VU Magazine 1987 - pagina 363
staan de sji'ieten eigenlijk wel? In werkelijkheid gaat het om allerlei stromingen. Een verre van volledig lijstje levert wonderlijk klinkende namen op: ismailieten of 'zeveners', twaalvers, zaïdieten, goelat of 'overdrijvers', noesai'riërs, Aga Khan of 'assassijnen', en druzen. De bekende baha'i's, overigens als ketters beschouwd, vonden ook hun wortels in het sji'isme. Slechts over één geloofsartikel zijn sji'ieten het eens: een nakomeling van Mohammed moet de moslimgemeenschap leiden. Daarna gaan de wegen uiteen. Indien nodig, bestrijdt men elkaar ook onderling. Wie zijn de sji'ieten eigenlijk? Een vraag aan de godsdienstgeschiedenis. We moeten daarvoor naar Saoedi-Arabic, bakermat van de Islam.
I
n 632 stierf AUahs gezant Mohammed. Die had Gods laatste openbaring aan de mensheid ontvangen. Volgens de moslims was die met de oudtestamentische aartsvader Abraham begonnen, en was Mohammed een nazaat van deze zwervende Arameeër. Na Mohammeds dood ontstond een op het oog politiek geschil, dat echter al snel een theologisch gezicht kreeg. De man of de leer?, kun je versimpelend zeggen. De meerderheid, die van de soennieten, meende dat aan geestelijke leiding niet echt behoefte was. Hoogstens diende die de lopende zaken te regelen, of de samenkomsten in banen te leiden. De soenniet zijn Koran en oemma (de geloofsgemeenschap) genoeg. De hoogste post, die van kalief (plaatsvervanger), kon dus door iedereen vervuld worden. En zo
'Fundamentalisme typeert niet alleen de Islam van nu. Je ziet in andere godsdiensten evenzeer een teruggrijpen naar oude normen, waarden en geloofsvoorstellingen.' werd een vriend van Mohammed tot diens opvolger benoemd, Aboe Bakr, omdat die over organisatietalent beschikte. De diepgang van zijn geloofsleven was wat minder duidelijk. Voor een minderheid, de latere sji'ieten, deed de persoon van de leider er wel degelijk toe. Die was bijna nog belangrijker dan de leer. Het sprak vanzelf dat hij een afstammeling van Abraham en Mohammed moest zijn, een telg uit Gods uitverkoren familie. Hij moest de gelovigen, 8
die het zelf niet zo goed weten, tot lichtend voorbeeld zijn en hen op het juiste pad geleiden. Nu had Mohammed geen zonen, wel een neef die tevens schoonzoon was: AU. De goede man was zelf niet op het kaliefschap uit en hield zich op de vlakte. Na de dood van de eerste drie kaliefen - uitstekende managers, maar met een wat schraal geloof - bracht een opstand de tegenstribbelende Ali alsnog op de hoogste zetel. Na zijn dood, in 661, teweeggebracht door een in gif gedoopt zwaard, wees men weer 'wereldse' kaliefen aan. Tot ongenoegen van Ali's aanhang, die nadruk legde op het charisma van de leidsman. Een aanhang van vooral allerarmste moslims, die met afkeer de groeiende wereldlijke macht van de kaliefen en hun zwelgende rijkdom bezagen. Zij beschouwden Ali's zonen, Mohammeds eigen nageslacht, als de ware kaliefen, die zij Imams noemden. Proletarische trekjes hebben de sji'ieten nog steeds: dagelijks roept Radio Teheran op tot strijd tegen de rijken. In 680 kwam het tot een veldslag. Mohammeds kleinzoon Hoessein legde het in het Irakese Karbala af tegen het leger van de Oemajjaden, het heersende kaliefenhuis. Met open ogen ging Hoessein de dood tegemoet, in een laatste, vertwijfelde poging het geweten van de Islam zoals hij die zag, door zijn sterven wakker te schudden. Karbala noemt zijn militaire operaties naar deze stad: Karbala I, II en III. Hoesseins martelaarschap had inderdaad gevolg. De losse sji'ieten groeiden uit tot een krachtige beweging die niet meer viel weg te denken. Hoesseins dood maakten lijden, heiligenverering en martelaarschap tot centrale noties in de sji'ietische theologie.
I
n totaal waren er twaalf Imams uit het huis van Mohammed. Zij zagen zich als met goddelijk gezag bekleed. Helaas ging er met de laatste iets mis. De twaalfde Imam, kind nog, verliet in 874 op geheimzinnige wijze via een Irakese kelder de zichtbare wereld en kwam nooit weerom. Dat gaf het sji'isme een nieuwe dimensie. Die twaalfde Imam zou aan het eind der tijden weerkeren en dan Gods Rijk voorbereiden. Volgens sommige islamieten komt hij zelfs als Jezus terug. Tot die tijd geldt elk gezag, met name het wereldse, als voorlopig en zelfs onwettig. De Iraanse sji'ieten hadden daarom geen schroom de sjah te verjagen. Overigens heten de huidige voorgangers in Iran ook imam, maar met een kleine i, wat niet wegneemt dat ze in de
praktijk over een onaantastbaar, zo niet goddelijk gezag beschikken. Het thema 'mystieke verdwijning' speelde in het sji'ietische gedachtengoed vaker een rol. Een ware godsgezant sluit zijn werkzaamheid af met een spectaculaire sprong in de onzichtbaarheid. Nog in 1978 was er zo'n geval. Imam Moesasadr, sji'ietisch leider in de Libanon, ging op reis naar Libië, maar bleek na aankomst onvindbaar, hij is dat tot op de huidige dag gebleven. Het spreekt vanzelf dat een zo voor messiasfiguren vatbare beweging ook de nodige teruggekeerde Al-Mahdi 's (de Twaalfde Imam) achter de rug heeft. In Teheran verschijnen jaarlijks kalenders met portretten van de eerste elf Imams. Het laatste portret bleef tot 1979 steevast leeg. Sindsdien kan men in de slotmaand vaak de gelaatstrekken van Khomeiny op het afsluitende plaatje ontwaren. Overigens erkennen niet alle sji'ieten twaalf Imams. De ismailieten of 'zeveners' hebben aan zeven genoeg. De goelat of 'overdrijvers' kennen aan Ali, de eerste Imam, goddelijke trekken toe. De zaïdieten gaat dat te ver: Ali was wel bijzonder, maar slechts beperkt onfeilbaar. De noesai'riërs in Syrië en de Libanon vormen een buitenissige groep met een geheel eigen leer over de vleeswording van Ali. Een aparte plaats nemen de assassijnen in. Onder hun stichter, mysticus Sinan ben Salman, vochten ze in de Middeleeuwen tegen christelijke kruisvaarders. Hun onverschrokkenheid dankten ze aan de hasj die Salman z'n strijders vóór elke slachtpartij toediende. Hasjisjin werd daarom hun naam. Als assassin (moordenaar) belandde het woord uiteindelijk in het Frans. Uit deze assassijnen kwam de beweging van Aga Khan voort, die door zijn volgelingen als godheid wordt vereerd. Sinds Salman gelden terrorisme en sluipmoord als gerechtvaardigde middelen in de strijd tegen overheersing door ongelovigen. Toch kenden de sji'ieten zeker ook tijden van vreedzaamheid. Dan namen ze afstand van woeligheid en politiek, en beleden in stilte hun geloof.
D
e sji'ieten vormen dus een beweging rond charismatische persoonlijkheden. Een inspirerend leider krijgt al gauw messiaanse trekjes. De leer is wat wisselvalliger en kan er morgen op gezag van een leidsman weer een tikje anders uitzien. Op 31 juli stormden duizenden Iraniërs Mekka binnen en ontketenden geweldige rellen. Honderden doden. Voor de doorVU-MAGAZINE - OKTOBER 1987
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
VU-Magazine | 485 Pagina's