VU Magazine 1987 - pagina 152
integendeel, een door de botsing van zo scherp en zo uiteenlopend mogelijke zintuigindrukken ontstane flits, een verbinding van zaken die tevoren nooit verbonden waren." Zo'n idee ligt ook ten grondslag aan het titelverhaal waarin Hillenius stelt dat de menselijke hersenen net zo werken als de zeef waarmee eieren in een eiermijn op grootte worden gesorteerd. Anders gezegd: de werkelijkheid wordt, via de zintuigen, door een verfijnd stelsel van zeven geleid, die dan gezamenlijk in onze hersenen een beeld van de werkelijkheid opleveren. Maar het zal altijd bij een beeld, een indirecte weergave blijven. ,,Het D/ngans/cftzullen we nooit kennen", schrijft hij. ,,Maar als het woord kennen een betekenis heeft slaat het op het zo precies mogelijk aflezen van onze zintuigindrukken, het zo goed mogelijk verwerken ervan, het wakkerhouden van onze herinneringen en ervaringen, het bewust worden van zo veel mogelijk zaken die in de 3.000 miljoen jaar van de geschiedenis van het leven op aarde toegang hebben gekregen om het leven mogelijk te maken." Onze hersenen geven, hoe dan ook, een vereenvoudigd beeld van de werkelijkheid. Toch maakt dat volgens Hillenius niets uit: ,,Het beeld heeft drie miljard jaar gelegenheid gehad —en werd er door de natuurlijke selectie toe gedwongen — om zo dicht mogelijk bij de werkelijkheid te komen. We moeten het er mee doen." Typerend voor Hillenius is, dat hij het beeld van de hersens als eierzeef zelf ook weer op losse schroeven zet. Immers, hij den/ff alleen maar dat zijn hersens als een eierzeef werken. Want ook die maken deel uit van een werkelijkheid die we nooit ec/ifzullen kennen... G
VU-MAGAZINE - APRIL 1987
Is dat eigenlijk niet heel moeilijk? Hoe kijken de andere, in kunstzinnig opzicht minder getalenteerde biologen tegen hem aan? En is hij voor de collega-literatoren ook geen wantrouwen wekkende, eigenaardige eend in de bijt? Hillenius: "Ik heb geen klachten. Mijn collega's zien wel dat ik net zo bezeten ben van de beestjes - kameleons en padden met name, waarvan ik hier de conservator ben als zij. Dat zit wel goed, denk ik. Die andere activiteiten van mij werden vroeger nog wel beschouwd als, nou ja, een rare hobby." Maar het is toch veel meer dan een hobby? "Dat is waar. Maar ik heb in mijn omgang met biologen wel eens gemerkt, dat zij de vrijzinnigheden die ik mij veroorloof in mijn boeken soms als inbreuk op de wetenschappelijke betrouwbaarheid ervaren. Daar kan ik mee leven, ha ha! Ze vergeten dat, wanneer ik over kameleons of padden schrijf, ik mijn betoog zo waterdicht mogelijk houd. En wat de erkenning van de de literaire kant betreft: ik vond het heel opvallend dat niet de biologen maar de literatuurmensen me in Groningen als writer in residence uitnodigden. Die wilden daarmee hun eigen, als beperkend ervaren, wetenschappelijke framewor/f doorbreken. En uitgerekend de biologiestudenten daar hadden de meeste moeite met mijn soort van benaderen." Die strikt wetenschappelijke verslaglegging over kameleons en padden vindt men overigens niet terug in Hillenius' letterkundig werk. Dat werk mag zonder meer on-
19
Reptielen op sterk water; onderdeel van het Zoölogisch Museum Amsterdam, waarvan Hillenius conservator is: 'Mijn collega's zien wel dat Ik net zo bezeten ben van de beestjes als zij'. Foto's Kees C. Keuch, AVC/VU
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
VU-Magazine | 485 Pagina's