VU Magazine 1987 - pagina 298
werd er indertijd nog op primussen in plaats van op campinggaz-stelletjes, en een toegenaaide deken diende als slaapzak. De tent van Van Suchtelen woog "niet meer dan" zeven kilo. De stokken waren van bamboe, er was een los grondzeil, waar een wollen deken overheen werd gelegd. Onder het dubbele dak voelde hij zich veilig tegen iedere regenbui. Ten onrechte bleek hem aan het Uddelermeer. Terwijl Rob de pannen op het vuur zet lees ik hem Van Suchtelens jongensboekenavontuur voor, vanaf het punt waarop de tent van de buren als eerste de lucht in vliegt. "Daar stonden zij, onbeschut in den stortvloed, radeloos starend op hun ingevallen woning. Te hulp! Maar op hetzelfde ogenblik worden er drie pennen van onze eigen tent uit de grond getrokken en rukt het bovendak zoo vervaarlijk dat ik vrees dat ook ons lot bezegeld is. 'Vaststeken, gauw!' Maar nog vóór de derde pin weer is vastgezet, scheurt het bovenzeil al, juist op het punt waar het op den stok rust. Nieuwe vlagen!" Het verhaal eindigt ermee dat het diner van die avond, bloemkool en gebakken aardappelen, letterlijk in het water valt, en de kampeerders bij een boer in het hooi moeten overnachten. Zelf hebben we meer geluk. We houden ons aan het menu van Van Suchtelen en starend vanuit de tent naar een lichte miezer peuzelen we dankbaar onze bloemkool en gebakken aardappelen op.
D
e volgende dag leidt de tocht ons naar Hoenderloo. Van Suchtelen kocht onderweg in Apeldoorn een warm flanellen reserveVU-MAGAZINE - JULI/AUGUSTUS 1987
Nico van Suchtelen voor zijn tent.
Onder het dubbele dak voelde hij zich veilig tegen elke regenbui.
overhemd, omdat het andere was natgeregend. Zelf beperk ik me - we zijn weer helemaal terug in de tijd - tot een paar geitenwollen kniekousen. In Hoenderloo vraag ik de ober in een pannekoekenhuis of het jongensgesticht, waar Van Suchtelen op bezoek ging, nog bestaat. Jazeker, maar hij adviseert ons dringend om, als we er naar toe gaan, te spreken van jongenshuis en niet van gesticht. De jeugd. Het wordt tijd om Bob den Uyl erbij te betrekken, want in hun waardering van de jeugd komt het verschil tossen de idealist en de scepticus wel het scherpst tot uitdrukking. Anders dan voor Van Suchtelen is de fietstocht voor Den Uyl een solitaire onderneming en we zullen hem zeker nooit in het gezelschap van kinderen op de weg zien. Tegenover het fietsen in gezinsverband staat hij, schrijft hij, zeer kritisch: "Onderweg komt er altijd wel ergens ruzie, de kinderen worden moe of dreinerig en rijden uit verveling een sloot in." Hij geeft toe dat er "vreemd genoeg" gezinnen zijn die van zo'n tochtje toch
iets aardigs weten te maken, maar ook die zou hij toch het liefst van de weg zien verdwijnen, want: "Het passeren van een spelefietsend huisgezin op een smal pad is geen sinecure. Hoe snel is een kind dat pas fietsen heeft geleerd niet omvergereden, en zie je daar maar eens uit te praten." Hoe anders is de toon van Van Suchtelen! Deze schrijver, die geïnteresseerd was in pedagogiek, verklaarde de gebreken van de samenleving uit een verkeerde opvoeding van de jeugd en tijdens zijn fietstochten toont hij zich herhaaldelijk gecharmeerd door de zotte invallen van zijn knaapjes. In Hoenderloo uit hij zijn bewondering voor het hoofd van de "strafinrichting voor jeugdige boefjes", de heer Van Wijhe, wiens enige beginsel is: niet straffen. "Heeft Van Wijhe een weg gevonden?" besluit hij zijn lofzang. Op het terrein van de Stichting Hoenderloo, zoals de officiële naam van het jongenshuis luidt, worden we wegwijs gemaakt door een vriendelijk groepje jongens. Op hun gezichten valt weinig terug 33
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
VU-Magazine | 485 Pagina's