VU Magazine 1987 - pagina 278
Hofwijck in Voorburg, grapt over zijn tuinman die op eigen houtje hout kapt, of ons in dichtvorm melding maakt over een door hemzelf ontworpen weg die verbaasde Hagenaars kaarsrecht naar Scheveningen voert. En wanneer er weer een nieuwe bundel af is, terwijl de vorige amper uit is, hoor je Huygens als 't ware zeggen: 't Is al weer klaar vóór ik eraan begonnen ben! Is hij niet een oppervlakkige sneldichter, die overal en altijd wel ergens een puntdicht aan weet te zuigen? Een dergelijke kijk, bij velen nog steeds gemeengoed, vindt Strengholt te beperkt en eenzijdig. "Inderdaad schreef Huygens vliegensvlug gedichten. Ernst en scherts bij voorbeeld gaan bij hem schijnbaar moeiteloos in elkaar over. Zo schrijft hij eens in een gewijde stemming een gedicht ter voorbereiding op het Heilig Avondmaal. Maar even later, op de zondag van die avondmaalsviering, is hij bezig met 'Tryntje Cornells', een blijspel waar de vonken vanaf vliegen. Een andere keer zit hij in over zijn vriendin Maria Tesselschade. Die neigt ertoe Rooms-katholiek te worden. Dat baart hem als protestant nogal zorgen, en die stelt hij op
I
Drukker
Mijn ddrukker leeft in droeve druk, want drukken drukt hem weinig druk. iruk. 't Was geen bedrukte drukker viel 't drukken maar wat drukker.
I
MÊÊmÊÊm
ernstige toon op schrift. Tegelijkertijd werkt hij echter aan een kluchtig gedicht. Hij had een beweeglijke geest, steeds weer nieuwe invallen en ideeën. Maar dat maakt Huygens nog niet oppervlakkig." Niet altijd was daarvoor waardering: "In de negentiende eeuw vond men zijn verstandelijkheid storend en miste men er de gemoedsuitstorting in. Maar dat komt doordat men toen een romantische opvatting van dichterschap had. Daardoor zag men niet steeds het eigene van Huygens' dichtwerk. Overigens waren er toen ook letterkundigen, zoals Potgieter, die erg geestdriftig over Huygens waren."
L
ater herleefde Huygens. Strengholt: "Pas na de Tweede Wereldoorlog is de waardering voor Huygens in brede kring gegroeid. Waarom weet ik niet. Misschien doordat die romantische levenshouding verdween en VU-MAGAZINE - JULI/AUGUSTUS 1987
men wat meer gevoel kreeg voor het experimentele, voor het spelen met taal. Daar zit bij nadere beschouwing toch óók emotie in. Dat is bij Huygens net zo. Hij is een woordkunstenaar, een vakman die de techniek op hoog niveau beheerst. De gemoedsbewegingen liggen er niet dik bovenop. Je moet ze zien te vinden. Als je die moeite neemt, als je met zo'n tekst gaat worstelen, dan vind je ze ook." De groeiende waardering bleek enige maanden geleden op een herdenkingscongres van neerlandici in Den Haag, dat geheel aan Huygens was gewijd. "Er was daar een ritseling merkbaar in de zaal", vertelt Strengholt. "Je voelde iedereen denken: wat een interessante man! Eén van de aanwezigen zei: 'Het congres danst'. Zó uitbundig was de stemming." Aardig aan Huygens is ook zijn al genoemde veelzijdigheid, vindt Strengholt. "Hij was iemand die overal in Europa goed rondkeek, oren en ogen de kost gaf, om het even of het om muziek, architectuur, of letteren ging. Daardoor kon hij steeds de nieuwste ontwikkelingen signaleren. Zo zag hij in Italië de voortbrengselen van een nieuwe bouwstijl, het klassicisme, en terug in Nederland zie je hem her en der aan de gang om het bouwen in die stijl te stimuleren. Hij dacht hardop met vrienden mee die een nieuw huis wilden bouwen. Zo heeft Huygens mede een zekere rol gespeeld bij de totstandkoming van gezichtsbepalende bebouwing in de Haagse binnenstad. Het Mauritshuis is daar een voorbeeld van." Ook was Huygens één van de eersten op het vasteland die oog hadden voor de waarde van de Engelse letterkunde. "Er werd bij ons op beperkte schaal wel Engels gelezen", weet Strenghoh, "maar dat beperkte zich nog tot vrome en stichtelijke lectuur. En dan komt Huygens ineens met een vertaling van John Donne. Die was hier eigenlijk volstrekt niet bekend, laat staan vertaald. Dat zijn van die leuke, opgangbrengende dingen van Huygens. Eigenlijk is hij de Gouden Eeuw in een notedop.''
L
angzamerhand komen we dichter bij het antwoord op de vraag wat Strengholt in Huygens ontroert. "Je kunt nooit met zekerheid zeggen waarom iets of iemand je zo aanspreekt en je in je hart raakt. Heel voorzichtig kan ik het misschien zó onder woorden proberen te brengen: Huygens is voor
mij ten eerste een man van de vorm. Hij dicht op niveau, en heeft daarin iets heel eigensoortigs. Dat puntige, dat geestige. Hij verbindt kunstzinnigheid met vernuftigheid. Daardoor geeft hij zich niet gemakkelijk gewonnen. Maar de bevrediging is dan ook des te groter wanneer je het gevoel hebt erin te zijn thuisgeraakt. Je gaat dan steeds meer van 'm genieten." Er is meer: "Ten tweede spreekt Huy-
Aan de sneeuw Droog water, koele wol, wit roet, gehakte veren, wees welkom bovenop m'n beste hoed en1kleren, kleren, ik zie niet hoe men u met reden haten zou die ons van boven brengt de warmte met de kou. gens me aan door de inhoud van zijn werk. Hij is gereformeerd, maar dan in de brede zin van het woord. Een gelovig christen, al tref je heus niet in elk gedicht het woordje 'God' aan. Dat hoeft ook niet. Maar in zijn beste ogenblikken kan hij het geloof scherp en goed formuleren. Ik zou zeggen: Huygens is een groot dichter in de traditie van de Reformatie. Overigens kun je vorm en inhoud eigenlijk niet scheiden, zoals ik nu voor het gemak even heb gedaan. Het is juist het samengaan van die twee.'' Is Huygens dan een veredelde Jacob Cats? "Die schreef volks en eenvoudig. Overigens met opzet, dat vergeet men vaak. Cats wilde dichtbij de gewone mensen staan. Huygens is van een veel
•
I•
Prof.dr. L. Strengholt: 'Opwindende ervaring' FotoAVC/VU
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
VU-Magazine | 485 Pagina's