VU Magazine 1987 - pagina 126
^mmmimm^mm
mmmiim
boeken kon worden geconstateerd was het omslaan rond 1860 van de kustgroei in het gebied Scheveningen-Petten in erosie. De laagwaterlijn liep tot 1880 maar liefst met 70 meter terug. Vreemd genoeg herstelde dit proces zich weer in de periode 1880-1910. Door nu het verleden te bestuderen willen de wetenschappers modellen ontwikkelen waardoor de toekomst min of meer voorspeld kan worden. In principe zou men hierdoor tot een nieuwe methode van kustbeheer kunnen komen. Hiervoor is meer nodig dan alleen de studie van het verleden, We hebben een duidelijke achterstand vergeleken met bijvoorbeeld de Verenigde Staten en Duitsland waar men een opleiding voor coastal engineers kent. Dit is vreemd, temeer als men bedenkt dat Nederland één van de beweeglijkste kusten ter wereld heeft. Nu gaat men dan ook een gestructureerde studie beginnen. Het verleden is een belangrijke factor en voor leken een buitengewoon interessante. Er zijn echter in het heden duidelijke verschillen aan te wijzen met het verleden en de geleerden zullen daarmee bij het ontwerpen van hun modellen rekening houden. In de eerste plaats is de hoeveelheid sedimenten die in deze tijd aangevoerd worden veel minder dan in vroegere tijden het geval was. De grootscheepse kanalisatie is daar zeker mede oorzaak van. Het baggeren van havens heeft verder veroorzaakt dat veel sedimenten de kust niet meer bereiken. Ook de verwachtingen voor de toekomst zijn anders dan een honderd jaar geleden. Zo is het nog niet duidelijk wat de gevolgen van een eventuele stijging van de zeespiegel zullen zijn. Voorspellingen variëren van enkele centimeters tot meer dan een meter per eeuw. De gegevens uit het verleden zullen daarom moeten worden aangevuld met nieuw materiaal over zandtransporten en geologische processen en de gevolgen van menselijk ingrijpen. Of het rekenmodel daarna zijn waarde zal hebben voor toekomstvoorspellingen is nu nog moeilijk te beoordelen. Dat velen de resultaten van dit onderzoek naar kustgenese met belangstelling tegemoet zien is echter duidelijk. D
Dr. ir. H. G. Wind, e.a. Vervormd Nederland. In: De ingenieur no. 10 (oktober 1985) Nederland uit water, uitgave van het Rijksmuseum van Geologie en Mineralogie, Leiden Karin van Lierop is eindredacteur van TNOmagazine
VU-MAGAZINE — MAART 1987
T
ijdens mijn opleiding, zo'n twintig jaar geleden, werd op college af en toe een vrouwelijke patiënt gedemonstreerd met een buik vol littekens. In het klassieke geval waren dat: rechtsonder het litteken van de blindedarm, rechtsboven dat van de galblaasoperatie, linksboven dat van de maagoperatie en soms linksonder dat van een dikke darmoperatie. Nooit ontbrak een snee midden op de buik ten teken dat de baarmoeder eruit was gehaald. Wanneer je de littekens met denkbeeldige lijnen verbond ontstond er een H. Dit was de H van Hysterie, zo werd ons verteld. De boodschap was duidelijk: deze vrouwen hadden chronische buikklachten die hardnekkig bleven bestaan ondanks operatief verwijderen van alle verdachte organen, zodat de dokter tenslotte niets anders overbleef dan de vrouwen van een psychiatrisch etiket te voorzien: ze waren hysterisch. Er is in twintig jaar veel veranderd. Er zijn betere onderzoekstechnieken gekomen zoals de echoscopie waardoor men met behulp van geluidsgolven kan vaststellen of er afwijkingen in de buik aanwezig zijn, zodat een onnodige operatie kan worden vermeden. Ook zijn er vragen gesteld in de Tweede Kamer over de verontrustende stijging van het aantal baarraoederverwijderingen. Maar minstens zo belangrijk is de beweging die onder vrouwen zelf op gang is gekomen. In toenemende mate uitten vrouwen kritiek op de manier waarop artsen met hun klachten omgingen. Er ontstonden zelfhulpgroepen en praatgroepen. De Stichting Vrouwen in de Overgang (VIDO) werd opgericht en er kwamen Vrouwengezondheidscentra. Vrouwenhulpverlening (VHV) is een begrip geworden. Het omvat zowel zelfhulpactiviteiten, bijvoorbeeld rond een bepaald thema (de overgang, medicijnverslaving, sexueel geweld), als professionele hulp-
verlening zoals bijvoorbeeld de vrouwelijke huisartsenparkijk Aletta en de psychosociale hulpverlening bij De Maan. Uitgangspunt is dat de rol van de vrouw in onze maatschappij medebepalend is voor haar klachtenpatroon, en dat dit aspect bij de 'behandeling' moet worden betrokken. De overheid heeft deze ontwikkelingen erkend. Drieëneenhalf jaar heeft het Ministerie van Sociale Zaken een aantal Vrouwenhulpverleningsprojecten op experimentele basis gesubsidieerd. Per 1 januari j.l. is VHV overgeheveld naar het ministerie van WVC. Het be-
Vrouwenhulpverlening lijkt aan een brede laag van de vrouwelijke bevolking een gevarieerd aanbod van voorzieningen te bieden. Maar wat dringt er van deze activiteiten door naar de medische opleiding? In het kader van de Pool Vrouwenstudies is in 1982 aan de de Medische Faculteit van de VU een projekt Vrouwenstudies Geneeskunde gestart. De drie thema's van het onderwijs zijn: de vrouw als patiënt, de vrouw als (toekomstig) arts en Vrouwenhulpverlening. Geïntegreerd in het reguliere onderwijs krijgen de studenten hierover tien uur college. Daar-
Hysterisch? leid van WVC is vooral gericht op de integratie van VHV in bestaande voorzieningen voor gezondsheidszorg en maatschappelijke dienstverlening. De projekgroep VHV bracht vorig jaar haar eindadvies uit aan de minister. Daarin is een overzicht opgenomen van VHV-activiteiten buiten de reguliere instellingen voor volksgezondheid. De cijfers zijn veelzeggend. Ruim 150 duizend vrouwen hebben gebruik gemaakt van de 340 landelijke en regionale voorzieningen, waar in totaal 2743 onbetaalde en 68 betaalde medewerksters in dienst zijn. Aardig is de manier waarop de vrouwen het beperkte subsidiegeld verdelen. Zo heeft de Stichting 40-60 besloten de medewerksters voor het schoonmaken en koken (het typische huisvrouwenwerk) wel te betalen, maar de begeleidsters niet. Dit Amsterdamse opvanghuis voor oudere vrouwen viert deze maand zijn vierde verjaardag: het opende op 8 maart (Internationale Vrouwendag) 1983.
naast is er een nieuwe opzet gekomen voor het aanleren van het gynaecologisch onderzoek. Er wordt nu les gegeven door speciaal daartoe opgeleide (leke)vrouwen die als 'docent gyneacologisch onderzoek' optreden. Veel aandacht wordt in de oefensessies met de studenten besteed aan de emotionele aspecten van het inwending onderzoek, zowel voor de patiënt als voor de arts. Daarmee hoopt 'Vrouwenstudies' een bijdrage te leveren aan het ontwikkelen van een meer begrip- en respectvolle houding van aanstaande dokters ten opzichte van hun vrouwelijke patiënten. Mogelijk dat dan het bestempelen van vrouwen tot hysterische zeurpieten tot het verleden zal gaan behoren.
37
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
VU-Magazine | 485 Pagina's