VU Magazine 1984 - pagina 297
Dissertatie over een succesvolle actie van Hollandse duiven in 1923
Weg met de Vlootwet! De kruisrakettenproblematiek spookte de liistoricus Henri J. G. Beunders voortdurend door het hoofd toen hij zich de afgelopen jaren verdiepte in zijn proefschriftonderwerp: de Vlootwet van 1923. Tien dissidente katholieke kamerleden stemden metde oppositie mee en met één stem meerderheid werd het wetsontwerp verworpen. Nog steeds g riepen bejaarde haviken, zoals scheidende NAVO-secretaris generaal Luns, na over deze nederlaag, ruim 60 jaar geleden. Op zichzelf al voldoende reden om de vraag op te werpen watertoen toch precies is gebeurd. MetZWO-steun heeft buitenlandredacteur Beunders van de Haagse Courant dit gedaan. Het resultaat is een boeiend proefschrift, dat aan heel wat mythen over het zogenaamde pacifisme van de jaren twintig een eind maakt. Wat Nederland met de verwerping van de Vlootwet deed, was in feite niet veel meer dan zich aansluiten bij een internationale trend van wapenbeperking en politieke ontspanning, die na de eerste wereldoorlog even een kans leek te krijgen. Lang heeft dat niet geduurd want medio de jaren twintig stijgen de bewapeningscurven van de grote mogendheden weer snel (behalve in Duitsland) met het bekende fatale gevolg. Maar na WO Heek het even een andere kant uit te gaan. door Ben van Kaam Met het 3 november 1921 door de a.r. minister J. J. C. van Dijk ingediende wetsontwerp ,,Vlootwet 1922" trok Nederland zich niets aan van de trend van die dagen. Voorgesteld werd een meerjarenplan om de sterkte van de Nederlandse marine op te voeren. Met de verdediging van het door niemand bedreigde Nederland (de hele wereld
was oorlogsmoe en Duitsland was ontwapend) had dit kostbare plan niets te maken, maar met beduchtheid voor verlies van de koloniën. Dat kon om internationaal-politieke redenen weliswaar niet luidkeels van de daken worden geroepen, maar dat was wel het kernmotief. Tot het lijstje mogendheden dat geacht werd Indië te willen
inpikken als het de kans kreeg, behoorden Japan, China, Engeland en de Verenigde Staten. Vooral de oliebronnen werden gezien als een begeerte opwekkend bezit, dat met beide armen diende te worden omklemd. Helaas waren die armen wat zwak, maar dat kon worden verholpen, zo betoogde de Marinelobby, door meer
„Ên de heer de G e e r . . . schijnt ons het groote politieke raadsel van dezen tijd." In 1921: D e Geer wordt Minister.
I n l 9 2 2 : Reconstructie van het Kabinet.
De Geer: Hm ! ja, wel graag! M a a r . . . hm, die Vlootwet. Nou afijn, wie dan leeft, die dan zorgt.
R u y s ; Zeg de Geer, doe je weer mee r De Geer: Maar die Vlootwet? R u y s : (schouderophalend): . . . ? De Geer; Nou alia! Dan zullen we op zien komen spelen.
(De Standaard.) I n l 9 2 j j ! De Geer vraagt zyn ontslag
De Geer: Nee, Ruys, al.s je hou met alle geweld met die Vlootwet spelen wilt, dan doe ik niet meer mee!
Het rumoer over de Vlootwet stak de kop op toen de CH-minister van financiën De Geer plotseling aftrad omdat hij tegen dat plan was. Colijn volgde hem op. Tekening van Hein Kray uit De Houten Pomp
vu-Magazine 13(1984) 7juli/augustus 1984
247
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984
VU-Magazine | 536 Pagina's