Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1987 - pagina 254

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1987 - pagina 254

5 minuten leestijd

Door de voorstelling te duiden kan de interpretatie van het schilderij net even een andere wending krijgen. Er was echter in de persoon van Charles Hope ook een enfant terrible in de zaal. De iconologische bestudering van de Renaissance sluit niet aan bij de manier waarop men in die tijd zelf over kunstwerken sprak, betoogde hij. De schilderkunst was geen plaats voor filosofisch dispuut; over de betekenis van de werken werd niet gediscussieerd. De contemporaine kritiek beperkte zich in hoofdzaak tot het decorum. Michelangelo werd gehekeld omdat de naaktheid van zijn figuren niet paste bij de verhevenheid van een religieuze voorstelling en niet omdat uit zijn werk een bepaalde interpretatie van de bijbel zou kunnen worden afgeleid. De betekenis van symbolen op schilderijen was vaak erg willekeurig en zelfs persoonlijk, stelde Hope. Als het om schilderijen voor particulieren ging, legde de schilder gewoon aan zijn opdrachtgever uit wat een en ander betekende en dan had die opdrachtgever later weer wat om aan zijn gasten te vertellen. Van de betekenis van afbeeldingen in openbare gebouwen herkende het publiek volgens Hope hooguit de essentie. De details die door hedendaagse kunsthistorici nijver worden bestudeerd waren vaak amper zichtbaar. De afbeeldingen werden beschouwd als decoratie en men beoordeelde ze op hun schoonheid. Ook lezingen van anderen gaven Hope de gelegenheid om de draak te steken met de iconologie. De kunsthistoricus die inging op de betekenis van de voorstelling op de vaas verontschuldigde zich enkele malen dat die voorstelling helaas niet goed zichtbaar was op de dia die hij van het schilderij liet zien. Wat zou je je druk maken om een detail datje op een dia niet eens goed kunt zien, vroeg Hope zich vervolgens af.

het schilderij. Waarom zou je het schilderij er überhaupt bij betrekken, als je het gedicht wilt interpreteren, vroeg het publiek zich herhaaldelijk af. Als een dichter een sonnet schrijft over een meisje waar hij verliefd op is, haal je tenslotte ook niet dat meisje erbij om te concluderen dat de enthousiaste woorden van de dichter meer over hemzelf dan over het meisje zeggen. Toch kunnen gedichten over schilderijen interessant zijn. Dan moet echter niet alleen naar de inhoud ervan worden gekeken. De literaire middelen die een dichter aanwendt kunnen ook vergelijkbaar zijn met de manier waarop een bepaalde kunstenaar werkt. Een slecht voorbeeld hiervan levert de cyclus van Simon Vestdijk over Rembrandt. Tom van Deel wees erop dat het aantal strofen in elk gedicht van de cyclus overeenkomt met het aantal figuren op het schilderij waar het over gaat. Het langst is het gedicht over de Nachtwacht dat op de kop af eenendertig strofen telt (het hondje is meegerekend). Dit maniërisme zegt helaas wederom meer over Vestdijk dan over de Nachtwacht.

Een goed voorbeeld is echter het gedicht /./. Schoonhoven topografisch bepaald van K. Schippers, waarover P. de Ruiter een lezing hield. Beeldend kunstenaar Schoonhoven is vooral bekend door zijn reliëfs, die zijn opgebouwd uit een groot aantal rechthoekige witte vakjes. Op het eerste gezicht zijn al die vakjes hetzelfde, maar het is Schoonhoven te doen om het minieme verschil ertussen. De plastieken zijn een oefening in het kijken en daar is Schippers altijd voor te vinden. Het voornaamste kenmerk van zijn gedicht is, net als van de reliëfs, de herhaling. Het begint meLde regel ' 'Om en nabij Leiden", en eindigt met "even voor Gouda". De regels daartussen zijn allemaal opgebouwd uit voorzetsels en een naam van een plaats in het westen van Nederland. En net zoals je de reliëfs in principe naar alle kanten zou kunnen uitoe scherp Hope zijn kritiek ook breiden, zou je aan het gedicht regels formuleerde, ze vermocht onkunnen toevoegen; achter de laatste regel der de aanwezige kunsthistorici staat dan ook geen punt. Het is kennelijk geen paniek te veroorzaken. Men vroeg moeilijk om Schoonhoven met enige prezich zelfs af in hoeverre hij maar een cisie topografisch te bepalen. Geen enkespelletje speelde. Hope komt immers van le plaatsaanduiding is definitief de juiste het Warburg Institute in Londen, dat ooit (ze zijn zelfs op zich al vaag), net zoals de bakermat was van de iconologie en dat geen van de vakjes op de plastieken het genoemd is naar de grondlegger ervan. vakje is waar het om gaat. Ernstiger was de situatie onder de letterkundigen. Hun stokpaardje, op schilderijen geïnspireerde gedichten of beschouergelijke analogieën tussen het wingen, bleek niet eenvoudig te berijden. werk van een dichter en een Gedichten over schilderijen zeggen doorkunstenaar maken het mogelijk gaans meer over de dichter zelf dan over om literatuurgeschiedenis en kunstge-

H

D

VU-MAGAZINE — JUNI 1987

Gedichten over schilderijen zeggen doorgaans meer over de dichter zelf dan over het schilderij. schiedenis te integreren. Schoonhoven en Schippers probeerden beiden, in dezelfde periode (eindjaren zestig, beginjaren zeventig), om binnen de mogelijkheden van hun eigen kunstvorm het gewone of het alledaagse te variëren. En je hoeft het niet bij één kunstenaar en één literator te houden. Een gedurfde poging om wat bredere lijnen te trekken deed de spraakmakende Sy kifi

Amerikaanse onderzoekster Wendy Steiner in haar lezing over het postmodernisme, waarin ze architectuur, beeldende kunst en literatuur betrok. Het postmodernisme is volgens haar een extreme reactie op het principe van de monofunctionaliteit in het modernisme. De modernistische architectuur heeft het ornament, dat altijd voor meerdere interpretaties vatbaar is, rigoreus verbannen. Alles aan een gebouw moest functioneel zijn en ornamenten zouden de eeuwigheidswaarde van de architectuur maar te33

Illustratie uit het boek 'The Home Place' van Wright Morris.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

VU-Magazine | 485 Pagina's

VU Magazine 1987 - pagina 254

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

VU-Magazine | 485 Pagina's