Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1987 - pagina 299

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1987 - pagina 299

5 minuten leestijd

Natuurbad Uddelermeer: dertig jaar geleden een massaal zwembad. Foto A. Peperkamp.

te vinden van "de sporen van psychose en degeneratie" die Van Suchtelen er ondanks de goede behandeling op meende aan te treffen. We worden ontvangen door een gepensioneerde jeugdleider, de heer A.K. van Dijk, die zich in de historie van het jongenshuis heeft verdiept. Van hem horen we hoe het met Van Wijhe is afgelopen. Inderdaad was hij een tegenstander van straffen, maar het bestuur van de stichting was daar niet blij mee. In 1926 is de vooruitstrevende pedagoog na een conflict vertrokken en in het jongenshuis kwam een strenger regiem te heersen, al is het er nu weer vrijheid troef Van Wijhe was na het conflict maatschappelijk niet uitgerangeerd. Hij werd wethouder

biefstuk en fruit. In het algemeen is het goed tafelen met Van Suchtelen, die onder de wereldverbeteraars van zijn tijd toch tot de rekkelijken behoorde en zich niet liet verleiden tot vegetarisme. Wel schrapte hij in een herdruk van zijn Zwerftochten een groot deel van de beschrijving van het meest copreuze diner, met als verantwoording: "Een vegetariër, een jonge huisvrouw, een aankomend dokter en niet minder dan drie volslagen pedagogen hebben mij verweten dat ik op onverantwoordelijke wijze de jeugd tot brassen en zwelgen aanspoorde." Starend vanuit de tent naar een overtijdse hagelbui peuzelen we onze biefstuk op. Daarna zal het weer omslaan en dat is maar goed ook want voor de volgende dag staat er onder meer een siësta in de open lucht op het programma. Die dag laten we Van Suchtelen voor wat hij is en schakelen we over op Bob den Uyl.

D

Bob den Uyl: als lunch een paar harde broodjes en een fles landwijn.

van onderwijs in Apeldoorn, waar nu, vertelt Van Dijk, nog ter nagedachtenis een straatbank naar hem is genoemd. Doordat een gepensioneerd jeugdleider veel mooie verhalen kent, is het te laat geworden om nog door te fietsen naar Vorden, waar Van Suchtelen zijn volgende overnachting hield. We gaan niet verder dan Loenen, waar we de tent opzetten op een kampeerbewijsterrein van de Stichting Goed Kamp. We gunnen ons het diner dat Van Suchtelen in Vorden klaarmaakte: doperwten, aardappelen. 34

at is nogal een overgang. Allereerst ligt er geen route meer vast, we moeten domweg met de wind mee fietsen. "Dit kernidee van de ideale fietstocht stuit op veel verzet", schrijft Den Uyl. "Algemeen wordt het als bijzonder slap beschouwd altijd met de wind mee te fietsen. Tegen de wind in fietsen vindt men sportiever en opbouwender voor het karakter. Deze van jongs af aan, uit calvinistische bronnen ontsproten opvatting dient overwonnen te worden." Geen route dus, maar wel een scherp tijdschema, dat bij mijn reisgenoot het nodige protest oproept. Toch zitten we de volgende ochtend om zes uur stipt aan een uitgebreid ontbijt "naar Engels voorbeeld". Ook Den Uyl besteedt veel aandacht aan de voeding. Dat is geen toeval, er is weinig dat de eetlust zo bevordert als fietsen. Bij de samenstelling van het diner schudden Van Suchtelen en Den Uyl elkaar zelfs vriendschappelijk de hand op het punt van de biefstuk, die deze avond dus wederom op ons menu staat. Maar zo ver is het nog niet. De wind komt uit noordoostelijke richting, dus fietsen we in zuidwestelijke richting. Dit betekent een prachtige tocht over de Veluwse heuvels naar Oosterbeek. Met Bob den Uyl constateren we dat de ochtend inderdaad een aparte charme heeft en dat we niet voor niets zo vroeg zijn opgestaan: "Het is nog stü op de weg, de vogeltjes zingen en kwetteren als gekken, de atmosfeer is nog helder en fris.() AUe

natuurverschijnselen lijken samen te werken om de tourfietser een gevoel van diepe voldaanheid te geven.'' Gaandeweg wordt onze rust enigszins verstoord doordat er kennelijk een wielertocht is georganiseerd. Enkele honderden wielrenners rijden ons tegemoet. Op zich is er ruimte genoeg om ongehinderd te kunnen fietsen, maar doordat bijna alle renners zo beleefd zijn ons te groeten, voelen we ons als we in Oosterbeek aankomen alsof we zojuist een receptie hebben gegeven. Er wordt ons een half uurtje koffiepauze toegestaan en daarna steken we met een pontje de Neder-Rijn over. Bij Opheusden menen we dat het moment is aangebroken dat volgens Den Uyl "een hoogtepunt van de dag" kan worden: de lunch met de aaneensluitende siësta. We vinden een rustig, aan een klein meer gelegen veldje, waar we ons te goed doen aan "harde broodjes met daarbij verschillende worst- en kaassoorten, vergezeld van een fles landwijn". Door de vin de pays raken we te zeer verdoofd om hinder te ondervinden van het geluid dat de boer aan de andere kant van het meertje veroorzaakt, die net als vele van zijn collega's met dit mooie weer met zijn tractor is uitgereden om te gaan hooien. Als we wakker worden voelen' we geen behoefte aan de caffeïnehoudende hoofdpijntabletten, die ons worden aanbevolen, maar het tempo houden we laag. Andere fietskampeerders zijn we nog steeds niet tegengekomen. Wel maak ik een babbeltje met een wat oudere heer in wielrenners-outfit. Immers: "Het maken van babbeltjes met deze of gene, hoe onbenullig ook het onderwerp, is een belangrijk punt tijdens een langere tocht. () Menselijk contact moet er wezen, ook al staat het hoofd er niet naar." Hij vertelt me dat hij zomers wel eens naar Spanje fietst. Daar wacht zijn vrouw hem op, die hem na enkele dagen met de auto weer terug naar huis brengt. Het leven kan verbijsterend eenvoudig zijn. Als we voortzoeven over de dijk langs de Neder-Rijn, langs Rhenen dat er prachtig bij ligt in de voorjaarszon, voelen wij ons op onze beurt net als Van Suchtelen en Den Uyl even de pioniers van de honderdduizenden tourfietsers, die ook dit jaar weer over Neerlands wegen zullen zwerven. Het Nederland van nu verschilt van het Nederland dat Van Suchtelen met zijn pupillen doorkruiste, maar het is er nog steeds aangenaam fietsen, zeker met de wind mee. D

Johan de Koning is neerlandicus en journalist

VU-MAGAZINE-JULI/AUGUSTUS 1987

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

VU-Magazine | 485 Pagina's

VU Magazine 1987 - pagina 299

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

VU-Magazine | 485 Pagina's