VU Magazine 1984 - pagina 142
Uit de Hortus
Acacia Daan Smit ,,Hij maakte het reukofferaltaar van acaciahout, een el lang en een el breed, vierkanten twee el hoog;..." Exodus 37:25 „Bezaieël maakte de ark van acaciahout..." Exodus 37:1 Van het genus Acacia zijn tot op heden 750 tot 800 soorten bekend, die hun verspreidingsgebied vinden in tropische en subtropische landen met concentraties in Afrika en Australië. De geslachtsnaam Acacia is afgeleid van het G rieks Akakia, een gestekelde boom; de boom die wij in de volksmond .Acacia' noemen is Robinia pseudacacia, en heeft, behalve dat hij tot dezelfde familie behoort, hier niets mee van doen. In Israël zijn slechts een vijftal soorten inheems, waarvan Acacia tortilis ssp. raddiana slechts de enige is die redelijk timmerhout levert. De meeste Acacia-soorten groeien uittotflinke bomen. Er komen zowel bladbehoudende, dus altijd groenblijvende soorten voor, als bladverliezende. Zo'n 300 soorten vormen de voor dit geslacht zo typerende pseudobladeren of bladtakken (phyllocladiën). Dat zijn op bladeren gelijkende takjes, die in het jeugdstadium, in het bijzonder bij zaailingen, goed waarneembaar zijn. Andere soorten zijn voorzien van doornen die soms enorme afmetingen aannemen. Onder hen bevinden zich holle doornen, die van origine dienst deden als steunblad, en die door mieren worden bewoond. /Acacia sphaerocephala enA. spaldicigeraz\\T\ hiervan goede voorbeelden. Als dank voor het onderkomen dat de plant ze in de doornen biedt, houden de
120
mieren de boom vrij van ongedierte. Om een mierenkolonie aan zich te binden, vormt de plant aan het eind van de blaadjes zogenaamde ,mierenbroodjes' (Beltse lichaampjes). Er zijn vele Acacia's die in uiterst ,aride' streken, zoals India en Noord Afrika voorkomen. Om zich tegen het aanvreten door dieren, waarvoor ze veelal het enige voedsel vormen, te beschermen, zijn ze zwaar bedoornd. Desondanks vormen de takken toch een lekkernij voor in het bijzonder kamelen. De uitdrukking ,een tong van schapeleer' is hier zeker van toepassing; de dieren schijnen zich hoegenaamd niet te storen aan de scherpe en vooral harde doornen. In bloei kunnen Acacia's bijzonder fraai zijn. Voorde tuinbouw zijn die soorten belangrijk die als .snijbloem', onderde naam Mimosa, hun weg vinden. De belangrijkste leverancier van deze voorjaarsbode is Acacia dealbata of hybride. De pelvormige vruchten zijn vaak opvallend; in sommige gevallen kunnen ze erg lang worden. Zodra de peulen rijp zijn, barsten ze open. De fraaie, meestal glimmendzwarte zaden die dan zichtbaar worden, zijn dikwijls omgeven door een opvallende oranje of rode,navelstreng' (Aryllus), die ertoe dienen, dieren op hun aanwezigheid opmerkzaam te maken ten behoeve van de verspreiding. Binnen het grote geslacht Acacia zijn er nogal wat soorten die belangrijke produkten leveren en die de bewoners in de gebieden waar ze van nature voorkomen, een goede bron van inkomsten garanderen. Bij sterke wind, die gedurende
de droogteperiodes veelvuldig waait, scheiden takken en stam van Acacia senega/overvloedig hars af, dat in glashelder, maar broze toestand verhandeld wordt onder de naam , Arabische gorri'. Dit produkt is in water direkt oplosbaar, wat 't zo aantrekkelijk maakt. Van andere soorten leveren de bast en de peulvruchten looistoffen, terwijl weer andere bijzonder goed hout voortbrengen. Naast het brandhout, dat door de lokale bevolking zorgvuldig bijeengegaard wordt, brandt men hieruit eveneens een bijzonder goede kwaliteit houtskool. Acacia wordt in het Oude Testament, vooral in Exodus, nogal eensgenoemd, vooral in verband met de bouw van de tabernakel en de ark. In die tijd waren de weinige Acacia-soorten de enige bomen die in de woestijn groeiden en waarvan de houtopbrengst voor timmerdoeleinden in aanmerking kwam. Als gevolg van droogte en wind was de groei uiterst traag en bereikten de meeste pas na lange tijd een maximale hoogte van 5-8 m. Vele haalden die hoogte echter nooit maar kregen onder invloed van de elementen een karakteristieke, naar één kant afgeplatte vorm, die aan herders, karavanen en andere passanten enige beschutting boden voor de nacht of tijdens zandstormen en andere slechte weersomstandigheden. Juist door die uiterst trage groei, vormde zich een bijzonder duurzame houtsoort, die later, vanwege de veelal mooie oranjerode kleur, zo gretig werd verwerkt bij inlegwerk van fraaie kasten en dergelijke. Voor het echter zover kwam gebruikten de Egyptenaren het hout reeds voor hun sarcofagen. In sommige streken van het Heilige Land waren Acacia's zo talrijk, dat men hun naam aan een bepaalde streek of plaatsnaam verbond. In Numeri 25:1 wordt de plaats Sittim genoemd, alsook in Micha 6:5, in Nu-
meri 33:49, Abei-Sittim, en in Joel 3:18 gaat het over het dal van Sittim. De plaatsaanduidingen zijn afgeleid van het Hebreeuwse woord Shittah(Sjittah)ofShittim (sjittim) hetgeen vertaald Acacia is. Cultuur Met uitzondering van Acacia armata, die wel als kamerplant wordt gekweekt, hebben ander soorten in ons klimaat slechts sierwaarde als kuipplant. Zij worden dan ook behandeld als andere niet winterharde houtige gewassen, die alle worden aangeduid als ,Kaapse gewassen' of ,,Oranjerie planten". Tot deze groep rekenen we o.a. ook de Johannesbroodboom, (Cera ton/a siliqua), de olijf (Olea europaea), de dadelpalm (Phoenix dactylifera), de parasolden (Pinus pinea) en vele andere. Eén en ander houdt in dat planten die hiertoe behoren, gedurende de zomermaanden vanaf half mei tot half oktober buiten gekweekt kunnen worden, terwijl ze 's winters koel — minimaal bij 5 °C — overwinteren. Bij zo'n lage temperatuuren het gennge licht dat gedurende de wintermaanden beschikbaar is, zal de groei vrijwel stil staan. De watergift kan dan eveneens tot een minimum worden beperkt. Er mag slechts zo weinig gegeven worden dat de potkluit net niet helemaal uitdroogt. Vanaf april kan zonodig worden verpot ofverkruipten kan de watergift geleidelijk worden opgevoerd. Tijdens de groeiperiode hebben ze over het algemeen veel behoefte aan vocht en wordt aan het gietwater om de 2 a 3 weken wat kunstmest toegevoegd. Goed verzorgde planten kunnen zich tegen het voorjaar uitbundig tooien met de zo bekende donzige mimosabloemetjes. Andere bijbelteksten waar Acacia wordt genoemd: Exodux25:5,10,13,23,28; 26:15-16,26,32,37;27:1,6; 30:5,7,24; 36:20,31,36; 37:4,10,15, 25,28; 38:1,6; Deutronomium 10:3; Jesaja 41:19.
vu-M agazine 13 (1984) 3 maart 1984
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984
VU-Magazine | 536 Pagina's