VU Magazine 1987 - pagina 57
bieden? We werpen vernietigende blikken, snuiven van woede, we laten onze tanden zien als het ons tot hier zit. Maar voor ons examen hebben we buikpijn. Valt ons iets zwaar, dan gaan we eronder gebukt, we krommen ons onder het juk. Het lot kan ons breken." Dit taalgebruik lijkt misschien weinig ter zake, maar ook in andere talen vinden we vergelijkbare uitdrukkingen. Engelsen, Russen en Japanners gebruiken op dezelfde manier het lichaam als tolk van hun gevoelens. Volgens Oosterhuis berust de gelijkenis op een algemeen menselijke eigenschap.
^aar z^i die pijn ook aWeer zei u ?
D
e kassier Koster is geen uitzondering. Oosterhuis schat dat jaarlijks meer dan een half miljoen mensen met deze klachten bij hun huisarts aankloppen. Huisartsen moeten volgens Oosterhuis alert zijn op persoonlijke problemen: "Vele nekpijnen verdwenen na het bijleggen van gezinsconflicten, ruggen rechtten zich bij het hervinden van een nieuw levensperspec-
ite
Soms lijden mensen jaren aan pijn waarvan niemand de oorsprong kent tief. Meneer Koster werd afgekeurd. In de vijftien jaar daarna heb ik hem nooit meer voor pijn op het spreekuur gezien." De patiënt zelf ziet vaak geen enkel verband tussen de conflicten en zijn klachten. "Dikwijls is het leggen van dat verband ook helemaal niet welkom bij de patiënt. Toch kan dat pijnlijke vragen en veel ellende besparen." Als niet op tijd wordt onderkend welke problemen Angst, zo dacht men vroeger, kan de pijn onderdrukken. Maar of tandartsen de dreiging met een pistool werkelijk als verdovingsmiddel toepasten blijft echter de vraag
^lü^Sm^Mm^^^^ ^feüi^P^ erachter schuilen, gaat de pijn een eigen leven leiden. De huisarts moet dat voorkomen, meent Oosterhuis. Jaarlijks komen miljoenen Nederlanders met pijnklachten bij hun huisarts. In één op de tien gevallen is er geen aanwijsbare oorzaak. Soms lijden mensen jaren aan pijn waarvan niemand de oorsprong kent. Pijn is niet ahijd eenvoudig een symptoom dat verwijst naar een lichamelijk mankement. Wat pijn wel is, valt niet makkelijk te omschrijven. Pijn is een gewaarwording. Na de eerste schrik voelen we ons naar en depressief. Het is een onprettig gevoel. Temeer daar we het met niemand
kunnen delen. We voelen ons ziek en alleen. We kruipen het liefst in een hoekje: als pijn lang aanhoudt, isoleert het ons. Mensen krijgen een hekel aan ons slechte humeur. Pijn is een lang en vaak persoonlijk getint verhaal. Sommige deskundigen houden het liever kort: "Pijn is au", zeggen zij. In de spreekkamer informeert de arts naar de klachten van de patiënt. Hij fronst zijn wenkbrauwen. De woorden die de patiënt kiest om zijn pijn te beschrijven, zijn veelzeggend voor de arts. Mensen gebruiken dezelfde woorden om hun pijn te beschrijven. Een hartinfarct geeft een 'drukkend' of 'zwaar' gevoel. Een gewrichtsaandoening beschrijft de mens meestal als 'scherp' en 'brandend'. Spierpijn geeft een 'doffe' pijn of een 'krampgevoel'. Scheelt er iets aan de ingewanden, dan is er een 'knagende' of 'krimpende' pijn. Medici stelden een lijst op van deze pijnwoorden. Deze Nederlandse Pijnwoordenlijst telt 168 woorden. Ook pijn met psychisclie achtergrond kent zijn eigen beschrijving. Psychologen hebben een rugpijntest ontwikkeld. De patiënt kruist in de pijnwoordenlijst aan wat van toepassing is op zijn rugpijn. Drieentwintig woorden uit de lijst wijzen op een psychische oorzaak. In luttele minuten weet de dokter waar hij aan toe is: moet de patiënt doorgestuurd worden naar een specialist of moeten er thuis problemen worden opgelost? VU-MAGAZINE -
FEBRUAR11987
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
VU-Magazine | 485 Pagina's