VU Magazine 1987 - pagina 261
doende de bouwcapaciteit in Vietnam te vergroten. Veel van de bouwtechnieken in het westen zijn de laatste jaren in rap tempo veranderd, maar deze ontwikkeling is vrijwel geheel aan Vietnam voorbijgegaan. De Delftse bouwkundigen adviseren nu hun Vietnamese collega's hierbij. In de afgelopen jaren zijn 16 laboratoria uitgerust met apparatuur en zijn in Nederland ongeveer 200 Vietnamezen opgeleid voor het gebruik
daarvan. Financiële steun voor de projecten komt van de Nederlandse overheid (via de NUFFIC) en de universiteiten zelf. Onder andere vanwege de Vietnamese bezetting van Cambodja besloot de regering in 1986 haar bijdrage drastisch te verminderen. De Nederlandse universiteiten hebben hün bijdrage daarop moeten verhogen om de projecten niet te laten vallen. (rv/gjp)
INGEZONDEN
Kosmos en godsbeeld
H
et is algemeen bekend dat het heelal een groot aantal sterren bevat, maar dat het aantal sterren minstens zo groot is als het getal dat gevormd wordt door een één met 22 nullen, is minder bekend. Om van zo'n groot getal enig beeld te krijgen kunnen we het vergelijken met iets waar we meer zicht op hebben zoals bij voorbeeld de hoeveelheid zand van onze stranden. Wanneer we het aantal zandkorrels uitrekenen dat de Nederlandse stranden bevatten, van Cadzand tot en met Schiermonnikoog (tot een diepte van één meter), dan komen we tot een getal dat gevormd wordt door een één met 'slechts' 20 nullen. Het aantal sterren is dus nog veel groter en dat betekent dat ons zonnestelsel, temidden van de andere sterren in het heelal nog veel onbelangrijker is dan één zandkorreltje tussen al het zand van onze stranden. Zou onze aarde, die in het geheel van de totale schepping niet meer is dan een stofje, het enige hemellichaam zijn, waarop de Schepper leven heeft geplaatst? In VU-Magazine van april 1987 gaf Mark Mieras zijn gedachten weer betreffende buitenaards leven en als enig wetenschappelijk antwoord op de vraag naar dat leven noemde hij de kansberekening. De kans dat er buitenaards leven is kan minimaal
40
klein zijn, maar als slechts één op de duizend miljard sterren een planeet zou hebben met (hoogwaardig) leven erop, dan zijn er toch nog miljarden 'bewoonde aardes' in het heelal. De dichtstbijzijnde andere 'aarde' kan dan echter wel miljoenen lichtjaren van ons verwijderd zijn zodat er dan vrijwel geen kans is dat buitenaards leven ooit door ons waargenomen zal kunnen worden. De mogelijkheid van bezield leven op andere planeten kan gedachten oproepen aan een relatie van dat leven met de Schepper, een relatie die, net als op onze aarde, ook verstoord zou kunnen zijn en behoefte heeft aan een (be)middelaar. Doordenken over het heelal op basis van ons traditionele geloof is heel moeilijk, maar mag dat een reden zijn om het dan maar niet te doen? Dat de Schepper alleen op onze planeet 'leven naar Zijn beeld' geplaatst zou hebben is afgeleid uit Genesis, waarvan de schrijver niet kon weten dat sterren veel meer zijn dan alleen maar lichtjes in de nacht. Het godsbeeld in de eerste bijbelboeken heeft vaak zoveel van de aardse mens die over God dacht dat het meer een godsbeeld naar het beeld van de mens is dan andersom. In veel verhalen uit het Oude Testament handelde God op een menselijke manier waar-
Jane Fonda op een solidariteiLsbijeenkomst voor Vietnam aan de Delftse Hogeschool in 1975 bij geweld en onrecht soms geaccepteerd werden in het belang van Israël. Zo zullen de bewoners van Kanaan in de tijd dat Israël er binnentrok, merendeels nakomelingen geweest zijn van de mensen die de hongersnood trotseerden waarvoor Jacob met zijn gezin naar Egypte uitweek. Met hun vertrek uit Kanaan hadden ze hun rechten op dat land losgelaten. De rechtmatige bewoners van Kanaan in de tijd van Jozua, werden echter als vijanden van God gezien als ze bezwaar maakten tegen de intocht van dat vreemde volk. Veel geweldverhalen in het Oude Testament zijn misschien geen historische verhalen, maar het menselijke handelen van God paste wel geheel in het denkpatroon van de vertellers; zij zagen God als hun stamgod die sterker was dan de goden van de andere volkeren. Mogen wij over de Schepper van alles wat er in het heelal is ook blijven denken dat Hij er speciaal voor de aarde is, net als men duizenden jaren geleden deed? Het denken over God als Schepper van een oneindig groot heelal kan wel moeilijkheden geven bij het denken aan Jezus als mens van zijn tijd, met de menselijke kennis van zijn tijd. Over een oneindig groot heelal waarin onze aarde als een nietig stipje verdwijnt, zal men in die tijd nooit hebben nagedacht. Kunnen wij betreffende de hemelvaart van Jezus en de 'nieuwe' aarde nog denken
aan: met een menselijk lichaam opstijgen naar het buitenaardse om ergens te verblijven tot aan een wederkomst, waarna er een eeuwig, altijd vóórt-durend bestaan zal zijn met stoffelijke lichamen op een nieuwe, stoffelijke aarde? Alles in het heelal is stoffelijk en dus vergankelijk; niets kan onveranderlijk in de tijd voortbestaan. Zou alles wat met ons geestelijke leven te maken heeft niet losgekoppeld moeten worden van stoffelijkheid en tijd; zou de 'eeuwige' zaligheid niet een tijdloos moment van volmaaktheid kunnen zijn, dat misschien met het stervensmoment kan samenvallen? We kunnen als we ons als christenen van de onbegrijpelijke grote Schepper, als 'onze' God, enig beeld willen vormen misschien het beste aan Jezus denken, dan hebben we een voor mensen begrijpelijk godsbeeld dat geen beeld naar ons eigen beeld is en waarmee we de Schepper niet tekort doen. Het hebben van een onjuist godsbeeld kan verstrekkende gevolgen hebben. In ons land heeft het ertoe geleid dat men meende de godsdienst veilig te kunnen stellen met behulp van de moderne militaire vernietigingstechniek. Zouden we ons, als er met deze techniek eens net zoiets zou gebeuren als in Tsjernobyl het geval was, pas afgaan vragen of ons godsbeeld misschien een afgodsbeeld was? A. P. de Winter, Rotterdam
VU-MAGAZINE - JUNI iy87
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
VU-Magazine | 485 Pagina's