VU Magazine 1984 - pagina 380
•^s
van de Ciiristeiijke Middeleeuwen. Het heeft toen indirect, onder meer via tiet door de Islam sterk beïnvloede instituut universiteit, een flinke invloed uitgeoefend op het westerse pedagogisch denken. Nu veel moslim-kinderen in West-Europa leven, blijkt dat een belangrijke stimulans te zijn voor moslimpedagogen om over de opvoeding van die kinderen te gaan nadenken. Zo boog de in 1977 in Mekka gehouden Eerste Wereldconferentie over Moslim-Opvoeding zich met name over het normloze karakter van onderwijs en opvoeding in het geseculariseerde westen. Uit een van de verslagen van die conferentie over „ D e crisis in de Moslim-Opvoeding" is het volgende citaat afkomstig: ,,Het zich onttrekken aan huishoudelijke verantwoordelijkheden door het vrouwvolk en schaamteloze make-up en schoonheidsbehandelingen, zijn zeer duidelijk tekenen van heidense onwetendheid. Waar we naties in verval ten onder zien gaan, zien we ook dat het vrouwvolk weigert om thuis te blijven, haar werk te doen, voor het huishouden te zorgen, kinderen te baren en op te voeden. In plaats van haar huis tot een veilige haven voor haar echtgenoot te maken, probeert de vrouw dan haar man te evenaren op de boerderij en in fabrieken, in kantoren en werkplaatsen." Zulke uitspraken illustreren een sterk normatief, pedagogisch denken. Verwildering Het is opvallend dat in het huidige islamitische denken over opvoeding nagenoeg dezelfde zorgen worden geuit als in veel van de populaire Nederlandse opvoedkundige literatuur van zo'n 40 a 50 jaar geleden. Zo worden er zorgen uitgesproken over de genotzucht van jongeren, de verschuivende sexuele moraal, de verderfelijke invloed van massamedia en dergelijke. Dat zijn zaken die in het Nederlandse normatieve pedagogische denken van verschillende richtingen vóór de Tweede Wereldoorlog vaak aan bod kwamen. Ter illustratie daarvan twee voorbeelden. Voor de Gereformeerde Bonden van Jongelingsvereenigingen en Meisjesvereenigingen schreef S. O. Los in 1937 het boek ,,Karaktervorming bij jeugdigen". Hij noteerde in dat boek ondermeer: ,,De tijd waarin wij leven, kenmerkt zich door verwildering van zeden. Daardoor is de branding van het leven gevaarvoller voor den jeugdigen dan ooit te voren. Op godsdienstig gebied keeren velen terug tot het heidendom, met het gezag van ouders en overhe-
314
Taalbarrière is niet de enige handicap (Anefo)
den wordt door anderen gespot, in sommige films en boeken wordt de misdaad verheerlijkt, terwijl er kringen van jeugdigen zijn, die heimelijk zich hebben overgegeven aan drinken, rocken, dobbelen en ontucht." Deze uitspraak van een christelijk auteur zou zo opgenomen kunnen zijn in het verslag van de Eerste Wereld Conferentie over Moslim-Opvoeding. Maar niet alleen orthodox-christelijke auteurs als Los hadden enkele decennia geleden in Nederland zulke sterk normatief bepaalde opvattingen. G. Harmsen attendeerde in zijn studie ,,Blauwe en Rode Jeugd" erop dat in kringen van de niet-godsdienstige/4fbeiders Jeugd Centrale (AJC) gelijksoortige normen werden gehanteerd: ,,Dit blijkt wanneer we nagaan aan de hand van brochures, krantjes en gesprekken, waarop de AJC'er zijn aanvallen richtte: banale praatjes, vloeken en smerige verhalen, prikkellectuur, op straat rondhangen, in rokerige cafés zitten, zwoele dancings bezoeken, zwelgen in de romantiek van Hollywoodfilms, oppervlakkig geflirt, roken, snoepen en drinken, mode en opschik met zijn gebrek aan oorspronkelijkheid, enzovoort." Ook een dergelijk citaat wijst op een stevig normatief pedagogisch denken, waarin de bedoelingen van de opvoeding, het ,,zo behoort er opgevoed te worden", bij voorbaat al vast en zeker niet ter discussie staan. Het is een pedagogisch denken dat duidelijk meer aandacht heeft voor ,,zo behoort de opvoedeling te zijn" dan voor een ,,zo/sdeopvoedeling". Wat dat betreft zijn er zeer grote overeenkomsten te constateren tussen het huidige islamitische pedagogische denken en de pedagogische denkwereld van enige decennia geleden in Nederland. Trouwens, de onderwijzer uit het plattelandsschooltje, die we als voorbeeld ten tonele voerden, is ook sterk normatief bezig door bewust
censuur toe te passen op zaken die zijn leerlingen zijns inziens niet behoeven te weten. Antagonisme Voor een goede doordenking van de situatie waarin islamitische kinderen op Nederlandse scholen verkeren en van de wijze waarop niet-islamitische kinderen op contacten met de Islam kunnen worden voorbereid, is een dialoog tussen moslim en westerse pedagogen gewenst..Pas van daaruit kunnen fundamentele handreikingen worden geboden aan onderwijsgevenden die bij voorbeeld in hun Turkse, Pakistaanse, Marokkaanse leerlingen meer willen zien dan alleen ,,anderstalige" kinderen. Om verschillende redenen zal die dialoog niet eenvoudig zijn. Zo ziet bij voorbeeld het recente pedagogische denken in Nederland een normatieve pedagogiek als een zaak die zo'n veertig jaar geleden nog wel kon, maar nu hopeloos achterhaald is. Ook kunnen politieke en religieuze dogmatische standpuntbepalingen de dialoog in de weg staan. Daarmee is die dialoog echter niet bij voorbaat uitzichtloos. Want, zoals J. Slomp, islamoloog in dienst van de Gereformeerde Kerken in Nederland, schreef: ,,Zowel cultureel — en daar gaat het vooral om bij het onderwijs — als religieus zijn er vele verbindingslijnen tussen West-Europa en de wereld van de Islam. Op die culturele en religieuze dwarsverbindingen is zowel door Europese als moslim-auteurs reeds herhaaldelijk gewezen. De belangrijkste obstakels die zo'n dialoog in de weg staan zijn politiek en religieus antagonisme. Hopelijk zal het inzicht doorbreken dat bij het falen van bedoelde dialoog er nogal wat op het spelkomttestaan." n
vu-Magazine 13 (1984) 8 september 1984
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984
VU-Magazine | 536 Pagina's