VU Magazine 1984 - pagina 400
gemeenschap en je wordt gekozen en beoordeeld als mens en niet op je huidskleur. Maar toch: men vraagt mij wel eens of ik Surinamer ben. Nadat ik verteld heb dat ik Zuidafrikaan ben •verandert de houding van afstand wel eens tot beklaging of apologie." Grote tevredenheid over zijn steungroep (Bloemendaal) steekt Hartney niet onder stoelen of banken: ,,Dat is voor mij een geweldige ervaring. Steun en vriendschap van blanl<en. In die omvang heb ik dat nog nooit meegemaakt. Hun streven is betrokken te raken bij de strijd om bevrijding van Zuid-Afrika op vreedzame wijze. En heel praktisch is het een poging om mij thuis te laten voelen. Mijn heimwee wordt doorbroken door hun vriendschap." Dat het bovenstaande op veel manieren kan, mag blijken uit het feit dat tijdens een bezoek van de schrijver van dit stuk aan Hartney de verse eitjes uit Bloemendaal bij hem op Uilenstede werden bezorgd. Het is duidelijk dat ongecensureerde bibliotheken, de mogelijkheid tot ongebreidelde politieke oriëntatie, het hier vrij kunnen ademhalen in plaats van in de repressieve apartheidssamenleving en een degelijke opleiding betere kansen geeft tegen de superioteit van de blanke Afrikaner. Bepaalde theologische vakken springen er bij de zwarte Zuidafrikanen in populariteit duidelijk uit. Het zijn meestal die vakken die in eigen land een 'blank' stempel dragen en waar de studenten hier op vrije en eigen wijze — binnen de academische kaders — mee kunnen omgaan. Een overzicht van de dissertaties die in Kampen en op de VU verdedigd werden leert dat dogmatiel< geliefd is. Opvallend waren de proefschriften van T. A. Moffoi<eng over een zwarte christologie, van L. R. C. Ntoane, een interpretatie van het calvinisme en Calvijn. Maar ook ef/7/e/c en missiologie zijn populair: Allan Boesak kwam met een sociaal-ethische studie van de zwarte theologie en de black power. J. C. Adonis beschreef de verstrengeling van de zending van de blanke kerk met apartheid vanuit historisch perspectief. Bijbelwetenschappen zijn ondervertegenwoordigd bij de proefschriften die verschenen of op stapel staan. De al eerder genoemde G. D. Cloete met zijn dissertatie over de relatie tussen christologie en soteriologie in het evangelie van Johannes is een uitzondering. Organisatie Met de groei van het aantal studenten en steungroepen kwamen er ook ver-
330
Judlth van Akkeren:,,fondswerving op de laatste plaats"
schilpunten en vragen. De meeste Züidafrikanen gingen naar Kampen, waar het hoofd van het bureau van de Hogeschool, de heer W. C. Veenendaaleen stimulerende rol speelde. Later kwamen ook studenten door toedoen van Prof. Verl<uyl en studentendecaan P. C. Moleveld naar de VU. De VU heeft uit financiële overwegingen, geen promotieplaatsen beschikbaar (al promoveerde Adonis wel degelijk in de aula aan de Boelelaan). Kampen bood die mogelijkheid wel, hoewel dat beleid thans weer is teruggedraaid. De tijd voor gewenning, overbruggende tentamens, doctoraal programma èn het schrijven van een proefschrift werd wel erg lang. En dat had ingrijpende gevolgen, niet alleen op financieel terrein, maar bij voorbeeld ook voor meegekomen kinderen van de predikanten en hun terugkeer naar de apartheidssamen leving. Een ander probleem dat zich aandiende was de vraag wie wel en wie niet naar Nederland kon komen voor een studie. Zowel de Hogeschool als de VU laten zich daarbij leiden door de Belijdende Kring (voorheen Broederkring). Dat is een vereniging van voornamelijk predikanten van de vier naar ras gescheiden Gereformeerde kerken. Zij verzetten zich tegen apartheid
— Insyradikalekeusevirdieswakkeres, die o n g e a g t e s en miskendeshoudieSwartTeologievas een van die mees wesenlike en tegelyk een van die mees verrade eiemente van die g e r e f o r m e e r d e tradisie. (Stelling bij het proefschrift van Allan Boesak)
en streven naar eenwording van die kerken. De Gereformeerde Kerken en de Hervormde Kerk onderhouden hartelijke betrekkingen met de Belijdende Kring. Dat de selectie van studenten voor Nederland door de Belijdende Kring gemaakt wordt is een doorn in het oog van niet alleen de blanke kerk maar ook van de N.G. Kerk in Afrika (voor zwarten). Die kerk is in alle opzichten sterkafhankelijkvan de blanke kerken daardoorzeer conservatief. Een derde punt van zorg waren de verschillen in financiële hulp die geboden werd. De ene predikant kreeg zijn beurs rechtstreeks van zijn institiuut en een ander van zijn steungroep. Voor de één werd een televisie aangesleept, bij een tweede werd de hand al op de knip gehouden bij een noodzakelijke telefoongesprek met Zuid-Afrika. In 1978 was er sprake van een platform dat opgericht zou worden teneinde het beleid van de steungroepen te coördineren. Door grote aarzelingen bij de betrokkenen over de oprichting van nog weer een instituut, kwam het niet van de grond en bleven de contacten beperkt tot persoonlijke initiatieven. In 1982 werd toch, door noodzaak gedreven, het Landelijk Overlegorgaan Steungroepen (LOS) opgericht dat sinds begin van dit jaar als stichting verdergegaan is. De diakonale bureaus van de kerken zijn daar direct bij betrokken en stelden zich garant voor de continuering van de financiële lasten van de overgekomen studenten. Kerken De relatie van de steungroepen met de plaatselijke kerken verschilt van plaats
vu-Magazine 13 (1984) 9 oktober 1£
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984
VU-Magazine | 536 Pagina's