Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1987 - pagina 345

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1987 - pagina 345

6 minuten leestijd

vraagd om de Eindhovense hogeschoolbibliotheek op poten te zetten. De TH zocht een ingenieur die van boeken hield en breed georiënteerd was. Een van de leden van de benoemingscommissie herinnerde zich dat Stellingwerff in de Delftse studentenpers veel had gepubliceerd over culturele,filosofische,theologische en kunsthistorische onderwerpen, en droeg hem voor. In 1960 solliciteerde hij naar de vrijgekomen plaats van VU-bibliothecaris, en kreeg de baan. "Door mijn aanleg studeerde ik bèta, door mijn belangstelling ontwikkelde ik me in alpha-richting. Ik wilde van de techniek naar de humaniora, naar de cultuur. Het was voor mij een mooie overstap." In Stellingwerffs kamer in het hoofdgebouw van de VU staat een houten beeldje van zijn naamgenoot Johannes (de evangelist). Bij zijn overstap van Eindhoven naar Amsterdam had Stellingwerff meer van een Johannes de Doper, de roepende in de woestijn. Infinancieelopzicht was zijn overstap er een van een lusthof naar een dorre woestenij. De TH besteedde in de eerste vier jaar van haar bestaan meer geld aan de opbouw van haar bibliotheek dan de VU in tachtig jaar. Met de grote gemeentelijke universiteitsbibliotheek om de hoek, hadden de VU-bestuurders de eigen bibliotheek altijd een lage prioriteit gegeven. Ze zaten al zo krap. "Ik trof een bijzonder zuinig opgezette

'In de bibliotheek gaat het om de samenhang van het geheel, ten dienste niet alleen van de één, maar ook van tien anderen.' bibliotheek aan. Op mijn kamerdeur, we zaten toen aan de Keizersgracht, schreef ik '5.4.6'. Ik dacht vijf keer zoveel ruimte, vier keer zoveel budget en zes keer zoveel personeel nodig te hebben om er iets van te kunnen maken." Na tien jaar stelde hij in het VU-jaarboek tevreden vast dat hij tien keer zoveel ruimte had, negentien keer zoveel personeel en negen keer zoveel budget als in 1960. Daarbij stelde hij wel fijntjes vast dat de gulden in die tijd voor meer dan de helft in waarde was gedaald. 36

E

en taakomschrijving kreeg hij niet in 1960, dus stelde hij zich ten doel een zelfstandige universiteitsbibliotheek op te bouwen. "De achterstand was enorm. Theologie was redelijk vertegenwoordigd, maar alleen van de calvinistisch-reformatorische kant. Ik besloot om ook werk aan te schaffen, waarmee in deze boeken gepolemiseerd werd. Van kathoüeke schrijvers, maar ook van Marx en Engels.'' Hij legde een voorliefde aan de dag voor het opkopen van complete collecties: "Een collectie is meestal door iemand met zorg bij elkaar gebracht, op een bepaald gebied. Vaak zitten er de fijnste elementen in, en even vaak zijn die niet meer te koop in de boekhandel." Tijdens zijn bibliothecarisschap verwierf de VU er een honderdtal, waaronder drie zeer grote.

gericht op technische informatieverschaffing, ten koste van de inhoudelijke. Er wordt niet echt bezuinigd. Men kiest gewoon voor iets anders. Er wordt veel geld gepompt in dure computernetwerken waarmee de gebruiker kan zien of en waar een boek in Nederland op de plank zou moeten staan. Alle heil wordt gezocht in interbibliothecair leenverkeer. Eén boek moet genoeg zijn voor heel Nederland. Ik vind dat je beter geld kunt besteden aan de aanschaf van extra boeken. Je kunt het vergelijken met de peperdure apparatuur die wordt aangeschaft om hartchirurgie mogelijk te maken. Daarvoor wordt gekozen. Maar daardoor is er geen geld meer om alle mensen die lijden aan stress op te vangen en te verzorgen.''

H

et jaar 1980 was in nog een opHet binnenhalen van de bibliotheek en de zicht een breekpunt. Stellingarchieven van het Kuyperhuis stemt hem werff heeft zich altijd nadrukkenu nog tevreden. In 1970 nam hij het ini- lijk gepresenteerd als lid van het wetentiatief tot oprichting van het aan de VU schappelijk corps. "Informatieverzorgevestigde Documentatiecentrum van het ging hoort in dezelfde business thuis als Nederlands Protestantisme. Hij haalde onderwijs en onderzoek", zegt hij ook de geschiedschrijver van het calvinisti- nu. sche volksdeel, dr. G. Puchinger, binnen In de opzet van de VU-campus, die begin als hoofd van het centrum, die op zijn jaren zeventig voorlopig voltooid werd, beurt de Kuyperdocumenten meenam komt zijn visie tot uitdrukking. In het naar de VU. "Elke bibliotheek moet iets hoofdgebouw liggen de faculteiten en de specifieks hebben. Daarom vond ik dat in bibliotheken naast elkaar, in het bèta-geelk geval de geschiedenis van het gere- bouw boven elkaar en bij geneeskunde formeerde volksdeel en de gereformeer- ligt de bibliotheek in het midden van het de wijsbegeerte hier aanwezig moesten gebouw. Zo dicht mogelijk bij de faculzijn. Dat verwachten de mensen im- teiten. Praktisch, dat zeker. Maar Stelmers." lingwerff bedoelde er nog iets anders mee. De VU kreeg in zijn tijd nog iets eigens in een unieke verzameling Engelstalige Tot groot ongenoegen van zijn collegaliteratuurgeschiedenis en theologie. An- bibliothecarissen aan andere universiteidere universiteitsbibliotheken richtten ten voerde hij bij de komst van de univerzich van oudsher op het verzamelen van sitaire bestuurshervormingen een demoFranse en Duitse collecties, maar lieten cratische structuur in voor zijn bibliode Engelstalige links liggen. Stelling- theek, net als op de faculteiten. Een werff en zijn medewerkers legden zich structuur die inmiddels, maar dat geldt toen, mede omdat het Engelse pond heel voor de universiteit als geheel, snel aflaag stond, erop toe om collecties uit En- brokkelt. Hevig verontwaardigd was hij geland en Schotland hier naar toe te ha- dan ook toen in 1980, in het ontwerp op len. de Wet voor het Wetenschappelijk Onderwijs, de bibliotheek onder het kopje Diensten kwam te staan. Na twintig jaar, na 1980, had hij de inVrij naar Multatuli zou Stellingwerffs druk dat hij zijn jofe af had. Daarna kon motto kunnen zijn: Ik wil voor vol aangehij zich voornamelijk nog gaan bezighouzien worden, al moet de interpretatie den met automatiseren... en met bezuinidaarvan minder schlemielig zijn dan ze gen. Het lukte hem niet, hij wilde niet allijkt. Stellingwerff: "Toen ik hier kwam, leen manager zijn. Mede als gevolg van waren de hoogleraren geneigd te zeggen de problemen die dit met zich meebracht, 'Dat boek moet aangeschaft worden'. droeg hij twee jaar geleden het interne biHet eerste wat ik deed, was hun een forbliothecarisschap over aan zijn opvolger. mulier in handen drukken, waarop stond Naar buiten toe bleef hij de VU vertegen'Hiermee stel ik u voor aan te schaffen woordigen. ...'. Daarmee wilde ik ze duidelijk ma"Het huidige beleid van het ministerie is

VU-MAGAZINE - SEPTEMBER 1987

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

VU-Magazine | 485 Pagina's

VU Magazine 1987 - pagina 345

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

VU-Magazine | 485 Pagina's