VU Magazine 1987 - pagina 67
de natuur door de mens en de hoop op een algemene emancipatie van de mens, die ook in het vroegste werk van Marx terug te vinden zijn. n de tweede plaats is de filosofie van Adorno én Horkheimer niet zo a-religieus als velen denken. Vrijwel alle leden van de Frankfurter Schule waren van joodse origine, en het is met name de invloed van Walter Benjamin (1892-1940) geweest, die er voor gezorgd heeft dat de joodse mystiek ook in het werk van Adorno en Horkheimer terug te vinden is. In die joodse traditie wordt een sterke nadruk gelegd op de verwachting van de Messias; de verlossing moet, anders gezegd, nog plaatsvinden. Men kan de aanwezigheid van God wel suggereren, maar er eigenlijk niet over spreken; het is een aanwezigheid die tegelijkertijd verborgen is. Het goddelijke kan daarom niet in beelden worden uitgedrukt; het is in wezen niet-uitspreekbaar, niet-benoembaar. Elk beeld, elk begrip kan alleen maar surrogaat zijn. In de protestants-christelijke traditie wordt die niet-uitbeeldbaarheid van het goddelijke weliswaar eveneens beklemtoond, maar aan de andere kant is daar de inspiratie van de Heilige Schrift: dat Christus al op aarde aanwezig is geweest en de verlossing heeft gebracht. In de maatschappij-theorie van Adorno en Horkheimer komt die mystieke traditie duidelijk tot uitdrukking. In hun werk zal men dan ook geen enkele positieve aanwijzing vinden over de wijze waarop de maatschappelijke verlossing is te realiseren; dat zou slechts afgodsbeelden opleveren. Bovendien kritiseren beiden het Verlichtingsdenken voor zover dat de hele werkelijkheid, de hele natuur, in begrippen en schema's tracht onder te brengen om deze daarmee te kunnen beheersen. Een hopeloos streven omdat er altijd wel weer iets blijkt te zijn dat aan het begripsmatige, de systematiek ontsnapt. In hun eigen manier van schrijven verzetten Adorno en Horkheimer zich daarom bewust tegen een schijnbaar natuurgetrouwe afbeelding van de werkelijkheid in de taal; zo weigeren zij om scherpe definities te geven van de begrippen die ze hanteren; definiëren wil immers zeggen dat
In het werk van Adorno en Horkheinner zal men geen enkele positieve aanwijzing vinden over de wijze waarop de maatschappelijke verlossing is te realiseren het ene begrip met behulp van andere begrippen wordt omschreven; het is dus iets dat slechts binnen de taal plaatsvindt, maar tegelijkertijd de valse illusie wekt dat het de werkelijkheid weergeeft. De begrippen die Adorno en Horkheimer hanteren hebben nooit een vaste, eenduidige betekenis; de betekenis valt alleen af te leiden uit het verband waarbinnen zij ze hanteren. Het betekent echter dat de lezer nauwelijks vaste steunpunten krijgt aangereikt. Elke vaste grond lijkt hem voortdurend onder de voeten te worden weggetrokken.
22
D
e kritiek van Adorno en Horkheimer op het Verlichtingsdenken luidt dat het een 'calculerend' soort denken is, dat ieder aspect van de werkelijkheid beoordeelt op zijn nuttigheid voor de mens. Alles wat niet in de schema's past, wat nog niet gelijkgeschakeld is, wordt als vijand beschouwd. "De Verlichting verhoudt zich tot de dingen zoals een dictator tot zijn onderdanen. Hij kent ze voor zover hij ze manipuleren kan. De man van de wetenschap kent de dingen, voor zover hij ze maken kan", schrijven de auteurs in Dialektik der Aufklarung. Het is een vorm van denken die volgens hen tot de fundamenten behoort van de burgerlijke cultuur en zijn apotheose heeft gevonden in het fascisme. Voor Adorno en Horkheimer is het fascisme geen incidenteel bedrijfsongeval in de Westerse cultuur, maar is er in die cultuur altijd een potentieel aanwezig geweest, dat, zij het niet noodzakelijk, het fascisme heeft mogelijk gemaakt. Een voorbeeld uit de film Shoah kan verduidelijken wat Adorno en Horkheimer vermoedelijk hebben bedoeld. Aan het einde van het eerste deel van de film wordt een brief voorgelezen met daarin plannen om de wegligging van
VU-MAGAZINE - FEBRUARI 1987
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
VU-Magazine | 485 Pagina's