Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1987 - pagina 143

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1987 - pagina 143

5 minuten leestijd

niet ontwikkelen, bijvoorbeeld omdat men thuis vindt dat hij beter kan gaan werken dan een opleiding volgen. Er bestaat bijvoorbeeld een sociologische studie waaruit blijkt dat men school in arbeidersgezinnen vaak als niet zo belangrijk beschouwt. Het kan ook zijn dat iemand als hij permanent door zijn vriendjes wordt gepest de zin verliest. En de school kan tegenwerken. Die zes factoren, drie omgevingsfactoren en drie persoonlijkheidsfactoren, moeten goed in elkaar grijpen, en dan is de kans zeer groot dat datgene wat wij hoogbegaafdheid noemen zich ontwikkelt. Het in elkaar grijpen van wat een kind zelf meebrengt en wat de omgeving doet is van essentieel belang.'' Als ik het model omdraai, met de punt naar beneden, en vraag of het zo de laagbegaafdheid weergeeft, moet Mönks aanvankelijk lachen. Maar: "Je zou dit model in principe ook bij andere kinderen kunnen toepassen. Zo ken ik een autistische jongen, die ik voor het eerst heb gezien toen hij vijfjaar was. Hij is inmiddels vierentwintig en heeft zich prima ontwikkeld. Maar toen ik hem voor het eerst zag sprak hij niet. Hij zat op een kleuterschool waar men dacht dat hij doof was. Ik zei: hij hoort wel, maar hij is selectief doof. Die jongen heeft een uitstekende begeleiding gekregen en is

'Als je langer dan de jongens bent dan heb je pech, maar als je slimmer bent dan kun je het wel vergeten.' 10

zelfstandig geworden. Toen bleek dat hij niet alleen niet-doof was, hij heeft zelfs een absoluut gehoor en is nu pianostemmer geworden. Maar hij had zich nooit zo ontwikkeld als de omgeving niet zo fantastisch was geweest.'' Overigens is de negatieve invloed van de sociale omgeving op hoogbegaafde meisjes vaak sterker dan op jongens. Een vrouwelijke proefpersoon merkte eens op: "Als je langer dan de jongens bent dan heb je pech, maar als je slimmer bent dan kun je het wel vergeten.'' Mönks: "Intellectuele prestaties worden in veel kringen voor meisjes ook nog steeds als minder belangrijk gezien dan voor jongens. De jongen moet een toekomst opbouwen en het meisje moet zich voorbereiden op het vinden van een goede partner. Onder de hoogbegaafde kinderen die hier komen, zijn meer meisjes dan jongens. Het kan zijn dat dat komt doordat zij er eerder problemen door krijgen. "

H

et verbeteren van de informatievoorzieningen over hoogbegaafde kinderen noemt Mönks als een van de manieren waarop de sociale omgeving verbeterd kan worden. Samen met de in 1979 opgerichte Dr. Binetstichting die hoogbegaafde kinderen die in problemen zijn geraakt begeleidt wil de Hugo de Grootstichting in de toekomst een informatiecentrum gaan oprichten. Ook acht Mönks van essentieel belang dat de hoogbegaafde kinderen de gelegenheid krijgen om met andere kinderen om te gaan die qua ontwikkeling op dezelfde hoogte staan, of zelfs nog beter zijn. Mönks: "Op school kun je niveaugroepjes maken, die buiten het strikte curriculum vallen. Kinderen blijven dan in hun eigen stamgroep, maar hebben van tijd tot tijd de mogelijkheid om met ontwikkelingsgelijken om te gaan. Renzulli heeft daarvoor een systeem ontwikkelt dat hij het 'draaideursysteem' noemt. Van tijd tot tijd swingen de kinderen voor bepaalde activiteiten uit hun gewone klas. En in Engeland zijn ook ouderverenigingen die buiten het schoolcurriculum ontmoetingsmogelijkheden voor deze kinderen creëren.''

D

e vraag is of je aan de overheid kunt vragen om veranderingen op scholen ten behoeve van de hoogbegaafde kinderen te stimuleren in een tijd waarin bezuinigd wordt op de zwakzinnigenzorg. "Het kost natuurlijk

altijd geld," zegt Mönks. "Maar geld hoeft hier niet het struikelblok te zijn, want verbeteringen hoeven niet zo duur te zijn. Belangrijk is vooral dat er op alle niveau's binnen het onderwijssysteem informatie beschikbaar komt. En in het buitenland zijn al verschillende verbeteringen ontwikkeld, zoals dat draaideursysteem. We hoeven dus niet opnieuw te beginnen. Voor een groot deel is het een kwestie van organisatie.'' Op dit moment staan er andere veranderingen in het onderwijs voor de deur. Minister Deetman en staatsecretaris Ginjaar-Maas presenteerden in december het voorstel om een driejarige basisvorming in te stellen, voor alle leerlingen van twaalf tot vijftien a zestien jaar. ' 'Als dat betekent dat iedereen drie jaar lang hetzelfde op hetzelfde moment moet doen, dan is dat desastreus," meent Mönks. Dat betekent het echter niet. De mogelijkheid bestaat zelfs om de basisvorming in twee jaar te doorlopen. ' 'Als er mogelijkheden bestaan tot differentiatie, dan interesseert het mij verder niet welke schoolorganisatievorm gekozen wordt," vervolgt hij daarom. Ik herinner hem er echter aan dat het de bedoeling is dat de basisvorming op twee niveau's zal worden gegeven, met als hoogste het mavo-D-niveau. "Als dat zo is, dan denk ik dat het een heel verkeerde aanpak is," besluit hij zijn gedachten over de basisvorming toch nog in mineur. "Dat niveau is voor deze kinderen veel te laag. Je moet ze niet de dupe laten worden van de eenheid van de schoolorganisatie." De recente aandacht voor de hoogbegaafde kinderen kan moeilijk geheel worden losgezien van de discussie over de basisvorming. Keren we daarom tot slot nog even terug naar mevrouw Aten-Samsom en haar oudervereniging. Het is volgens haar geheel toevallig dat de vereniging werd opgericht op een moment waarop die discussie juist op gang gekomen is. "Dat betekent echter niet dat we ons er niet over gaan buigen. We hebben er nog geen officieel standpunt over ingenomen, maar op de oprichtingsvergadering is al door veel mensen gezegd dat die basisvorming voor zeer begaafde kinderen een ramp is. Men wordt nog verder teruggeschroefd naar het gemiddelde en hoe lager dat gemiddelde wordt, hoe ernstiger deze kinderen in de knel komen." D Johan de Koning is neerlandicus en free-lancejournalist.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

VU-Magazine | 485 Pagina's

VU Magazine 1987 - pagina 143

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

VU-Magazine | 485 Pagina's