagina 328
en de groeten van Sandino...
Mythe Het moet er maar eens van komen. Er moet helaas een mooie mythe sneuvelen, want niemand is ermee gediend, als onjuiste informatie over Nicaragua blijft voortleven. Ik ben iedere keer weer verbaasd hoe optimistisch en enthousiast vele Nederlandse christenen spreken over de Nicaraguaanse volkskerken de basisgemeenschappen. Uit hun woorden krijg je de indruk alsof minstens driekwart van het volk aktief is in basisgemeenschappen, die kennelijk een bloeiend leven leiden en kweekplaatsen zijn van nieuwe theologie. Was het maar waar! De illusie van een massale volkskerk is echtertaai. Zelfs theologen die de Nicaraguaanse situatie goed kennen, zoals de Chileen Pablo Richard, die vanuit het buurland Costa Rica regelmatig naar Nicaragua komt om cursussen te geven aan de basisgroepen, laten zich dikwijls door hun enthousiasme meeslepen en spreken vol verve overde theologie van het volk. De Nicaraguaanse mannen en vrouwen uit het gezelschap, die werkelijkmet de ,,basis" werken, zie ik bij zo'n verhaal dan verzuchten: was het maar waar, was de droom die Pablo ons voortekent maar werkelijkheid. Want de realiteit van de basisgemeenschappen is een moeizame. In een grote stad als Managua met haar 800.000 inwoners zijn slechts 254 mensen lid van een basisgemeenschap. Dit getal komt niet uit de koker van anti-christelijke propaganda, maar berust op een eigen telling van de basisgemeenschappen. Natuurlijk zijn er buiten Managua ook basisgroepen. Vooral in en rond Estelien in León is hun kracht groot. Niettemin komen erop
266
de maandelijkse bijeenkomsten in Managuazo'n zestig mensen, uit het hele land. En op een ontmoetingsdag van progressieve christenen „uit stad en land" zijn zo'n duizend mensen aanwezig, onder hen de priesters die ministers-en ambassadeursfunkties bekleden. Bij deze duizend zijn ook vele tientallen protestanten; in de christelijke voorhoede zijn de traditioneel zeer diepe scheidslijnen tussen katholiek en protestant aan het verdwijnen; de zwakke schapen zoeken steun en beschutting bij elkaartegenover de harde en boze realiteit. Deze duizend aanwezigen vallen echter absoluut in het niet bij de zestigduizend gelovigen die aartsbisschap Obando y Bravo op üe been weet te brengen in een charimatisch getinte bijeenkomsttergelegenheid • van zijn vijfentwintigjarig priesterjubileum. Het moet maar eens gezegd worden. De basisgemeenschappen vertegenwoordigen maareen klein deel van de talloze Nicaraguaanse christenen. Ze hebben het momenteel zeer moeilijk. Vele van hun beste leden zijn nadeoverwinning vertrokken naar ministeries, overheidsbedrijven en onderzoeksinstituten. Door hun jarenlange bewustwording en scholing in de basisgemeenschappen vormden zij immers het hoognodige kader, dat onmiddellijk na de 19e juli 1979 aan de slag ging. Zij maken ny lange werkdagen, zijn daarnaast aktief in de vrijwillige burgermilities, in de buurt-en vrouwenorganisaties, gaan twee maanden naar de koffiepluk of worden soms vijf, zes maanden gemobiliseerd in oorlogsgebieden. Bij al dezeaktiviteiten blijft erweinig tijd over voor de basisgemeenschappen, die zo hun beste leden kwijtraakten. Een ander oorzaak van de hui-
I dige moeilijke situatie van de basisgroepen ligt in watje,secularisatie' zou kunnen noemen, in de oorspronkelijke betekenis van het woord. Vele taken, die vroeger door de basisgemeenschappen werden ondernomen, zoals het organiseren van de buurten, hetstrijden voor rechtvaardige prijzen van levensmiddelen, het streven naar een beter openbaar vervoer, worden nu verricht door de overheid of de sandinistische massa-organisaties. De vraag rijstwat het eigene is van hetchristelijkgeloof alsde overheid zoveel mogelijk doet aan onderwijs, gezondheidszorg, voorlichting en sociale aktiviteiten. Vooral veel jongeren vragen zich af of ze niet effektiever hun naaste kunnen dienen in de vaccinatie-campagnes of de koffieplukdan in de vieringen van de basisgemeenschappen, hoe betrokken op de maatschappelijke problematiek die ook mogen zijn. Het antwoord naar het eigene van het geloof wordt slechts stukje bij beetje al vallend en opstaand gevonden. Het mooie is dat het begin van het antwoord lijkt te liggen in het lezen van de oude bijbelverhalen en niet in het a priori formuleren van een theologisch standpunt. De huidigesituatie van angst, dreigingen schaarste doet ons de verhalen over het volk Israel in de woestijn met gespannen aandacht herlezen. Ineens begrijpen we de verleiding om terug te verlangen naarde vleespotten — velen van ons hebben immers ook al lange tijd geen vlees meer gegeten — naar het vertrouwde verleden, al was het een verleden van onderdrukking. Want de toekomst is donker en onzeker, wie weet wat er zal gebeuren. Van Israel leren we dat het volk veertig jaar , consciëntisatie' in de woestijn nodig had vóór het het beloofde land kon binnentreden. Dit verhaal leert ons dat we moeten voltiouden en niet al na vijf jaar moeten verwachten het land overvloeiende van melk en honing te bereiken; het stimuleert onsen geeft ons moed. Heel geliefd is nu ook het verhaal uit Nehemia, waar het volk teruggekeerd uit de ballingschap begint met de herbouw van Jeruzalem. Devijanden willen het echter niet laten begaan beramen een aanval. De mensen verliezen de moed niet: de ene helft bouwt gestaag door aan de muren, de andere helft houdt de wacht. En ieder, die met één hand werkt, houdt in de andere een zwaard. Zo zijn vele Nicaraguaanse boeren nu aan
het zaaien, geweer op de rug. De muur van Jeruzalem kwam gereed, zullen de Nicaraguaanse boeren straks hun rijst en bonen kunnen oogsten? De Israëlieten ervoeren bij de bouw de aanwezigheid van hun God, de Nicaraguanen eveneens in het historisch proces dat het land doormaakt. Zo groeit inderdaad een nieuwe theologie vanuit de praktijk van leven en lezen. Een theologie die levensvatbaar blijktte zijn en een rol wil spelen in het zoeken van LEVEN tegen alle dood in. De kleine kernen van de basisgemeenschappen proberen deze theologie uit te dragen tegen de geweld(dad)ige stroom van door het tjuitenland gefinancierde charismatische propaganda in, tegen de verleiding om te ontsnappen aan de steeds angstiger wordende realiteit in; met alle tekorten aan tijd, papier, pennen en vervoermiddelen en met alle tekortkomingen als gebrek aan moed en eenheid. Dat deze theologie leeft enblijft leven, niet gesmoord in alle valse theologie — geïmporteerd om mensen rustig te houden en vervreemd van hun realiteit — mag wel een wonder heten. Want u moesteens voelen hoe sterk de tegenkrachten zijn: de theologische traditie, de menselijke angst, de menselijke onwetendheid, de massale door het buitenland betaalde ,,evangelisatie"-campagnes die mensen psychisch verwringen. Het is hier, zoals op vele andere terreinen, ook in theologisch opzicht voortdurend een dubbeltje-op-zijn-kant. Blijft de vraag waar die enthousiaste verhalen in Nededand vandaan komen. Ik vermoed dat die enerzijds voortkomen uit hetfeit datdie nieuwe theologie, ook al is zijn nog heel jong en niet meer dan in een beginstadium, wel heel inspirerend en veelbelovend is vanwege haar basis in authentieke geloofservaringen; en anderzijds kan de westerse geloofsarmoede het zich nauwelijks veroorloven deze theologie te zien in al haar zwakheid, want zij lijkt nog één van de weinige inspiratiebronnen voor vele progressieve gelovigen in Europa te zijn. Om te overleven kunnen westerse christenen zich de warmte van deze bron niet laten afnemen; zo warmen zij zich aan een vonkje en denken zich te warmen aan een groot vuur. Ontmytholigiseren was altijd al een pijnlijk proces binnen het christendom.' Ineke Bakker vu-Magazine 13(1984) 7 juli/augustus 1984
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984
VU-Magazine | 536 Pagina's