Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1987 - pagina 327

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1987 - pagina 327

4 minuten leestijd

hij ontslag als hoogleraar. Dit werd hem niet verleend; wèl werd hij gedurende zijn ministerschap op non-aktief gesteld. Daarna toog hij weer naar de VU, een beslissing die menigeen verbaasde: "waarvoor ieder in den Haag de neus optrekt, zoodat nog niemand mij heeft durven vragen: zijt gij weer professor - maar, zoo schuchter mogelijk: is het waar, dat u 'weer naar Amsterdam' gaat?" In de loop van 1893 was wederom sprake van een kandidatuur voor de Tweede Kamer, maar dit keer waren de reacties wat gereserveerd. De bestuurders hadden gehoopt dat zijn kamerlidmaatschap tijdelijk zou zijn.

doende financiële middelen beschikten mochten stemmen. Tijdens de jeugd van Lohman was bijvoorbeeld slechts drie procent van de mannelijke ingezetenen in het bezit van het passief en aktief kiesrecht. Het voorstel-Tak van Poortvliet behelsde het kiesrecht voor alle mannen die lezen en schrijven konden en die in staat waren in hun eigen onderhoud te voorzien. Over de eis van het hebben van een vaste woning zou het kabinet later struikelen. De kieswet bleek de grote stromingen echter ernstig te verdelen: de strijd tussen de Takkianenen de anti-Takkianen zou de daarop volgende verkiezingsstrijd beheersen.

itmaal verliep Lohman's verkiezing voor de Tweede Kamer niet zo voorspoedig als in 1879. De kiesvereniging die hem kandidaat wenste te stellen wilde onder andere van hem weten hoe hij dacht over de uitbreiding van het kiesrecht. Lohman was echter niet van zins heel toeschietelijk te zijn en verwees daarom voor zijn standpunt naar een serie krantenartikelen. Het vooruitzicht opnieuw een zetel in de Kamer te moeten bekleden trok hem geenszins aan. Maar hij was wel gevoelig voor het feit dat uit het verzoek bleek dat de kiezers zijn terugkeer erg op prijs zouden stellen. "Indien echter dat vertrouwen nog moet gewonnen worden door nieuwe verklaringen, zou die taak mij inderdaad te zwaar vallen en zag ik die liever aan bekwamere en meer vertrouwbare handen opgedragen", zo antwoordde Lohman de kiesvereniging. Later vernam Lohman dat niet hij, maar een ander kandidaat was gesteld, en dat deze beslissing pas was genomen na zijn antwoord aan de kiesvereniging. Al snel bleek dat Kuyper hierin de hand had gehad. Uit de correspondentie die op deze zaak volgde blijkt dat Lohman zich erg gekwetst voelde en dat het gebrek aan vertrouwen hem als het ware verlamde. Toch kwam hij in de Tweede Kamer maar dan via een ander kiesdistrict. Vrij snel na zijn verkiezing kreeg hij te maken met de kiesrechtkwestie naar aanleiding van het wetsontwerp van de liberale minister Tak van Poortvliet. Het kiesrecht was in die tijd alleen voorbehouden aan een kleine groep welgestelde mannen. Alleen zij die over vol-

ok binnen de ARP veroorzaakte de kieswet verdeeldheid. De partij was altijd voorstander geweest van het zogenaamde huimanskiesrecht, waarbij alleen de gezinshoofden mochten stemmen. Dit idee was gebaseerd op de ar-visie van een samenleving bestaande uit organismen (een gezin bijvoorbeeld) en niet uit individuen. Hoewel het wetsontwerp Tak van Poortvliet niet overeenkwam met het ARP-program, steunde Kuyper de plannen van de regering in principe wel. Via de parlementaire taktiek zou men de plannen moet ombuigen in de richting van het hulsmanskiesrecht. Volgens hem was het niet verstandig verzet te plegen tegen de "democratische golfslag van de tijd." Lijnrecht tegenover deze pragmatische houding van Kuyper stond Lohman. Hij benaderde de zaak vanuit de principiële kant. De weg van de ontwerp-kieswet zou onvermijdelijk leiden tot de komst van het algemeen kiesrecht op individuele grondslag, zo vreesde Lohman. Hij meende dat men het kiesrecht niet zomaar aan iedereen kon geven zonder dat zij voldoende geschoold waren om de verantwoordelijkheid aan te kunnen: "Ik meen dat men het volk moet leeren steeds meer deel te nemen aan de publieke zaak; in de school, in de kerk; bevordering van coöperatie; zelfverzekering, kamers van arbeid, persoonlijke dienstplicht, deelneming aan het bestuur van gemeentelijke zaken en dergelijke meer. Dat noem ik ware democratie en daarop volgt dan de uitbreiding van het kiesrecht. Maar het geven van kiesrecht op zich zelf is

(i

Rechts: Netgebouw Seinpost, waar in 1895 de vergadering van de Vereeniging werd gehouden die een jaar later tot Lohman's ontslag zou leiden.

I®-

Tak stelt zflne kieswet" vuor. De kiezers zullen, om van hunne bekwaamheid te doen blijken, eene schrüfproef moeten leveren. KiezersBobool.

De filuester. — „Xargl nu mannev-bfoeders, dal gij iUig gamo van beet krijgt! Gij toudt atulcri niet kunnen kiezen, en vooral in de^en lijd lieb ik... ik beilo^l, hi r/l de Jleere-llciiTe mee utevitnen noodig..."

18

.,lr" VU-MAGAZINE —SEPTEMBER 1987

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

VU-Magazine | 485 Pagina's

VU Magazine 1987 - pagina 327

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

VU-Magazine | 485 Pagina's