VU Magazine 1987 - pagina 139
^ li^ili^Mi^ili^i
•'KV,.
•fpl
i^ferv-,fv.-;rfv;v'
= -=.ft;.-;'^iS.,'.,-.5ag.j,.,
^^^KÊJ^^^ ^^^^^IHL' *^ M
W^'
1
^^^^^1m^ W^^ÊI^m
m
I^^^M ^ ^ ^^^^IKI^^S^^^H
J^^BQH
^HH HHH^nl
1
.-•,,'•.c/A-i;
1
HHjH ^^^| ^ ^ ^ ^ WB^^^^^M ^^^| ^^^P ^^Kl ^^^^ HHIi
In 1977 begon de Voyager een reis door het heelal. Behalve een videoplaat heeft het ruimteschip L„, tal van vfetenschapmi pelijke apparatuur aan boord.
^KB^^^^M n^^^^^H ^^^^^^^M ^^^^^^^^M j^^^^^^H ^^HHII^^I gentiende eeuw was dit een argument in theologische discussies. Later die eeuw werd op Mars een kanalenstelsel waargenomen. Al was dat een vergissing, het voedde lange tijd de verbeelding van het grote publiek. In wetenschappelijke kring was inmiddels heftige discussie ontstaan. De ontdekking dat de aarde de langste tijd onbewoond was geweest en de opkomst van de evolutieleer boden nieuwe gezichtspunten; leven was geen eigenschap van het universum, maar kon erin ontstaan. Het was de vraag of dat ook elders in het heelal was gebeurd.
De Rubik-kubus: even ingewikkeld als een eiwitmolecule. FotoAVC/VU.
De moderne sterrenkunde leert dat van de talloos veel miljarden sterren waarschijnlijk vele planeten hebben. Daarvan zullen er veel lijken op de aarde. Het heelal biedt het evolutieproces dus overvloedig gelegenheid. Toen men in 1960 op het idee kwam radiocontact te gaan zoeken, was men dan ook optimistisch gestemd; het zou daarbuiten wemelen van het leven. Dat optimisme heeft inmiddels plaats gemaakt voor gepaste twijfel. Het ontstaan van leven is volgens biologen verbluffend onwaarschijnlijk. We mogen volgens hen niet verwachten dat de natuur het kunstje dikwijls herhaalt. De aarde heeft onwaarschijnlijk veel geluk gehad. De omstandigheden waren precies goed. Had de zon een fractie dichterbij gestaan dan was de aarde levenloos gebleven.
B
iologen zien leven als een ingewikkeld samenspel van stoffen. De meeste daarvan zijn erg gecompliceerd. De Britse astronoom Fred Hoyle vergelijkt het eiwit-molecule met de magische kubus van de Hongaar Rubik; dat het molecule ontstaat is even onwaarschijnlijk als blindelings draaiend de puzzel 'oplossen; een toer waarmee je al
;^^C^,i^.y^;^.
^ ^ ^ H fe^^
• m II ^k 1 ^^1B^^^B
••• S^H
^^H ^ ^ 11 ^^H ^ ^ ^ ^^H ^ ^^1 ^^H ^^^1^ l^^l ^^H ^^^1• HIH ^HH een paar miljard
••
^^HH^S?^^^^^H ^H^^^^Hh||^B
gauw mensenlevens zoet zou zijn. En dan te weten dat ons lichaam tweehonderdduizend verschillende eiwitten telt. Dat alles stelt ons voor een onopgelost raadsel: hoe kon het leven ontstaan? Natuurlijk kent de evolutie slimme wegen. Het begon met een simpel eencellig diertje en is toen stap voor stap uitgegroeid. Maar alleen al dat allerprilste begin stelt biologen voor een raadsel. De meeste van hen geloven daarom dat leven heel zeldzaam is. Mogelijk zelfs eenmalig: een privilege van de aarde. Ook andere wetenschappers komen tot deze conclusie. Als er veel leven in het heelal is, 'waar is dan iedereen?', vragen zij zich af. Als er andere intelligente wezens bestaan, is de kans groot dat ze ons in ontwikkeling voor zijn. Waarom komen ze dan niet nieuwsgierig aan de aarde snuffelen? Anderen werpen tegen dat de afstanden tussen de sterren te groot zijn voor dergelijke aardexpedities. De discussie is verzand in 'welles-nietes' waarbij niet alleen natuurwetenschappelijke gegevens maar ook filosofische en religieuze standpunten een partij meespelen. In een wetenschappelijk artikel sloegen de geleerden die naar buitenaards leven
zoeken, de groeiende kritiek snibbig van zich af. De gedachte dat wij de enig levende planeet zijn, noemen zij: "De laatste van een lange reeks geocentrische en zelfingenomen veronderstellingen." Zij verwijten de tegenpartij gebrek aan historisch inzicht. In de zestiende eeuw bewees Copernicus dat de aarde rond de zon draaide en niet andersom. In de zeventiende eeuw ontdekte men dat de zon een ster is tussen miljarden andere sterren. Later bleek de zon temidden daarvan niet eens een bevoorrechte positie in te nemen. De mens is stap voor stap doordrongen van zijn middelmatige plaats in de wereldruimte. De logisch volgende stap langs deze weg: we ontdekken dat we het heelal met andere beschavingen delen. Waarom zou immers alleen hier, op een onopvallende planeet tussen talloze sterren, leven zijn ontstaan? De ontdekking van buitenaards leven wordt gezien als de laatste stap van de Copernicaanse revolutie. Dit argument spreekt tot de verbeelding, toch is niet iedereen er even gelukkig mee.
A
ls je nuchter nadenkt, gaat de redenering mank. Natuurlijk is er op aarde leven ontstaan. Zonder dat zouden er hier geen wetenschappers zijn om zich daarover te verbazen. Maar het is niet juist daarom te denken dat leven ook elders voorkomt. Dat er op aarde leven ontstond kan best een lot uit de loterij zijn. Wij zelf zijn echter de hoofdprijs in die loterij. Het is vanzelfsprekend dat we geboren zijn op de 'levende planeet'. Was er niet op aarde maar elders leven ontstaan dan verbaasde men zich daar, op de uitverkoren plek te leven. Dit soort redeneringen snijden geen hout. Copernicus of niet, het aardse leven bewijst niets over de rest van de wereldruimte. De voor- en tegenstanders in het debat kunnen dus weer rustig uit de loopgraven komen. Dat alleen op aarde leven bestaat, wordt noch gestaafd, noch tegengesproken door onze onaanzienlijke plaats in het universum. In buitenaards leven geloven, is niet wetenschappelijker dan er niet in geloven. Het enige wetenschappelijke antwoord wordt gegeven door de kansberekening. Het heelal is groot maar de kans op leven is klein: het is een partijtje touwtrekken tussen biologen en sterrenkundigen. Er is nog te weinig bekend over het ontstaan van leven om te weten wie wint. Gezaghebbende wetenschappers zijn echter sceptisch: de Amerikanen zoeken een onzekere speld in een grenzeloze hooiberg. D
VU-MAGAZINE - APRIL 1987
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
VU-Magazine | 485 Pagina's