Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1987 - pagina 273

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1987 - pagina 273

5 minuten leestijd

meer te vorderen." En verder was dit ook een mooie kans om de calvinistische dominees nog eens te laten voelen dat de macht in de Nederlanden bij de Staat berustte en niet bij de kerk. De calvinistische theologen hadden de in godsdienstig opzicht libertijns denkende regenten grijze haren bezorgd tijdens het twaalfjarig bestand met hun uitdrijving van de remonstranten. Het had zelfs tot een ernstige staatkundige crisis geleid in de Republiek, tot wapengekletter van legeraanvoerder Prins Maurits en tot de onthoofding van de 72-jarige landsadvocaat Van Oldenbarnevelt, die vergeefs had getracht de crisis te bezweren.

In niet geringe mate sproot de behoefte aan een nieuwe bijbelvertaling voort uit de wens een eind te maken aan de godsdiensttwisten in de Nederlanden.

D

at zonder Statenvertaling op Nederlandse bodem nog meer theologische twisten zouden' zijn uitgevochten, is een niet hard te maken bewering. Maar dat het cultuur-politiek effect van deze vertaling natie-vorming is geweest, lijdt geen twijfel. Meer dan welk boek ook heeft de Statenvertaling een rol gespeeld in de standaardisatie van de Nederlandse taal, in de afbakening van de taalgrens en daarmee in de vorming van een nationale 'identiteit' in de Noordelijke Nederlanden. Ook elders in Europa heeft de drukpers dergelijke effecten teweeggebracht. Tegen het eind van de zeventiende eeuw ontwikkelde zich in de Nederlanden zelfs een cultus rond de Statenvertaling en nog steeds is de positie van deze bijbel onaantastbaar in bijvoorbeeld de Gereformeerde Gemeenten, bij een deel van de christelijke gereformeerden, de gereformeerde bonders en andere orthodoxe groeperingen. Hetzelfde verschijnsel trad overigens ook elders op, bij andere vertalingen. Tot ver in deze eeuw waren bijvoorbeeld vele Ambonnese christenen verknocht aan de Leydecker, een in 1731 door de Oost-Indische Compagnie gefinancierde bijbelvertaling in het beschaafde spreekmaleis van het lava der 17e eeuw, gemengd met vele Arabische termen. Dat het na enkele eeuwen een onbegrijpelijk taaltje was geworden, deerde niet. 8

Oudere Christen-Ambonnezen zwoeren bij deze vertaling; zelfs spelling en lettertype mochten in nieuwe drukken niet worden gewijzigd. "Alleen Leydecker nemen ze mee in hun doodkist of naar een plaats waar men gelooft dat booze machten hun invloed uitoefenen," rapporteerde Hendrik Kremer in 1926. Ook meende hij in de Leydecker-verering een stukje Ambonees chauvinisme te proeven. "De Ambonnees voelt zich, als oudst Indisch Christenvolk, als bij naEuropeaan, als instrument der Regeering voor de beheersing en pacificatie van Indië." Enige relatie kan dus zelfs gelegd tussen de uitvinding van de boekdrukkunst en de Zuid-Molukse problematiek. Kremer achtte de gehechtheid van de Ambonnezen aan de Leydecker "een specimen van die bekende mengeling van echte, naïeve vroomheid en conservatisme, die in ons vaderland nog het sterkste uitkomt in de uitsluitende voorkeur voor de Statenvertaling in de editie van Pieter Keur." De vergelijking, die hij maakt is correct. Rond wat beschouwd kan worden als het vroegste industrieel vervaardigde produkt, het boek, ontwikkelde zich soms een cultus met niet onbedenkelijke trekken. Er werd een gezag aan het gedrukte woord toegedacht, dat heden ten dage dreigt te worden toegeschreven aan een nieuw stukje techniek: de computer. Zie Roszak's juist verschenen boek: De Informatiecultus." In zijn boek signaleert Gert Peelen een al vroege beduchtheid dat het volk op een theologisch niet onbedenkelijke wijze met de Statenvertaling aan de haal zou gaan. De motieven bij voorbeeld van Trommius om tussen 1662 en 1691 een woordregister op deze vertaling samen te stellen waren blijkens diens voorrede ingegeven door de nadien niet ongegrond gebleken vrees dat het volk aan een (onvermijdelijk altijd gebrekkige) vertaling goddelijk gezag zou gaan toeschrijven.

D

e ingrijpende gevolgen, die de Statenvertaling heeft gehad, tekenden zich in de eerste jaren na 1637 niet meteen af. Aanvankelijk viel de nieuwe vertaling zelfs een nogal koele ontvangst ten deel. Onder het gelovig kerkvolk was zelfs sprake van lijdelijk verzet; men was in meer dan 100 jaar gewend geraakt aan oudere vertalingen. Ook was de aanschaf van een Statenbijbel een dure geschiedenis. Zo kostte de Statenbijbel van de Leidse drukkerij Elzevier in 1663 meer dan 100 gulden! Niet alle Staten werkten verder mee om

de nieuwe vertaling erin te krijgen. Zo onthielden de Staten van Holland hun medewerking om de kerkeraden te bewegen de Statenbijbel op de kansels te leggen omdat het hun beter leek "de kercken te laeten in haer geheel ende bij het gebruyck, dat yder heeft." Maar daar stak ook een koopmansoverweging achter, meldt Peelen. Boekdrukkerstad Amsterdam achtte zich in zijn belangen geschaad omdat aan een Leidse drukkerij vijftien jaar het alleenrecht was gegegen de Statenbijbel te drukken. In de reactie van Amsterdam herkent men de mercantiele vrijbuiter, dié de stad altijd al was (en ook thans nog is) wanneer hogere (Haagse) overheden zich wagen aan media-regulatie. Het stadsbestuur gaf de Amsterdamse drukkers eigenmachtig toestemming tot het nadrukken van de Statenvertaling in een kleiner formaat en met sterk verkorte kanttekeningen. "Amsterdam had daarmee een gat in de markt ontdekt," constateert Peelen in eigentijdse taal. Uiteraard protesteerden de legale drukkerijen daartegen, maar het is gebleven bij een formele veroordeling door de Staten-Generaal van deze oneerlijke concurrentie door Amsterdam. Echt optreden durfde men niet tegen de machtige koopmansstad. Zelfs de godgeleerde, die zich geleend had tot het illegaal inkorten van de kanttekeningen, is nooit opgespoord. Pas toen de verkorte nadrukken ingeburgerd raakten, toonde de Amsterdamse overheid zich bereid om de kerkbesturen opdracht te geven ook de Amsterdamse kerken van officiële Statenbijbels te voorzien.

T

ussen 1637 en 1657 zijn enkele honderdduizenden Statenbijbels gedrukt en verkocht. Oudere vertalingen werden niet meer herdrukt en zo groeide gelijdelijkaan de gehechtheid aan het monumentale vertaalwerk dat Bogerman c.s. aan de Leidse Papengracht hadden verricht. In zijn boek biedt Peelen een kleine greep uit de vele alledaagse woorden en zegswijzen in het Nederlands, die hun oorsprong in deze vertaling vinden. In belangrijke mate heeft de Statenbijbel bijgedragen tot verrijking en standaardisatie van de communicatie-code tussen de bewoners van de Nederlanden. Zelfs de Drenten, die bij het maken van de Statenvertaling nog ontheffing vroegen van de revisorenplicht omdat "de Nederl. Tale in hun lantschap niet wel bekend was," VU-MAGAZINE — JULI/AUGUSTUS 1987

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

VU-Magazine | 485 Pagina's

VU Magazine 1987 - pagina 273

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

VU-Magazine | 485 Pagina's