Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1987 - pagina 300

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1987 - pagina 300

4 minuten leestijd

Tijdschriften voor de jeugd zijn geen gevolg van de welvaart en van een toenemende aandacht voor het kind zoals lange tijd werd gedacht. Het jeugdblad dateert namelijk al uit de achttiende eeuw toen het een belangrijke rol speelde bij de opvoeding. MARJOKE RIETVELD-VAN WINGERDEN

Op zoek naar de voorouders van Donald Duck

J

eugdbladen, wie kent ze niet?: Taptoe, Tina, Donald Duck, Bobo, Okki, Do-re-mi, Hoj en noem maar op. En dit is nog niets vergeleken bij wat er omstreeks 1920 en in de eerste jaren na de tweede wereldoorlog verscheen; de televisie is een geduchte concurrent geworden sinds 1960 waardoor toen al verschillende jeugdbladen sneuvelden. Een groot deel van de huidige kindertijdschriften dankt het voortbestaan aan de collectieve abonnementen van scholen. In 1757 verscheen in Frankrijk het Magasin des enfants van mevrouw Le Prince de Beaumont, dat al heel snel in het Nederlands werd vertaald. Een ander populair blad, dat enkele jaren later verscheen, was het Duitse Der Kinderfremd van Felix Weisse, dat ook werd vertaald en bewerkt voor Nederlandse kinderen. De invloed van zulke tijdschriften op de ontwikkeling van de kinderliteratuur in Europa moeten we niet onderschatten. Ze werden geïmiteerd, bewerkt in andere • landen en waren zo middelen om de nieuwe opvoedkundige denkbeelden van de Verlichting te verbreiden. Dit werd ondersteund door vertalingen van opvoedkundige geschriften van de school der Filantropijnen, die eenzelfde geest ademden en ongetwijfeld als inspiratiebron fungeerden voor de toenmalige kinderliteratuur en een behoefte schiepen bij volwassenen uit de burgerklasse aan geschikte lectuur voor hun kinderen. Heel bekend en in vele talen overgezet was een boekje van C.G. Salzmann dat in Nederland verscheen onder de titel Het mierenboekje. Het was een praktische handleiding voor opvoeders met als hoofdgedachte: "Van alle fouten en ondeugden

VU-MAGAZINE-JULI/AUGUSTUS 1987

zijner kweekelingen moet de opvoeder de oorzaak in zichzelf zoeken". Hieruit spreekt een geweldig opvoedings-optimisme: kinderen zijn in grote mate kneedbaar door de opvoeding. In deze eerste tijdschriften staat het overbrengen centraal van nuttige kennis en van een zedeleer rechtstreeks op kinderen. De vorderingen in de techniek, verschijnselen uit de natuur, verhandelingen over goed zedelijk gedrag en belangrijke gebeurtenissen uit de geschiedenis, vormden de hoofdingrediënten. De doelgroep 'de beschaafde stand', mensen die zich een jeugdblad konden permitteren, is duidelijk herkenbaar in de vele samenspraken die geënt zijn op gezinssituaties die in die stand gewoon waren: gouvernantes, huisonderwijzers, ouders en geleerde gasten onderhouden zich nuttig met kinderen. De illustraties met salonkinderen- en volwassenen onderstrepen nog eens welk publiek men voor ogen had.

O

p ons komen deze kindergeschriften als onkinderlijk over, ze lijken te belerend en te hoogdravend. Toch voldeden ze aan een behoefte gezien hun populariteit. We moeten ons echter realiseren dat ze, vergeleken met de stof die kinderen uit die tijd gewoon waren te lezen, een heel stuk dichter bij de leefwereld van de kinderen uit de burgerstand stonden. In de negentiende eeuw volgt een heel scala van jeugdbladen, die door hetzelfde ideaal te typeren zijn, namelijk een bijdrage leveren aan het bevorderen van het geluk van kinderen door het aankweken van een goede levensinstelling; kennisoverdracht en zedeleer met de bedoeling

^•-."Ijj^JSi^

kinderen een aangenaam en nuttig tijdverdrijf te bieden. Wel wordt de toon kinderlijker en brengen spannende verhalen over de slavernij, oorlogen en andere culturen de sensatie waarop kinderen gesteld zijn. Het aantal illustraties neemt toe, hetgeen de bladen aantrekkelijker maakt. Op allerlei manieren probeert men het lezerspubliek vast te houden, een noodzakelijke voorwaarde voor het voortbestaan in een toenemende concurrentiestrijd in vooral de tweede helft van de vorige eeuw. Raadsels, rebussen, prijsvragen, opstelwedstrijden en later ook puzzels en spelletjes worden ten tonele gevoerd. In sommige bladen krijgen kinderen de gelegenheid hun inbreng te leveren in de vorm van bijdragen voor het blad en brieven waarop de redactie dan reageert. Ook de humor krijgt schoorvoetend een plaats in vooral de grappige anekdoten en bijzondere voorvallen. Het jeugdblad is in de tweede helft van de vorige eeuw niet meer een luxe alleen voor een kleine elite. Bovendien verschijnen er dan enkele jeugdbladen die zeer laag in prijs zijn en daardoor ook meer voor de wat smallere beurzen bereikbaar zijn. Een blad als Voor de lieve kleinen was erg goedkoop, slechts zestig cent per jaargang, terwijl een blad als Voor 't jonge volkje in dezelfde tijd ƒ 3,90kostte.

H

et aantal jeugdbladen nam in de loop der tijd gestaag in aantal toe. In de eerste helft van deze eeuw wordt de top bereikt. We zien dan

35

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

VU-Magazine | 485 Pagina's

VU Magazine 1987 - pagina 300

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

VU-Magazine | 485 Pagina's