VU Magazine 1987 - pagina 335
woningen' aan de Oogststraat vielen zulke grote brokken af, dat in 1955 tot afbraak moest worden besloten. De technische mankementen waren de oorzaak dat het betonexperiment niet alom als geslaagd werd beschouwd. Omdat ook de baksteenprijzen en bouwkosten weer daalden, bleef een vervolg uit. Althans op korte termijn. Marieke Kuipers stelt echter dat dit soort experimenten met goedkopere bouwmaterialen en een rationelere produktie beschouwd kan worden als de voorloper van de meer industriële bouwwijzen van na de Tweede Wereldoorlog. Minder bekend is dat ook in andere gemeenten in de jaren twintig met betonnen woningbouw is geëxperimenteerd. Rotterdam heeft dank zij Heykoop, de Keppler van de Maasstad, zelfs de meeste betonnen woningen in die tijd gebouwd. Op diverse plaatsen op de Linkermaasoever werden er 1300 neergezet. Den Haag experimenteerde op kleine schaal in Scheveningen, maar kwam nooit tot een groter project. De 242 betonnen woningen in de Utrechtse wijk Ondiep zijn een aantal jaren geleden afgebroken. Verder waagden ook Den Bosch en Teteringen, bij Breda, zich aan beton. Veel later is beton, vaak in de vorm van
Sommige verbaasde bewoners zagen theelepels en fietsframes, schroot dat als vapening was gebruikt, door iet behang verschijnen. geprefabriceerde elementen, ons veel vertrouwder geworden. De enigszins twijfelachtige reputatie van het bouwmateriaal is echter nooit helemaal verdwenen. Technische problemen, zoals betonrot, bleken moeilijk te overwinnen. Baksteen heeft, mede daardoor en in elk geval als gevelbekleding, tot op de dag van vandaag z'n 'onverwoestbare' reputatie behouden. D
Bouwen in beton, experimenten in de volkshuisvesting. Marieke Kuipers, Staatsuitgeverij 1987. f 57,50. Betondorp: gebouwd/verbouwd 1923-1987. Tentoonstelling bij de Stichting Wonen, Leidsestraat 5, Amsterdam van 24 juli - 26 september. Kees de Leeuw studeerde sociale geografie en werkt momenteel als planoloog bij de provincie Zuid-Holland.
26
I
n het Amsterdams Historisch Museum is deze zomer een tentoonstelling te zien over zwangerschap en geboorte in de zeventiende en achttiende eeuw. Ik heb staan griezelen bij de collectie medische instrumenten, waaronder zich ook de hefboom van Van Roonhuysen bevindt: een platte metalen staaf met een dubbele kromming waarmee het hoofd van het kind door wrikken naar buiten kon worden getrokken. Hendrik van Roonhuysen was stadsvroedmeester van Amsterdam. Hij heeft waarschijnlijk het ontwerp van de hefboom van de Engelsman Chamberlen gekocht. Het model werd strikt geheim gehouden tot 1750 en alleen voor veel geld aan collega's geopenbaard: een soort privatisering avant la lettre. Het instrument is in ons land nog tot het eind van de achttiende eeuw gebruikt, ondanks het feit dat in Engeland en Frankrijk inmiddels veel betere verlostangen ontwikkeld waren, de voorlopers van de nu nog gebruikte/creep.?. Vóór 1700 waren vroedmeesters heel zeldzaam. De verloskunde was bij uitstek het terrein van vroedvrouwen. Op de tentoonstelling is het oorspronkelijke dagboek van één van de bekendste vroedvrouwen van ons land, Catharina Schrader, te zien. Zij leefde van 1655 tot 1746 en oefende 52 jaar lang praktijk uit in Dokkum. Van bijna alle bevallingen waarbij zij te hulp werd geroepen hield zij aantekeningen bij in telegramstijl en steeds voorzien van getallen die het honorarium aangeven. Van ditMemoryboeck van de Vrouwens is een paar jaar geleden een bewerkte versie uitgegeven met daarin 894 van de oorspronkelijke 3060 gevalsbeschrijvingen. Het boek leest als een roman.''. .den 26 ben ick tot Hantum gehalt om sijn vrauw van de naegeborte te verlossen. Twelck ick ock ge-
luckig voUbrocht, naedatz een gehele nacht waren donde gewest. 3-3" .."Hastigeen brave veette dochter gehalt"... "den23totDrissum bij Hessel timmerman sijn wiff. Waren 2 vrootvrouwen bij gewest. Hadden het water te vrog gebrocken. En quam met het hantie vor, sonder ontschlutinge. Most rumte macken en keren het met de vootten vor met schrickelcke muyte. Kreg het noch, mar war doodt. Saat met sijn hofft vast. Vrouw gesont en well. 3-3 " Elk nieuw jaar begint het boek met een gebed. De
merking genomen dat zij waarschijnlijk een uitzonderlijk bewerkelijke praktijk had - vormen mede een bewijs voor haar kundigheid. De moedersterfte is, in de westerse wereld althans, de laatste eeuw drastisch gedaald. Preventieve verloskundige zorg, preventie en bestrijding van infecties én een veilige operatietechniek bij de keizersnede hebben daartoe een belangrijke bijdrage geleverd. In 1985 overleden in Nederland 8 vrouwen tijdens of vlak na de zwangerschap, omgerekend betekent dat een
V roed
vrouwen vroedvrouw dankt de Heer voor de goede afloop van een bevalling en eindigt na een zware verlossing met "O Heere, bewar mij verder vor suUcke ontmutingen." Uit het dagboek wordt duidelijk dat Catharina Schrader vaak te hulp werd geroepen bij hele moeilijke bevallingen, als andere vroedvrouwen de zaak al gedeeltelijk verprutst hadden. Zij is dan ook niet mals in haar kritiek. De gynaecoloog professor Kloosterman heeft met behulp van de gegevens van het Memoryboeck getracht de kwaliteit van haar verloskundig handelen te beoordelen. Hij komt op een moedersterfte van bijna 7 per 1000 geboorten. De vrouwen stierven tijdens of vlak na de bevalling voornamelijk door langdurig bloedverlies of door kraamvrouwenkoorts. De babysterfte in Schraders praktijk (tegenwoordig pennatale sterfte genoemd: doodgeboorte en sterfte in de eerste levensweek) bedroeg 53 per 1000, dat cijfer is nauwelijks ongunstiger dan de sterfte aan het begin van de twintigste eeuw. Deze cijfers zijn voor haar tijd heel goed en - in aan-
moedersterfte van 4,5 per 100.000. Ook de perinatale sterfte is flink gedaald en bedraagt voor Nederland nu omstreeks één procent. Jarenlang heeft ons land hiervoor een van de laagste cijfers ter wereld gehad, maar we lijken deze goede positie nu enigszins te verhezen. De statisticus Hoogendoom, die regelmatig overzichten publiceert in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, toonde zich over dat laatste onlangs bezorgd. Hij vroeg zich af of het feit, dat bij ons nog een derde van alle bevallingen thuis plaatsvindt (onder leiding van een vroedvrouw of huisarts), hieraan debet is. Een storm van protest stak op tegen wat men als een onterechte aanval op het unieke Nederlandse verloskundig beleid beschouwde. Het is heel wel mogelijk dat de verschillen voor een deel te wijten zijn aan, op intemationaal niveau, afwijkende manieren van definiëren en registreren. Wat de discussie in elk geval duidelijk maakte was dat de thuisbevalling en de vroedvrouw ook aan het eind van de twintigste eeuw nog een belangrijke plaats in Nederland innamen.
VU-MAGAZINE-SEPTEMBER 1987
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
VU-Magazine | 485 Pagina's