VU Magazine 1987 - pagina 55
S
toffels heeft moeite met zo'n 'reveil'. "Er spreekt de wens uit de schaapjes in het hok terug te krijgen. Dat is niet alleen een illusie, het is ook niet wenselijk. We hebben bij de studenten gezien dat ze zelf bezig willen zijn met vragen rond leven en dood en het bestaan van God bij voorbeeld. Veel mensen willen helemaal niet het definitieve antwoord, voor eeuwig en aUijd vastge-
'Er is iets aan het ontstaan dat geen vorm of gestalte heeft, dat absoluut niet in kerkelijke kaders past; een soort onzichtbare religie'
Als het godsdienstig stempel sterk drukt op het ouderlijk milieu, is de kans groter dat de studenten bij godsdienst en kerk betrokken blijven. Een gereformeerde huiskamer uit de jaren dertig. Foto Ronald Sweering 'Ha! Het is weer kerk vandaag!' Foto Gert J.Peelen
legd. En ze hebben absoluut geen behoefte aan betutteling of bevoogding van wie of wat dan ook. Er is iets aan het ontstaan dat geen vorm of gestalte heeft, dat absoluut niet in kerkelijke kaders past; een soort onzichtbare religie." Naar deze 'onzichtbare religie' zijn Stoffels en Dekker niet op zoek geweest, maar in de antwoorden van de ondervraagde studenten kwamen zij er voortdurend sporen van tegen. Geloofsvragen spelen voor de overgrote meerderheid een rol bij het nadenken over zichzelf en over de maatschappij, maar het is lang niet meer alleen het christelijk geloof dat die rol speek. Dekker: "Velen zijn op zoek naar een eigen, individuele manier van geloven. Ze bouwen een eigen levensbeschouwing op met elementen uit allerlei godsdienstige en filosofische tradities die officieel tegenstrijdig heten te zijn."
Stoffels: "Elementen uit de christelijke traditie zijn daarbij niet afwezig, maar ze oriënteren zich óók op allerlei andere zaken. Op de boeken die ze lezen bij voorbeeld. Dat varieert van Dowthee Sölle en Harold Kushner tot Karl Popper, Nietzsche en Maarten 'i Hart. En op stromingen als antroposofie en oosterse religes. Het zijn allemaal flarden. Niemand noemt zich antroposoof, niemand noemt zich Bhagwan, niemand noemt zich Nietzscheaan. Er is geen enkel patroon in te ontdekken.'' Een student drukte het zo uit: "Alles is op z'n tijd aansprekelijk: zen-boeddhisme, innerweltliche Askese, monnikendom, leven als God in Frankrijk en meer." De kerk speelt bij het opbouwen van deze privé-levensbeschouwinkjes geen rol. Stoffels: "Ze spreken erover onder elkaar, in kleine netwerken van leeftijdsgenoten. De kerk komt daar niet bij; boeken, tijdschriften, radio en televisie wel."
H
et zijn deze bevindingen die Dekker tot zijn uitspraak over de noodzaak van een reformatie brachten. Dekker: "De Reformatie in de zestiende eeuw was een aanpassing aan een veranderende maatschappelijke situatie, een zoeken naar een formulering van de christelijke godsdienst in een nieuwere tijd. Nu is er iets soortgelijks nodig. Het gaat niet om kleine aanpassingen, het gaat om de vraag hoe de christelijke godsdienst aansluiting kan vinden bij het denken en voelen en beleven van mensen. Dat vereist een radicale herformulering van de christelijke godsdienst. Het heeft te maken met godsbeelden, met de vraag of er iets buiten deze werkelijkheid moet bestaan om te kunnen geloven."
Vooralsnog ziet Dekker zo'n reformatie nog niet direct plaatsgrijpen. "De kerken zijn nog lang niet toe aan de vraag hoe ze hier creatief op kunnen reageren. Te vaak wordt bijvoorbeeld nog gevraagd: 'Waarom lopen onze jongeren weg?' in plaats van: 'Waarom zouden ze er eigenlijk bij willen horen?' Ik heb vaak de indruk dat men in de kerk geen flauw idee heeft van wat er onder mensen leeft. Men is er nog teveel van overtuigd dat bepaalde dingen goed zijn, terwijl ze al lang niet meer passen bij deze tijd. Er wordt wat gesleuteld aan de kerkdiensten, je hoeft de belijdenis niet meer zo letterlijk te nemen, hervormden en gereformeerden gaan samen op weg en dan vinden ze zichzelf al een hele piet.'' Stoffels: "De traditionele godsdienstigheid zal misschien nog wel blijven bestaan, want de kerken vormen een hechte organisatie. Maar ze zullen niet meer groeien. Ik zie meer in kleine godsdienstige gemeenschappen - ik noem het geen kerken - die een kleine, bescheiden plaats innemen. De mensen die daarbij willen horen kunnen er godsdienstige ervaringen opdoen, kunnen zich er warmen en, door elkaar geschud, op hun verantwoordelijkheden gewezen worden.'' "Ik maak zelf wel uit wat ik wel en niet geloof. Daar heb ik de kerk niet bij nodig," schreef een student. Maar een ander schreef: "Ik ben nog aan het zoeken. Ik zou heel graag een kerk willen hebben, waarvan je zegt: 'Ha, het is weer kerk vandaag'." D Een verslag van het onderzoek is verschenen bij Uitgeverij Kok in Kampen, onde"- de titel; 'Geloven van huis uit? Een onderzoek naar godsdienstige veranderingen bij studenten van de Vrije Universiteit'. Hanne Obbink studeerde theologie en is freelance journaUst
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
VU-Magazine | 485 Pagina's