VU Magazine 1987 - pagina 237
body'. Maar het is helemaal niet nodig. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat je niemand moet vertrouwen. Als ik straks ga afrekenen trek ik geen zak over mijn hoofd. Vertrouwen is een wezenlijk element van de maatschappij. Maar het is iets tussen mensen en er is geen reden om een dergelijk vertrouwen in te bouwen in de computertechnologie.
M
et vuur verdedigt Chaum zijn vinding als het ei van Columbus om het goede in onze maatschappij met het aangename van de automatisering te verenigen. Tegelijk doet hij een dringend oproep ons te bezinnen op de huidige ontwikkeling. Als we nu niets doen, pakken donkere wolken zich straks samen boven onze maatschappij: "Mensen zullen steeds minder greep krijgen op de gegevens die achter hun rug om verzameld en met elkaar gecombineerd worden. Hoe meer dat gebeurt, des te minder zijn de mensen geneigd om hun mening te uiten en zich vrij
'Mensen zullen zich in de toekomst overgeven, helemaal. Aan het einde van de maand krijgen ze de rekening in de bus. Alles gaat buiten hen om.' te gedragen. Men zal niet meer de behoefte hebben mee te doen in de besluitvorming. Mensen zullen niet meer de illusie hebben dat hun inbreng iets uitmaakt." Het einde van de democratie, voorspelt Chaum: "Als men achter je rug om alles al over je weet, zullen mensen zich machteloos voelen. In die machteloosheid ziet Chaum het grote gevaar van de vooruitgang. Als we niet oppassen dwingt de moderne techniek ons tot overgave: "Stel je eens voor: je staat voor een betaalautomaat met een pasje waarvan je niet weet wat erop staat en hoe het werkt. Je steekt het plastic kaartje in een gleuf en wacht af wat er gebeurt. Misschien maakt iemand een fout, of vond hij je niet zo aardig en kun je nu je kaart niet meer gebruiken. Je weet niet hoe of waarom, je bent machteloos. Mensen zullen zich in de toekomst overgeven, helemaal. Aan het einde van de maand krijgen ze de rekening in de bus. Alles gaat buiten hen om. Een vreemde wereld zal dat zijn." u
16
F
anaten zijn een gevaar voor een democratische rechtsorde. En fundamentalisme is een broedplaats voor fanatisme. De latijnse bron van het woord fanatiek duidt op godsdienstwaan (fanum = tempel). Maar je kunt ook een profane (d.w.z. buiten-tempelse) fanaticus zijn, zoals bij de aanhangers van Hitler, Mussolini en Stalin wel gebleken is. Het had er een tijdje alle schijn van dat, met het opkomen van zulk profaan fanatisme, de religieuze variant wel zou afsterven. Dat is anders gelopen. De voornaam.ste bron van onrust in de Islamitische wereld is in onze dagen het optreden van diverse soorten terug-tot-de-Koran bewegingen fChomeiny; Chadaffi; de groep die Sadat van Egypte vermoordde) die de heilige oorlog (Jihad) prediken tegen vrijzinnigen, ongelovigen en andere imperialisten. En de protestantse fundamentalistische beweging in de V. S., waar Reagan mede op steunt, is fanatiek en invloedrijk, al sinds ca. 1910. Eric Hojfer heeft in The True Believer (1951) de rol van de fanaticus in massa-bewegingen geanalyseerd. Lees ik hem goed, dan is de fanaat degene voor wie het altijd onvoltooide, steeds veranderende van dit aardse bestaan onverdraaglijk is, en die daarom een houvast zoekt. Dat kan bestaan in een regressie naar het verleden (b.v. in het fundamentalisme), maar ook in utopieën dje wel door dichters, schrijvers en filosofen worden uitgedacht, maar door demagogen en dictators verabsoluteerd aan de man worden gebracht. We hebben ook in Nederland met fundamentalistische minderheden leren leven. Binnen een kader van pluriformititeit respecteerde men gaandeweg eikaars rechtzinnigheid. Verzuiling zorgde voor een beschermende inkapseling daarvan. Intussen overheerst de vrijzinnigheid, de oude verzuiling heeft nog maar een gerin-
ge inhoudelijke functie. Kuyper's afscheidsrede als rector van de Vrije Universiteit in 1899, met een op klassieke bijbeluitleg gebaseerde verwerping van de evolutieleer, is nu onvoorstelbaar. Behalve dan voor de fundamentalisten, kijk maar naar de EO! Hen is die verzuiling letterlijk op het lijf geschreven, zij zullen met recht de
Op zichzelf is mij zo'n rekeninghouden met de problemen van de Islamitische minderheid sympathiek. Maar hoever reikt tolerantie jegens fundamentalisten, dus jegens hen die dezelfde tolerantie jegens andersdenkenen blijkbaar (nog) niet kunnen opbrengen? We stuiten hier op het al even 'fundamentele' probleem van
Fundamenteel if gelijk?
politieke verworvenheden opei.sen van de emancipatie.strijd van roomsen, mannenbroeders en rooien. Om welke groepen gaat het dan? Om een groot deel van de Islamitische minderheid, om Gijsenisten, Staphorsters en Glashouwerianen, om nieuw opkomende sekten en bewegingen die volhouden de oerwaarheid in pacht te hebben. Staan zij in een Nederlandse traditie, zij zullen zich niet kunnen fwillen?) onttrekken aan de Nederlandse geesteshouding van pluriforme verdraagzaamheid. Het is van harte te hopen dat dit ook zal blijken te gelden voor godsdienstige minderheden die tevens een etnische minderheid vormen. Het optreden van de Islamitische gemeenschap in een Twentse stad, die weigerde te aanvaarden dat het COC in hetzelfde gebouw een ruimte huurde als waar die gemeenschap zelf bijeen kwam, geeft te denken. Daar is Simonis' voorzichtige uitspraak over kamerhuur aan een homosexueel kinderspel bij. Moeten we zo'n optreden accepteren, omdat het een etnische minderheid betreft die het toch al moeilijk heeft? Uit het feit dat het COC in Twente niet procedeerde en tegen Simonis wel, zou dit kunnen blijken.
botsing van (grond)rechten. Een Wet Gelijke Behandeling laat mede daarom op zich wachten, omdat het helemaal niet zo'n eenvoudige zaak is om met het gebrekkige instrument dat wetgeving heet èn ongerechtvaardigd onderscheid uit te bannen èn elkanders rechten te erkennen ook van mensen en groepen wier opvattingen ons wellicht een gruwel zijn. Onze verdraagzaamheid wordt pas op de proef gesteld als we die op moeten brengen voor opvattingen die we verafschuwen. Als het straks - met erkenning van de grote verschillen tussen deze groepen - met name Gijsenisten, Staphorsters, Glashouwerianen en Chomeiniërs zullen blijken te zijn die profiteren van de verworvenheden van de schoolstrijd, en die hun kinderen zullen sturen naar eigen fundamentalistische scholen, wordt dan zelfs het CDA alsnog voorstander van het integreren van minderheden door ze naar de openbare school te sturen? Of blijven we - als vroeger - tolerant, ook voor intolerantie? Het gaat in de democratie misschien juist om die durende Auseinandersetzung met intolerantie. In de hoop dat de tolerantie wint. D
VU-MAGAZINE —JUMM987
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
VU-Magazine | 485 Pagina's