Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1987 - pagina 183

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1987 - pagina 183

3 minuten leestijd

Het idyllische Baikalmeer: verwoeste ecosystemen. Foto ANP Rokende schoorstenen, symbool voor economische activiteit èn oorzaak van, onder meer, zure regen. Foto ANP

terzijde duwen. Zulke in onze Westerse oren niet zo revolutionair klinkende voorstellen waren in de Sovjet Unie tot voor kort welhaast blasfemisch. Onder die instituties hoort ook het inbouwen van milieu-educatie op alle niveaus van het onderwijs. Men spreekt bij dit soort heroriëntaties in milieuvriendelijke richting, van 'ecologisatie'. Die ecologisatie zou zich volgens veel van de Russische en Bulgaarse participanten ook moeten uitstrekken tot de industriële produktie en de wetenschap van technologie. Van oudsher is in het marxisme, en sinds 1917 ook in de Kremlin-ideologie, aan wetenschap en techniek de meest belangrijke sturende rol toegedacht in de maatschappelijke ontwikkeling. Het is immers de ontwikkeling van de zogenaamde produktiekrachten die tenslotte zelfs de historische ontwikkeling van onze maatschappij-inrichting en onze cultuur geacht wordt te bepalen. En aan de wieg van die produktiekrachten staan wetenschap en techniek. Deze idee, ingegeven door een materialistische interpretatie van het 19e eeuwse vooruitgangsgeloof, bracht de gedachte

met zich mee dat de mens zich tenslotte (in het socialisme) zou ontworstelen aan de knellende banden van de natuur. Intussen zou de mens (vooral in het reëel socialisme) de natuurwetten steeds beter leren kennen èn manipuleren; zou de mens de natuur 'verbeteren'. En dat standpunt is terug te vinden in tal van Oosteuropese documenten inzake milieubeleid. Wetenschap en techniek vervullen daarmee de gouden-kalfachtige rol die in het Westen vaak aan economische groei wordt toegedacht: je mag er niets slechts van zeggen, met een kritische benadering ervan plaatst je jezelf buiten het stelsel. Het is naar mijn gevoel dan ook een doorbraak als leidinggevende academici beginnen te spreken over de 'contradicties' en negatieve effecten die met 'techno-wetenschappelijke vooruitgang' kunnen samenhangen (Frolov). In plaats van het 'verbeteren' van de natuur wilden sommigen (niet allen!) liever spreken over een proces van 'ombuigen' van de natuur, zonder dat de basisstructuur daarvan zou mogen veranderen.

Het bovenstaande klinkt misschien allemaal nogal filosofisch, abstract. Het klinkt in onze Westerse oren misschien ook weinig opzienbarend. Bovendien is het nog maar de vraag wat de concrete gevolgen zijn. Twee gedachten dringen zich dan aan mij op. De eerste is: als dit soort kritisch denken eenmaal begint, is het onuitroeibaar; als die meer geïntegreerde manier van denken werkelijk wortel schiet in het Kremlin, dan is een heroriëntatie van technologisch en wetenschappelijk onderzoek mogelijk. Een tweede gedachte is: het blijft, ook nu al, niet bij wetenschapsfilosofische bespiegelingen alleen. Er wordt hard gewerkt aan de ontwikkeling van afvalvrije technologie (ook, misschien zelfs vooral, om •'Mmmmr-sss^n^mwmm!mi^^'<m!m economische redenen) en aan geïntegreerde kringloopprocessen. Het vermogen om toekomstverkenningen te verrichten, wordt snel uitgebouwd. Diversiteit, óók in zaken als energiebeleid, wordt bepleit. Genetisch onderzoek is nu gericht op de oplossing van hongerproblemen én op de behoefte van natuurbehoud en natuurontwikkeling. De grote inspanningen om vervuilde ecosystemen weer te herstellen en de aandacht voor bescherming van inheemse soorten en ecosystemen kwamen al ter sprake. Over tal van dergelijke zaken zou lang gediscussieerd kunnen (en moeten) worden. Te denken vah aan een aantal nog steeds levende apriorismen, juist inzake bij

6

voorbeeld atoomenergie en genetische manipulatie. Maar het lijkt erop, dat discussies hierover mogelijk zijn, nu dus ook in de Sovjet Unie. Veel van de gedachten die hierboven besproken zijn, kwamen terug in Gorbatsjov's inmiddels beroemde slotrede op 16 februari j.l.: de mondiale samenhang binnen één biosfeer, de onlosmakelijkheid van vrede en ecologische inpasbaarheid, de risico's van overbelasting en uitputting van het milieu, de waarde van diversiteit c.q. pluriformiteit, de absolute prioriteit van het voortbestaan van de menselijke cultuur. Hij bepleitte een nieuw denken vanuit nieuwe ethische waarden, relevant geworden door de naoorlogse ontwikkelingen in maatschappij en technologie. Dat nieuwe denken wordt mede gevoed door (mondiale) milieuproblemen. Het is ten dele geformuleerd in begrippen die een miheukundig denken weerspiegelen. Het heeft - in de woorden van onze vroegere milieu-minister Pieter Winsemius - de milieuproblematiek doen 'verinnerlijken' (men heeft zich het vraagstuk eigen gemaakt). Daarnaast is er een andere tendens. De leiders wilden de Sovj et-maatschappij en zeker ook de economie reanimeren. Daarvoor moeten mensen zich weer betrokken gaan voelen bij de ontwikkeling van hun samenleving. In dat licht passen ook het nieuwe denken en de glasnost (Gorbatsjov in 1986: "We moeten de economische hervormingen beginnen met hervorming van het denken"). Die glasnost lijkt wat dat betreft ook goed te werken en heeft zich bovendien voor het milieu al enkele malen bewezen: de beleidsmakers zwichtten daar immers voor maatschappelijke druk. Symbolisch zijn daardoor openheid en milieu voor heel veel mensen in de Sovjet Unie onlosmakelijk verbonden geraakt, vermoed ik. De zorg om het milieu van zowel burgers als wetenschappers èn het streven naar een menselijker maatschappij, lijken ook in Gorbatsjov's visie sterk aan elkaar gekoppeld. De toekomst zal leren hoe sterk verankerd Gorbatsjov's positie is in de Sovjet-maatschappij. De snelheid van zowel de democratisering als de kwaliteitsverbetering van het milieu, zullen mede daarvan afhangen. D Hans Opschoor is directeur van het Instituut voor Milieuvraagstukken en onlangs door de VU benoemd tot hoogleraar miUeukunde en milieu-economie. Hij was een van de participanten in het Forum voor een Kernwapenvrije Wereld en het Voortbestaan van de Mensheid, dat van 14 tot en met 16 februari 1987 in Moskou plaatsvond.

VU-MAGAZINE-MEI 1987

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

VU-Magazine | 485 Pagina's

VU Magazine 1987 - pagina 183

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

VU-Magazine | 485 Pagina's