VU Magazine 1987 - pagina 170
andere in vieren gedeelde cirkel de menselijke ziel aanduidt die de inhouden van het onbewuste door vormgeving bewust maakt. Het middelpunt waaromheen de beide cirkels draaien noemt Jung het Zelf en hij definieert het als volgt: "Het Zelf is niet alleen het middelpunt, maar ook de omtrek (van onze objectieve psyche) die het bewustzijn en het onbewuste omvat; het is het centrum van deze totaliteit, zoals het ik het centrum van het bewustzijn is."
H
et Zelf is hiermee de grotere persoonlijkheid die uit de kronkelwegen van ons individuele leven geboren kan worden. Eén van de symbolen van het Zelf is Christus. Zo bekent Paulus in de brief aan de Galaten: "Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij." Deze mystieke ervaring is zo overtuigend voor Paulus dat niet langer de wet van Mozes, de Torah, maar
Zij zullen nooit gedacht hebben aan een onmetelijk groot heelal waarin ons eigen zonnestelsel met al z'n planeten als een nietig stipje verdwijnt. Maar wie Jezus ziet als mens met menselijke mogelijkheden en beperktheden, kan moeite krijgen met de gedachte 'Jezus is God', zeker als men daarbij denkt aan de onbegrijpelijk grote schepper van het heelal.'' De heer De Winter ziet maar één mogelijke uitweg uit dit probleem: ' 'Misschien kunnen we van die schepper, waarvan we ons totaal geen voorstelling kunnen maken, toch enig beeld krijgen als we de vergelijking omdraaien: God is Jezus. O Als we bij het begrip 'God' denken aan Jezus, hebben we een voor mensen enigszins te bevatten beeld van God, zonder dat het een godsbeeld naar ons eigen beeld is. En dat kan misschien wel het enige menselijke godsbeeld zijn waarmee we de schepper met tekort doen. "Zijn eindconclusie omschrijft de heer De Winter alsvolgt: ' 'Alles in het heelal is stoffelijk en dus vergankelijk, zodat het, zelfs al kan het miljarden jaren voortbestaan, niet eeuwig (= eindeloos) voortdurend kan zijn. Een 'nieuwe' aarde kan, als daarmee weer iets stoffelijks wordt bedoeld, dus niet bestaan en ook de 'wederopstanding des vleses' past niet meer bij dit denken." En hij besluit met: "Voor mij is van lieverlede alles wat met mijn geestelijke leven te maken heeft, losgekoppeld van wat stoffelijk en dus vergankelijk is; de 'eeuwige zaligheid' zie ik dan ook als een tijdloos moment van volmaaktheid, dat gelijk zal vallen met het stervensmoment. '' De opmerkingen van de heer De Winter legden wij voor aan dr. Herbert van Erkelens, theoretischfysicusen lid van de vakgroep Algemene Vorming van de Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen aan de VU. Van Erkelens, die zich als onderzoeker bezighoudt met een project betreffende 'Geloof en Natuurwetenschap', reageert in nevenstaand artikel op de brief van de heer De Winter. Hij doet dat op persoonlijke titel, (red.) D
VU-MAGAZINE —APRIL 1987
de Mensenzoon het middelpunt wordt waar zijn leven om draait. In het visioen van Pauli is van deze Mensenzoon Jezus echter geen spoor te bekennen. Het middelpunt is geen menselijk persoon, maar een mathematisch punt, een centrum in onszelf. Jung heeft dit abstracte symbool vaak waargenomen bij zijn cliënten en hij merkt daarover op: "Wanneer men hun dan vraagt wat zij met dit centrum bedoelen, raken ze in verwarring. Zij verwijzen dan naar deze of gene ervaring, zoals mijn patius die alles wat hij positief van de wereldklok kon zeggen, samenvatte in de bekentenis dat het visioen een gevoel van volkomen harmonie in hem had achtergelaten. Anderen bekennen dat een dergelijk visioen hen overviel in een ogenblik van groot verdriet of van de diepste wanhoop. Bij anderen weer is het de herinnering aan een bijzonder indrukwekkende droom of aan een ogenblik, waarop aan lange vruchteloze worstelingen een einde kwam en vrede in hen neerdaalde.'' Blijkbaar is Jezus van Nazareth voor veel mensen in de westerse cultuur geen levend symbool meer voor het centrum in ons zelf dat in het visioen van Pauli tegelijkertijd de oorsprong van de tijd lijkt aan te duiden. Parallel hieraan loopt een schisma in onze cultuur tussen christenen, voor wie de messianiteit van Jezus een evidentie is, en natuurwetenschappelijk onderzoekers zoals Steven Weinberg, die de zin van het menselijk leven in het mysterie van de kosmos zoeken en willen doordringen in het allereerste moment van het ontstaan van het heelal. Tussen deze twee posities in staat het standpunt van mensen zoals Wolfgang Pauli die de christelijke heilsweg verlaten hebben en in plaats daarvan een centrum in henzelf ervaren dat hen dierbaarder is dan welke kosmologische of religieuze visie ook. Het ervaren van dit centrum brengt een gevoel van verzoening met het leven en een besef van verbondenheid met de kosmos met zich mee, waardoor het eeuwig zwijgen van die oneindige ruimten niet bedreigend meer is. De joodse wijsheid, dat "om , mijnentwil de wereld geschapen is", is voor hen een innerlijke zekerheid geworden. D
Dr. Herbert van Erkelens is theoretisch fysicus en verbonden aan de VU als lid van de vakgroep Algemene Vorming van de Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen voor een project over 'Geloof en Natuurwetenschap'.
37
Een Mandala-tekening die het Zelf uitbeeld.
Ontelbare melkwegstelsels op deze overzichtsfoto van wat maar een klein deel van de kosmos moet zijn. Hoe groot is de kans op planeten die identiek zijn aan onze aarde? lEn hoe groot is dan de kans op leven daar?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
VU-Magazine | 485 Pagina's