VU Magazine 1987 - pagina 279
hoger niveau, weet dat soms ook wel heel goed van zichzelf. Maar evengoed is hij heel menselijk. Veel dieper dan Cats probeert hij in de huid van zijn medemensen te kruipen." Om dat te laten zien, loopt Strengholt naar zijn Huygenskast. "Hier, hier heb je zo'n gedicht. Een vriendin van Huygens heeft haar dochter verloren. Huygens stuurt haar een troostdicht. Eerst zegt hij: de wereld is te klein om jouw verdriet en jouw tranen te kunnen bevatten. Hij leeft zich helemaal in haar toestand in, gaat daarin met haar mee. Vervolgens zegt hij: ik weet wat je voelt, ook ik verloor een zoon vroegtijdig aan de dood. Ook mijn verdriet was niet te peilen en te stelpen. En pas hier, op 't eind, laat hij zien dat er een troostende God is, die haar wil bijstaan in haar smart. Zó menselijk treedt Huygens hier naar voren. Die persoonlijke kant van hem heeft men wel eens wat over het hoofd gezien.''
T
och had Huygens ook zwakkere trekken. "Hij had wel iets meer mogen selecteren. Een tikje ijdelheid was hem niet vreemd en zijn eigen niveau ontging hem niet. Dat bracht hem ertoe alles maar te bewaren en te laten drukken.'' Dat heeft ook weer zijn aardige kanten. Strengholt: ' 'Van Shakespeare is niets bewaard gebleven aan handschriften, helemaal niets. Met moeite heeft men uiteindelijk een handtekening weten op te sporen. Van Huygens is alles er, tot en met de kladjes toe. Het is dan 'aardig om te zien hoe Huygens werkte, hoe zijn gedichten ontstonden en groeiden, wat hij doorhaalde en veranderde." Al met al ontstaat het beeld van het prototype van de Nederlander: een vlijtige, spaarzame, oranjegezinde calvinist met een brede klassieke vorming, waarin waarden als menselijkheid, mildheid en verdraagzaamheid in het midden staan. Strengholt kan zich in die kenschets wel vinden. "Daar zit wel wat in. Huygens was nuchter, actief, gelovig en oranjege-
Twee werelden Twee warre werelden bewoon ik overhands, Eén die volkomen is, een andere bijkans. 's Daags vind ik me in d'één,/ 's nachts dunk ik me in d'ander, In arbeid en in ernst gelijken ze elkander. Dit scheelt 't: déze zie ik, die droom ik dat ik zie Of is dééz mogelijk zowel een droom als die?
14
Schaduw
Al is het vliegje nog zo klein, het werpt zijn schaduw op het plein.
zind. Maar dat alles dan wel op een hoog niveau; dat van een scherpzinnig kunstenaar. Je hebt ook het type van de 'botte Hollander', maar die laat Huygens natuurlijk ver achter zich.'' Niettemin is Huygens nooit een nationale volksfiguur geworden. Hij stichtte zelfs geen invloedrijke letterkundige school. "Dat is waar', beaamt Strengholt. "Maar aanvankelijk zag dat er wat anders uit. Huygens maakte snel naam als dichter. In de eerste dertig, veertig jaren van zijn dichterschap, zeg maar tussen 1620 en 1660, vond hij alom navolging. Die invloed is tot in uithoeken nog aan te wijzen. Zo is er in 1648, bij de vrede met Spanje na de Tachtigjarige Oorlog, een zeventienjarige knaap uit VoUenhove die in Kampen studeert. Hij schrijft een groot gedicht op het sluiten van de vrede. Uit alles blijkt dat hij Huygens kent en navolgt." Overigens moeten we ons van de oplagen van letterkundige werken in die tijd geen al te ruime voorstelüng maken. "Huygens haalde misschien zo'n duizend exemplaren per boek. Je moet dan wel bedenken dat één exemplaar door heel wat mensen werd gelezen. Toch was er slechts een beperkte kring in de steden die kennis nam van de cultuur." Na 1660 taant Huygens' invloed. Strengholt: "In die tijd komt Vondel op. Hij dringt Huygens eigenlijk wat weg. De smaak van het publiek veranderde en daar paste Vondel beter bij." Een mooi voorbeeld is weer de eertijds zeventienjarige dichter uit VoUenhove. "Die zie je na 1660 wederom een tikje plagiaat plegen, maar nu uit Vondels werken.'' Ook internationaal verwierf Huygens zich enige faam. Niet door zijn Latijnse poëzie, die hem tot over de landsgrenzen verstaanbaar maakte. ' 'Huygens maakte vele diplomatieke reizen in opdracht van de Oranjes", vertelt StrenghoU. "Op één van die reizen, naar Frankrijk, ontvangt men hem ook in Lyon. Je ziet dan dat men hem daar niet zozeer als diplomaat verwelkomt, maar vooral als de internationaal vermaarde dichter.'' Je kunt je afvragen waarom Huygens eigenlijk ook in het Nederlands schreef. Het schrijveH4ft de moedertaal werd nog
in Huygens' tijd wel eens gezien als minder dan het schrijven in het Latijn, Frans of Italiaans. ' 'Ook daarin zie je dat Huygens dichtbij de mensen wil gaan staan'', meent Strengholt, "daarbij komt dat hij zovele vriendinnen had, aan wie hij talloze gedichten opdroeg. Wilde hij voor haar verstaanbaar zijn, dan kon hij het Latijn niet gebruiken. Bovendien streefde Huygens ernaar zijn kunstzinnigheid op zoveel mogelijk terreinen tot uitdrukking te brengen. Dus óók in het Nederlands. Maar inderdaad beschouwden latinisten dat als een treedje lager.''
W
at was voor Strengholt nu een aardige ontdekking of een leuk moment in zijn onderzoek naar Huygens? Hij hoeft niet lang na te denken: "Een collega had eens beweerd dat er van de oudste druk van Huygens' dichtbundel Heilighe Daghen geen enkel exemplaar meer bestond.
Oude vrijer •
F.pn oud niif man die uifvrijen Een
gaat: een winter die vol bloemen staat,
Iedereen dacht: nou, dat zal wel goed nagegaan zijn, en sindsdien schreven we het allemaal klakkeloos na. Nu wilde het geval dat ik in 1971 met mijn gezin in Engeland vakantie hield. Ik dacht toen: kom, ik ga toch eens naar de bibliotheek van het British Museum in London. Wie schetst mijn verbazing toen ik daar van de oudste druk gewoon een exemplaar in de catalogus zag staan! Niemand had ooit de moeite genomen die te raadplegen. Een blamage voor de wetenschap, ook voor mezelf, hoor. Want ik had hier op de universiteit die catalogus van het Brits Museum zó kunnen inzien.'' Die vondst, "een opwindende ervaring", leidde in 1974 tot een heruitgave van die alleroudste druk. "Een vondst mag ik het eigenlijk niet noemen", blijft Strengholt bescheiden, "want het boek was niet zoek, alleen had niemand het gezocht." Constantijn Huygens had er ongetwijfeld een spits puntdicht aan gewijd. D
L. Strengholt: Constanter; Het leven van Constantijn Huygens; Querido. Frits Stoffels studeert theologie en is free lancejournalist
VU-MAGAZINE — JULI/AUGUSTUS 1987
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
VU-Magazine | 485 Pagina's