Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1987 - pagina 317

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1987 - pagina 317

5 minuten leestijd

Ockels. Dat is een waanzinnig programma, zó slecht! Ockels laat lukraak wat dingen zien. Het gaat zo rap dat er niets blijft hangen. Hetzelfde geldt voor het programma van Chriet Titulaer: pulp! Leuke dingen waar niemand wat van snapt. Een nieuw apparaatje... Maar hoe werkt het en waar dient het voor? Daar kom je niet achter. Natuurlijk, Titulaer richt zich tot een miljoenenpubliek. Hij bereikt dat publiek ook wel, is lollig, brengt het leuk. Hij laat zien dat elektronica iets heel gewoons is. Maar de mensen snappen er niets van. Daardoor werkt zijn programma averechts.'' Een heel ander soort wetenschapsjournalistiek werd eerder dit jaar bedreven door Wim Kayzer die met zijn VPRO-documentaire Beter dan God binnen en buiten wetenschappelijke kring de tongen los maakte. Beelden van lange laboratoriumgangen. Wetenschappers in witte jassen die opmerkelijke uitspraken doen over de toekomst die in hun laboratoria wordt uitgebroed. Ademloos liet het publiek zich op de late zondagavond rondleiden langs het biologisch onderzoek van vandaag en morgen. Geen gekoketteer met technische noviteiten, geen kortzichtige hymne op de wetenschap, maar een visie waarbij de rillingen je over de rug lopen. Wetenschapsjoumalistiek uit een ander vaatje. Maar Kayzer oogstte tegelijker-

'Vertaal dat maar voor het publiek' Lord Rutherford: 'Onmogelijk.'

tijd meer kritiek dan ooit. Men verweet hem ongenuanceerdheid. Was het programma zo ongenuanceerd? Jaap Willems is voorzichtig. Het programma geeft inderdaad niet het volledige beeld, constateert hij: "Er zijn medici geïnterviewd maar niet in beeld verschenen omdat ze een visie verkondigden die niet bij die van de programmamaker paste. Mensen die het tegendeel beweerden zijn niet aan het woord geweest; dat is geen goede joumaUstiek. Je moet wel kritisch zijn maar niet manipuleren. Het programma heeft bij mensen een gevoel van angst achtergelaten, dat is jammer. Maar 'Beter dan God' had wèl wat ik bepleit: het gaf niet alleen resultaten en liet de wetenschapper aan het woord. Het gaf bovendien een toekomstvisie. Dat is een goede zaak. Die kant moet het op met de wetenschapsjoumalistiek.''

deed, de Italiaanse hoogleraar in de semiotiek, die een boek schreef over de Middeleeuwen: De naam van de roos. Geen wetenschappelijk werk in folianten maar een meeslepende detective, een bestseller; spannend, mooi geschreven en leerzaam tegelijk. Op de kaft staat te lezen hoe de schrijver op middelbare leeftijd ontdekte te moeten vertellen over hetgeen waarover niet te theoretiseren valt. De enorme oplage van zijn boek en de gegroeide belangstelling voor de Middeleeuwen lijken hem gelijk te geven. Ook de fysicus Fritjof Capra deed een geslaagde poging. In 1974 schreef hij zijn eigen verhaal over de moderne namurkunde in relatie tot de Oosterse mystiek; vóór alles een persoonlijke bespiegeling. Ook hij oogstte succes bij het publiek, maar weer met bij zijn collega's. Hoe meer mensen het boek lazen des te groter het ongenoegen bij vakgenoten werd.

E

en mooi ideaal, maar realiseer- Tegen die achtergrond blijft het voorlobaar...? Wetenschappers die pig zeer de vraag of de wetenschap ooit boeiend over hun vak kunnen een eigen literair genre zal kennen. Cavertellen zijn nu eenmaal schaars. We- pra's lot in kringen van vakgenoten voortenschap is abstract en het verhaal dus al spelt wat dat betreft weinig goeds. Op gauw gortdroog. Maar het kan anders. een natuurkundig symposium eerder dit Misschien moeten onderzoekers leren jaar werd de schrijver-natuurkundige over hun wetenschap te vertellen; hun vi- voor flessetrekker uitgemaakt. Er volgde sie en passie te verbeelden in een ver- geen applaus maar het scheelde weihaal. Zoals bijvoorbeeld Umberto Eco nig... D

Kranten brachten in het begin van deze eeuw nog maar spaarzaam wetenschappelijk nieuws. Het publiek zou het toch niet begrijpen meenden de redacteuren. Ritchie Calder, pionier van de wetenschapsjoumalistiek, dacht daar anders over. Wetenschap hoort in de krant, vond hij. Lezers willen weten wat er omgaat in de laboratoria. Hij wist niets van wetenschap maar zag daarin geen beletsel zich aan de nieuwe vorm van journalistiek te wijden. Een van zijn eerste ontmoetingen was met Lord Rutherford, die juist belangrijke ontdekkingen had gedaan over de samenstelling van atomen. Ritchie wilde er over schrijven. "Onmogelijk", vond Rutherford. "Hoe weten we dat zolang het niet geprobeerd is", drong de journalist aan. "Dat is waar", zei de wetenschapper, opende de lade van zijn bureau en trok daar zijn laatste onderzoeksrapport uit. Hij overhandigde het met de woorden: "Vertaal dat maar voor het publiek.'' Calder keek naar de vellen papier vol cryptische tekens en formules en bood Rutherford zijn steno-notitieboekje aan: "U vertaalt mijn steno en ik het uwe. Ik zie geen enkele reden waarom ik uw steno beter zou snappen dan u het mijne.'' Veel begrip ontmoette Calder in die begintijd dus niet. Hij had vaak te kampen met onwillige en wantrouwende wetenschappers. Er waren in die tijd harde onderhandelingen nodig om laboratoria te mogen betreden. Hij moest zelfs een overeenkomst sluiten met de Britse Academie van Wetenschappen over zijn werkwijze. De onderzoeker werd het recht voorbehouden de kopij in te zien en op onjuistheden te controleren. Langzaam maar zeker won Calder echter de medewerking van de geleerden. Een enkeling adopteerde zelfs zijn ideaal; Rutherford zou jaren later verklaren: "Als een wetenschapper de schoonmaker van zijn laboratorium niet kan duidelijk maken wat hij aan het doen is, weet hij zelf niet waar hij mee bezig is." Als Rutherford gelijk had dan is het tot op de dag van vandaag treurig gesteld met de wetenschap. D VU-MAGAZINE — SEPTEMBER 1987

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

VU-Magazine | 485 Pagina's

VU Magazine 1987 - pagina 317

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

VU-Magazine | 485 Pagina's