VU Magazine 1987 - pagina 271
vind ik geen oplossing. Grammatica's dienen om kinderen beter te leren spreken. De basisregels vind je er niet terug. Logisch, want elke Nederlander zet automatisch 'niet' op de goede plaats in een zin; dat hóef je niet te leren. Maar voor een Turk die Nederlands wil spreken ligt dat anders."
D
it voorbeeld laat zien hoe belangrijk het is om regels te kennen. In oude grammaticaboeken werd daar geen aandacht aan besteed. Ze vertelden dat een bepaalde constructie fout was, maar niet waarom. In de laatste decennia is dat veranderd. Vooral Noam Chomsky (Amerikaans linguist, KS) heeft aangedrongen op het
Chomsky stelt dat er in het onderbewustzijn van de mens een aantal basisregels, een soort basisgrammatica, aanwezig is en dat taal een biologische functie is. Ik denk dat hij gelijk heeft.' ontwikkelen van verklarende grammatica's. Grammatica's die vertellen waarom een zin goed of fout is. Dat betekent dat je constructies moet gaan onderzoeken; dat je probeert uit te vinden waar het
woordje 'niet' moet staan en een verklaring zoekt voor het feit dat het de ene keer in het midden van een zin staat en de andere keer aan het eind. Sommige problemen zijn door studie inderdaad opgelost. 'Jan betreurt het dat het regent' is een goede Nederlandse zin. Maar 'Jan weet het dat het regent' is fout. Waarom is dat zo? 'Betreuren' is een 'factitief werkwoord, een werkwoord waarbij de spreker veronderstelt dat wat in de bijzin verteld wordt, waar is. Je kunt dus zeggen: 'Jan betreurt het feit dat het regent'. Als je zegt: 'Jan weet het dat het regent', dan klinkt dat als een dubbele boodschap. Het probleem van de factiviteit bestaat trouwens ook in andere talen; westerse en oosterse." Door de ideeën van Chomsky heeft de taalkunde zich enorm ontwikkeld. Taalkundigen zijn diep doorgedrongen in de structuur van verschillende talen. Zij hebben ontdekt dat uitzonderingen soms geen uitzonderingen zijn, maar juist een bevestiging van bestaande regels. Zelf heb ik gevonden dat er op abstract niveau overeenkomsten bestaan tussen het Turks en de westerse talen. De zinsopbouw lijkt geheel af te wijken, maar in de hiërarchische opbouw bestaan overeenkomsten. Chomsky stelt ook dat er in het onderbewustzijn van de mens een aantal basisregels, zeg maar een soort basisgrammatica, aanwezig is. Hij zegt dat taal een biologische functie is. Ik denk dat hij gelijk heeft. Zijn visie geeft een verklaring voor het feit dat iedereen in een korte tijd zijn moedertaal leert spreken; het verklaart ook waarom je je vrij snel de basisregels van een andere taal kunt eigen maken. En het maakt duidelijk waarom er overeenkomsten zijn tussen talen die op het oog volledig van elkaar verschillen. Het zou interessant zijn om een aantal kinderen een zelfgemaakte taal te leren, hen vervolgens af te sluiten van de buitenwereld en dan gedurende een aantal eeuwen te bekijken hoe die taal zich ontwikkelt. Je zou dan kunnen vaststellen welke structuren aangenomen worden en welke verdwijnen; welke constructies overeenkomen met die basisregels die je in je hersenen hebt en welke niet. Maar zo'n experiment is natuurlijk onmogelijk, zowel om ethische als praktische redenen."
D
e toekomst? Ik zou graag mijn beide achtergronden, de wiskundige en de taalkundige, willen combineren. Met mijn kennis van ar-
chitectuur en Arabisch zou ik natuurlijk naar een Arabisch land kunnen gaan om daar te werken. Maar dan kan ik niet meer aan taalkunde doen. Er is echter grote behoefte aan taalkundigen met een technische achtergrond, bij voorbeeld voor het maken van vertaalcomputers. Op dat terrein zijn er zeker mogelijkheden. Pogingen om westerse talen in een computer te stoppen hebben tot nu toe weinig succes gehad, maar dat zegt waarschijnlijk meer over de moeilijkheid van de westerse talen dan over computers. Je kunt een computer vergelijken met een uiterst domme leerling. Je zult hem alles duidelijk moeten maken. Daarom moet je diep in de structuur van de taal afdalen. Voor de westerse talen is dat zeer moeilijk. Maar je kunt al veel problemen oplossen en uitzonderingen omzeilen door bij het vertalen gebruik te maken van een 'tussentaal'. Je vertaalt dan Duits in esperanto en zet vervolgens het esperanto om in Frans. Esperanto is een zeer logische taal met weinig uitzonderingen. Ook het Turks zou je goed als tussentaal kunnen gebruiken. Turks is naar mijn mening nog logischer dan esperanto." "Wat talen aangaat wil ik me concentreren op mijn lievelingstalen: Turks, Perzisch, Arabisch en Russisch. In eerste instantie denk ik aan uitbreiding van mijn kennis van het Arabisch door Egyptisch en Marokkaans te leren. Ook Bulgaars en Joegoslavisch, als uitbreiding van het Russisch, behoren tot de mogelijkheden. Ik zou ook mijn kennis van het Hindi wel willen verbreden maar dat brengt veel werk met zich mee. Ik zou kennis moeten nemen van het Hindoeisme met al zijn goden en van het Boeddhisme om de taal te kunnen begrijpen. Voorlopig beperk ik me tot mijn vier hoofdtalen; voor deze talen heb ik mij geen grenzen gesteld. Voor andere talen, zoals het Gaelic en het Italiaans ben ik tevreden met een basisniveau; ik kan me als toerist dan in bijna elke situatie redden. Het Turks beheers ik 'compleet', dat wil zeggen: ik ken zo'n 15.000 woorden. Er zijn schrijvers waarvan het gehele oeuvre 15.000 verschillende woorden beslaat. Overigens moet ik er wel bij zeggen dat volledige kennis van een taal onmogelijk is. Het Engels telt, alle vaktermen meegerekend, zo'n 500.000 woorden. Dat kan geen mens leren.'' D
Koos Schwartz studeerde geschiedenis en is freelance journaUst
VU-MAGAZINE-JULI/AUGUSTUS 1987
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
VU-Magazine | 485 Pagina's