VU Magazine 1987 - pagina 333
werden er daarna 1000 half-stenen, halfhouten woningen in het Vogeldorp en het Disteldorp in Amsterdam-Noord neergezet. Deze woningen konden, vanwege het lichte gewicht, worden gefundeerd op een betonplaat, en hadden een geplande levensduur van 35 jaar. Maar, zoals dat wel vaker gaat met 'tijdelijke' oplossingen: die woningen staan er nu nog. Met een tuintje voor en een tuintje achter — het karakter van eengezinswoningen — waren deze woningen heel wat meer in trek dan de 'sinaasappelkistjes' van een aantal jaren eerder. Al doende groeide Noord uit tot de proeftuin van de gemeentelijke woningbouw. Het gebied behoorde al sinds 1877 bij de stad maar was altijd onbebouwd gebleven vanwege de geïsoleerde ligging. De hoge woningnood, en de goedkope en meteen beschikbare grond in Noord, deden in de jaren tien en twintig het gebrek aan een goede oeververbinding even vergeten. Voorlopig werden er ponten ingezet. De IJtunnel zou overigens nog tot 1968 op zich laten wachten. Een ander middel om de bouwkosten te drukken, werd in de Van der Pekbuurt, eveneens in Noord, beproefd. Als bouwmateriaal werd gewoon baksteen gebruikt; de besparing zat in het beperkte aantal woningtypes. Door de woningplattegronden te spiegelen, de zogenaamde repetitiebouw, werd toch nog zoveel mogelijk variatie aangebracht.
In Tuindorp Oostzaan werd voor het eerst op kleine schaal geëxperimenteerd met woningbouw in beton. Noord kreeg ook de primeur van het door Keppler zo voorgestane tuindorp: Tuindorp Oostzaan. Ook daarin werd weer repetitiebouw en 'lichte constructie' gebruikt. In dat tuindorp werd ook voor het eerst op kleine schaal geëxperimenteerd met woningbouw in beton. Aan het Castorplein werden 20 woningen uit dit nieuwe materiaal opgetrokken. Daarbij was men niet over één nacht ijs gegaan. Keppler maakte voor het begin van de bouw eerst met Ir. Jocklin een studiereis naar Engeland om zich op de betonbouw te oriënteren. Hoe huiverig er in die tijd tegen beton werd aangekeken blijkt uit het feit dat ook alle andere gemeenten die zich in Nederland aan deze bouwmethode wilden wagen, eerst af24
vaardigingen naar het buitenland lieten reizen.
A
an de andere kant van de stad verliep de gemeentelijke woningbouw intussen heel wat minder voorspoedig. De gemeente Watergraafsmeer, die de hele gelijknamige polder besloeg, was zich al vroeg bewust van het dreigende oprukken van de grote stad. In 1906/1907 had zij al een uitbreidingsplan voor de gehele Watergraafsmeerpolder laten ontwerpen door P. Vorkink en J.Ph. Wormser. Het plan was goed voor 200.000 inwoners, en daarmee aan de royale kant voor een gemeente die 5000 zielen telde. De bedoeling was echter niet het mogelijk maken van grootscheepse uitbreiding maar juist het greep kunnen houden op de 'uitgestrekte bebouwingsplannen van eenige bouwmaatschappijen'.
in die tijd meestal gebruikelijk - door woningbouwverenigingen worden ingevuld. Zo kon dan eindelijk de bouw van start gaan. Keppler had inmiddels aan een groot aantal bedrijven offerte gevraagd. Omdat de Woningdienst ervaring wilde opdoen met allerlei verschillende bouwsystemen, werd de woningbouw aan zeven verschillende firma's gegund. Zowel gietbouw (met bekistingen), montagebouw (met geprefabriceerde platen) als blokkenbouw waren op die manier vertegenwoordigd. Een buitenbeentje werd daarbij nog gevormd door het zogenaamde Dorlonco-systeem, waarbij 'bimsbetonplaten' (van Dorlonco) op een staalskelet werden aangebracht.
U
iteindelijk zijn er tien verschillende (sub-)systemen te onderscheiden; voor elk systeem Bevreesd voor armlastige nieuwkomers werd een aparte architect aangetrokken. uit Amsterdam voorzag het plan in Door de complexe en lange voorgeschieslechts kleine aantallen arbeiderswonindenis, en door de vele partijen die uiteingen. Bovendien werd bepaald dat zulke delijk bij de uitvoering betrokken raakwoningen minimaal 48 vierkante meter ten, is het tuindorp Watergraafsmeer een per bouwlaag moesten beslaan. Ongecurieuze mengeling geworden van uitwoon groot, en dus duur, voor die tijd. eenlopende stedebouwkundige en archiDe gemeente Amsterdam probeerde on- tectonische stijlen en opvattingen. dertussen meer greep op de situatie te Het meest in het oog springend is het krijgen door grond aan te kopen en in sterke contrast tussen de traditionele bak1918 een uitwerkingsplan door de archisteenbouw van de woningbouwverenitecten Gratama en Versteeg te laten teke- gingen en de strakke betonarchitectuur nen. van de gemeentewoningen. Binnen het Watergraafsmeer bleef zich echter zo- Tuindorp, dat toch een min of meer zelfstandig geheel vormt, treden daardoor veel mogelijk verzetten, bij voorbeeld soms wonderlijke overgangen en tegendoor bouwplannen op de fundering af te stellingen op. Een tweede gevolg van het keuren. De inmiddels weer oplaaiende feit dat de betonproef als min of meer op conflicten tussen de Diensten van zichzelf staand gezien werd, is de tegenKeppler en Bos zorgden voor verdere stelling tussen het nogal conservatieve vertraging. Uit de bewaard gebleven stedebouwkundige plan en de strakke bebriefwisseling tussen beide diensten valt tonnen woonblokken. Of zoals de archite lezen hoe zij het steeds weer oneens tect Duiker het later nogal laatdunkend waren over aspecten van de uitvoering en omschreef: "Er worden revolutionaire over de verantwoordelijkheden. De in 1921 door Minister Aalberse afge- bouwmethoden en materialen gebruikt, kondigde beperking van de woningwet- maar de verkaveling van de nieuwe bouw-voorschotten vormde nog eens een woonwijk was een imitatie van de strucextra moeilijkheid in de planvoorberei- tuur van een Drents dorp.'' Centrum van het tuindorp vormde de ding. Hij liet weten dat de bouwplannen Brink, waaraan allerlei collectieve voorin de Watergraafsmeer niet zouden kunzieningen werden geprojecteerd. Daarbij nen doorgaan, zolang de bouwkosten niet was naar de heersende socialistische opdrastisch omlaag werden gebracht. Na de vattingen veel ruimte voor centra van albemoedigende resultaten aan het Castorgemene ontwikkelingen: scholen, een plein in Noord werd daarom besloten beverenigingsgebouw en een bibliotheek. ton te gebruiken in de Watergraafsmeer. Kerkgebouwen ontbraken. Dat paste in De gemeente Watergraafsmeer was inde ideologie van de socialistische stedemiddels geannexeerd, en op 20 juli 1922 bouwers, maar werd later toch als een keurde de gemeenteraad tenslotte de gemis ervaren. Dat op moraliseren geen plannen goed. De gemeente zou er 900 woningen in beton bouwen. De andere taboe rustte blijkt bij voorbeeld ook uit helft van het uitbreidingsplan zou - zoals de in de glas-in-lood ramen van de bi-
VU-MAGAZINE — SEPTEMBER 1987
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
VU-Magazine | 485 Pagina's