Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1987 - pagina 63

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1987 - pagina 63

2 minuten leestijd

verzuiling, maar veeleer op de uitholling daarvan, als gevolg waarvan een volstrekt kleur-, smaak- en geurloze eensgezindheid de overhand kreeg; "een grijze brij van consensus die daaronder tevoorschijn kwam." De 'loodom-oud-ijzertheorie' lijkt tóen te zijn geconcipieerd. Tegen deze apathische eensgezindheid, die alles overheersende grijstoon, kwam men in de jaren zestig massaal in verzet. En het waren niet alleen overmoedige jongeren die de kat de bel aanbonden; een tweede misverstand dat Mak uit de weg tracht te ruimen.

D

e doorbraak in de jaren zestig werd niet uitsluitend gedragen door progressieven, jongeren en intellectuelen, stelt Geert Mak. En hij roept daarbij oud-oremier Biesiieuvel('mooie Barend') op als getuige. Ook voor deze, niet primair als radicale nieuwlichter bekend staande AR-politicus, betekenden de jaren zestig een periode van verandering en vernieuwing, waarvan Biesheuvel zelf de oorsprong weet terug te voeren op de ervaringen van zijn generatie tijdens de crisis in de jaren dertig en de Tweede Wereldoorlog. Toen Biesheuvel minister van landbouw werd, heeft ook hij bewust gedacht: 'Dat nooit meer. Nü heb ik de kans het anders te doen.' Niet alleen voor studenten en ander opstandig, werkschuw en bovenal langharig geheten 'tuig' gold democratie als het beleidsdoel van de jaren zestig. Die roep om een gelijkwaardiger machtsverdeling, inspraak, medezeggenschap en de daartoe noodzakelijke openheid en openbaarheid, weerklonk min of meer algemeen. Niet 'links' had daarvan het monopolie, dergelijke eisen vielen ook binnen de confessionele partijen en bijvoorbeeld binnen de kerken te beluisteren. Mak onderscheidt de 'opstandigen' uit die tijd in soorten en maten. Er waren politlel<e rebeiien, jonge ambitieuze

D

eze indeling maakt duidelijk dat de onvrede uit de jaren vijftig die in het daaropvolgende decennium tot rumoer en tumult leidde, geen tot Nederland beperkte aangelegenheid was. In alle Westerse democratieën hing de verandering in de lucht. Het einde van de grote ideologieën kondigde zich overal aan - de diepere achtergrond overigens van de ontzuiling in ons eigen land. In de meeste democratieën waren de twee voormalige tegenvoeters, de sociaal-democraten en de liberalen, het inmiddels grotendeels eens, met name op het punt van de sociale politiek. Partijprogramma's leken uitwisselbaar geworden. En een als onverbiddelijke revolutionair beschouwde denker als l-lerbert Marcuse betoogde in zijn Ééndimensionale mens zelfs dat de stabiliteit in de meeste Westerse landen inmiddels zo groot was geworden, dat een fundamenteel andere visie en een serieuze oppositie, daarin niet langer mogelijk zou zijn. Voor Geert Mak is de politieke cultuur van de jaren zestig een typische overgangscultuur geweest, "met alle verwarring en diversiteit van dien." Het feitelijk begin van de politieke on/ideologisering vond al in de jaren vijftig plaats. De re-ideologisering - het niet zelden kritiekloos omarmen, allereerst door studerende jongeren, van bijvoorbeeld het gedachtengoed van Kari Marx en de al spoedig furore makende, neo-marxistische goeroes kwam in feite pas goed op gang aan het eind van de jaren zestig. De verwarring in de tussenliggende overgangsperiode komt voor een belangrijk deel voor rekening van de grote politieke partijen die niet, of volstrekt inadequaaat, reageerden op de uitholling van hun afzonderlijke bestaansrecht en te laat de bakens verzetten.

O

ok in een wat ruimere vlucht gezien zijn de jaren zestig voor Geert Mak een overgangsfase en dus niet het feitelijke draaipunt in de na-oorlogse geschiedenis van de politieke folklore. De omslag in politiek en cultuur bijvoorbeeld, die wij nu in de jaren tachtig beleven, is geen restauratieve tendens als reactie op de jaren zestig, maar een voortzetting van de grijze politiek uit de jaren vijftig; een poging de draad van politieke eensgezindheid en consensus, die men in die periode moest iaten vallen, weer op te rapen. Pas nü dringen de consequenties van het eind der ideologieën in voile omvang tot ons door; die ene, allesomvattende heilsleer voor de toekomst ontbreekt. De jaren zestig zijn in de visie van Geert Mak dan ook niet meer geweest dan een onbewuste poging dat proces nog even tepolitici, die binnen de partijen opereerden en die met hun gen te houden. En dat nog wel door een oude ideologie als idealisme de oude garde van het pluche trachtten te ver- het marxisme van stal te halen en als antwoord op alle drijven: Nieuw Links binnen de PvdA en christen-radica- vragen aan de ontheemden en stuurlozen aan te bieden. len binnen de confessionele partijen. Er waren de politie- Mak: "Het marxisme bood een ideologische basis voor /ce vernieuwers, die de weg vooral zagen in democrati- een generatieconflict binnen de burgerlijke maatschappij sche hervormingen van procedurele, meer formele aard: en, sterker nog, het camoufleerde het angstwekkende feit D'66 met name, en ook de PPR. En ten slotte waren er de dat 'links' aan het eind van de twintigste eeuw steeds marxisten die in het gat sprongen dat de 'ontideologise- meer met lege handen kwam te staan. Zo werd het marring' in de jaren vijftig had veroorzaakt. Gemeen hadden xisme zelf opium van het volk, een roes die het denken deze drie groepen de politieke gerichtheid van hun stre- over werkelijke vernieuwing minstens tien jaar heeft verven. Dit in tegenstelling tot de even opstandige, maar min traagd." of meer a-politieke stromingen van Intellectuelen, kunste- Wat dat betreft heeft de zich anarchistisch noemende, naars en een enkele student, verzameld rond bij voor- maar in wezen a-politieke Provo-beweging destijds de tijdbeeld Provo, en de eveneens a-politieke hippies met hun geest beter doorzien. Want, zo luidde hun adagium, met eigen ffotver-pow/ersubcultuur. onze provocaties zullen we de maatschappij wel niet ver-

Niet alleen voor studenten en ander opstandig, werkschuw en bovenal langharig geheten 'tuig' gold dennocratie als hèt beleidsdoel van de jaren zestig.

is

VU-MAGAZINE - FEBRUARI 1987

b-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

VU-Magazine | 485 Pagina's

VU Magazine 1987 - pagina 63

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

VU-Magazine | 485 Pagina's