VU Magazine 1987 - pagina 258
delijk dat de klok niet meer terug te draaien viel, maar desondanks werd het besluit bekend gemaakt. De leiding van het gebied Choshu, op de westelijke punt van het eiland Honshu was in handen van anti-Europees gezinden. Zij voerden de bevelen strikt uit en schoten vanaf 25 juni op de buitenlandse schepen die de Straat Shimonoseki passeerden. Aanvankelijk verliepen de schermutselingen zonder ernstige schade, maar op 11 juli raakte de Nederlandse schroefstoomkorvet met aan boord Dirk de Graeff werkelijk in gevecht met de Japanners. Het schip werd op 27 plaatsen geraakt en er vielen vier doden. Het waren niet de laatste schermutselingen tussen buitenlanders en bepaalde groepen Japanners. Dertien buitenlanders werden vermoord in de jaren dat De Graeff in Japan woonde. De meesten werden verraderlijk gegrepen als zij bij voorbeeld 's avonds van een diner kwamen. De daders werden zelden gevonden. De schok in de kleine Europese gemeenschap was iedere keer groot.
J
onkheer Dirk de Graeff van Polsbroek kwam in 1857, drieëntwintig jaar oud, in Japan aan om daar in rijksdienst te treden. Op dat moment was van de openstelling van Japan voor buitenlanders nog niets te merken. In zijn dagboek beschrijft Dirk het ceremonieel waarmee het Nederlandse schip de Baai van Nagasaki werd binnengelaten. Een schip dat in november het jaar tevoren van Decima naar Batavia was gekomen, had een speciale seinvlag meegebracht in een verzegelde trommel. Deze vlag mocht De Graeff pas aan de kapitein van het schip dat hem vervoerde geven op het moment dat de Japanse kust in zicht was. Bij de baai gekomen werd de vlag in top gehesen. Daarop gaven de Japanners elkaar onderling seinen en vuurden zij zes saluutschoten af. Vervolgens werd de ketting voor de baai weggehaald en het Nederlandse schip door Japanse schepen binnengesleept. Het schip had best op eigen kracht de baai kunnen binnenzeilen, maar de traditie wilde dat het schip werd gesleept.
De Graeff is opgetogen over het uitzicht op de baai en over zijn huis op Decima. In zijn dagboeken legt hij de gang van zaken op het eiland uit. Hoe de dagelijkse boodschappen worden bezorgd en hoe men zich huispersoneel moet verwerven. Stellig een van de interessantste ervaringen die hij heeft gehad tijdens zijn verblijf in Japan is de hofreis die hij eenjaar VU-MAGAZINE-JUN11987
na zijn aankomst met zijn chef maakte naar Edo, het huidige Tokyo. Deze reis werd sinds de sluiting van Japan op gezette tijden door de leider van het Nederlandse gezantschap op Decima (in vroegere dagen opperhoofd geheten) ondernomen om de keizer belasting te betalen en in latere jaren om een vriendschappelijke groet van de Nederlandse koning aan de keizer over te brengen. De reis van 1858 is de laatste in zijn soort geweest. Tijdens de reis ontmoetten de Nederlanders voor het eerst de Amerikanen in Japan. Tegelijk werd tijdens deze reis voor het laatst het oude ritueel opgevoerd van de ontmoeting met de keizer, de ontvangsten door de burgemeesters van de diverse plaatsen waar men doorheen trok en het in staatsie-optocht bezoeken van het graf van een opperhoofd dat tijdens een eerdere reis was overleden en in Japan begraven is.
D
e laatste hofreis is door De Graeff van dag tot dag beschreven. Talrijk zijn de exotische franjes, maar het aantal dagen waarop hij verveling rapporteert is ook niet gering. Tenslotte moet het ook niet altijd gemakkelijk zijn geweest voor een jongeman om, in een draagstoel gezeten, zich zes maanden over de Japanse eilanden te laten rondsjouwen, dagen te wachten tot een rivier kan worden overgestoken, dan weer met regen en overstromingen geconfronteerd, dan weer met extreme hitte. Na afloop van de hofreis nam De Graeff echter ontslag uit 's lands dienst en vatte het plan op om zich samen met een medefirmant in zaken te begeven en zich te vestigen in het nu voor buitenlanders geopende Yokohama. Op verzoek van zijn voormalige chef neemt De Graeff daar echter ook de taak van vice-consul der Nederlanden op zich. Hij oefent zijn diplomatieke functie met toewijding uit. Later volgt dan ook een benoeming tot consul en, in het laatste jaar van zijn verblijf, zelfs tot Minister-Resident, een titel die dan nog niet eerder aan een functionaris in Japan is gegeven. Niet alleen voor Nederland onderhield De Graeff de diplomatieke betrekkingen met Japan. Hij stond ook landen die er nieuw kwamen met raad en daad ter zijde. Van diverse landen kreeg hij in de loop der jaren hoge onderscheidingen voor zijn hulp bij het openen van betrekkingen tussen hun land en Japan. Deze werkzaamheden van De Graeff wierpen ook voor Nederland hun vruchten af.
Door de nauwe kontakten kon De Graeff over veel informatie beschikken die langs officiële weg niet te krijgen was. Doordat hij bovendien Japans sprak kon De Graeff ook inlichtingen krijgen van inwoners van het land waar hij verbleef, zonder dat hij de hulp van een tolk hoefde in te roepen. Telkens weer blijkt dan ook dat de man werkelijk van alles op de hoogte is als het gaat om de handel en wandel van de westerlingen. Hoeveel hij echter van de Japanse binnenlandse politiek begrijpt is uit de dagboeken niet op te maken.
H
erman Moeshart beschrijft De Graeff als een gezien man die graag zijn diensten aanbood aan eenieder die ze nodig had. Uit de dagboeken krijgt men de indruk te doen te hebben met een aardige man, die echt geïnteresseerd is in Japan. Hij houdt van goed gezelschap en een verzorgde maaltijd. Het vrouwelijk schoon wordt in zijn dagboeken verschillende keren bezongen. Net als de meeste westerlingen had De
Talrijk zijn de exotische franjes, maar het aantal dagen waarop hij verveling rapporteert is ook niet gering. Graeff een huishoudster waarmee hij samenwoonde. In zijn geval was het een jong meisje, een dochter van een theehandelaar uit Edo. Zij moet ongeveer tien jaar met hem hebben geleefd en schonk hem een zoon. Of de relatie nog bestond toen De Graeff in 1869 met verlof naar Nederland ging is niet bekend. Onverwacht werd het hem tijdens dit verlof onmogelijk gemaakt naar Japan terug te keren en De Graeff nam daarop ontslag uit 's lands dienst. Wat er met zijn vriendin gebeurde is onduidelijk. De Graeff trouwde binnen vier maanden na zijn ontslag met een Nederlands meisje van goede stand. Dat is de variatie op Madame Butterfly die De Graeff ons te bieden heeft. Mede op grond van deze episode kan men concluderen dat Jonkheer Dirk de Graeff van Polsbroek vooral ook een man van zijn tijd was. D Journaal van jonkheer Dirk de Graeff van Polsbroek 18S7-1870. Belevenissen van een Nederlands diplomaat in het negentiende eeuwse Japan. Ingeleid en geannoteerd door Herman J. Moeshart (Van Gorcum, Assen 1987) ƒ 35,00.
37
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
VU-Magazine | 485 Pagina's