VU Magazine 1987 - pagina 23
1
doen is om zoveel mogelijk risico's uit de v\/eg te ruimen." Dat gebeurt dan door een uiterst secure en minutieuze voorbereiding van de stunt. En zo komt één van de stunters ertoe de kans op mislukken in procenten uit te drukken - "Er is altijd een risico van vijf, tien, soms twintig procent dat je niet goed voorziet" waarbij dat gevaar dan steeds betrekking heeft op van buiten komende, niet te voorziene factoren ("Het risico dat een maniak je auto saboteert"). Stunters beschouwen zichzelf min of meer ais geprogrammeerde machines waarmee niets kan foutgaan zolang de negatieve invloed van onbekende oorzaken maar zoveel mogelijk buiten de deur wordt gehouden. Zo redeneren zij, voor zover het hun stunt betreft, bovendien de angst weg en stellen zij zichzelf gerust. De risico's van het dagelijks leven beschouwen ze als veel groter, want minder goed te voorzien en onder controle te houden dan hun eigen stunt: "Ik ben banger op de weg dan tijdens een stunt, want het gedrag van je mede-weggebruikers kun je onmogelijk voorspellen..."
S
usanne Piet, tot voor kort wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit van Amsterdam, maar vooral bekend geworden met haar journalistieke werk voor NRC/Handelsblad en Elseviers Weekblad, is hoe het ook anders? - gefascineerd door het verschijnsel angst, zo bekent zij tijdens een toelichtend gesprek. Niettemin zegt zij er niet aan te moeten denken om zich aan de halsbrekende toeren te wagen die de door haar onderzochte groepen waaghalzen - autocoureurs, stuntlieden en bergbeklimmers - uithalen. Schaart zij zich daarmee eigenlijk niet in de rijen van het op sensatie en griezelen beluste publiek - de feitelijke afnemers van de produkten die gevaarzoekers en horrorfilmproducenten aanbieden en dat onderwerp was in het eerste deel van haar boek? "Zéker! Ik bén gefascineerd door angst. Maar daar komt iets bij. ieder mens leeft met angst. In mijn eigen leven besefte ik dat ik juist de dingen deed waarvoor ik bang was en dat ik daar verder mee kwam. Spreken in het openbaar bijvoorbeeld, optreden voor de televisie, mensen interviewen, dat soort dingen. Klussen die ik toch als uitdaging zag en daarom deed. In mijn onderzoek vond ik datzelfde terug bij zowel gevaarzoekers als publiek. De mogelijkheid om angst te ervaren, kan een positieve uitwerking hebben op je motivatie om iets te doen waarvoor je eigenlijk bang li)ent. Mef omdat angst prettig zou zijn.
Links en midden: 'Stuntlieden verrichten hun kunsten niet zelden voor een publiek dat nauvtfelijks verheelt gretig te hopen op het mislukken van de stunt.'Foto's ANP Rechts: Susanne Piet: 'Gefascineerd door angst.' Foto Henk Thomas
'De kick dat alles goed is aan de auto en dat je een voorsprong kunt nemen. It's a higii feeling.' wel omdat de uitdaging die erin schuilt je een enorme 'kick' kan geven en je zelfvertrouwen aanmerkelijk kan vergroten. Zelf behoor ik wel degelijk ook tot dat op griezelen beluste publiek; ik heb een behoorlijke verzameling horrorverhalen, ben dol op dat genre, zolang het maar niet onsmakelijk wordt. Ik heb me wel eens afgevraagd waarom dat mij zo fascineert. En anderen blijkbaar ook, want veel griezelfilms zijn tegenwoordig binnen de kortste keren kassuccessen."
E
r is wel geopperd dat het bepaalde groepen uit de samenleving zijn die voor zulk soort films naar de bioscoop of - tegenwoordig vaker! - naar de videotheek stappen. Dat publiek zou dan voornamelijk worden gevormd door mensen voor wie het dagelijks leven en -zo zij dat al hebben - het dagelijks werk, geen enkele uitdaging (meer) inhouden; reden waarom zij hun portie spanning en sensatie In dit soort 'verbeeld gevaar' zoeken. De klandizie van de passieve vorm van angstbeleving zou, anders gezegd, een 'klassegebonden' aangelegenheid zijn. Zo'n algemene verklaring wijst Susanne Piet echter kordaat van de hand. "Het hangt er maar van af om wat voor persoon het gaat", meent zij. "Per individu kan de balans tussen de behoefte aan veiligheid en rust aan de ene, en aan onderzoekingsdrift aan de andere kant, enorm verschillen, leder mens is al dan niet bewust op zoek naar het perfecte evenwicht tussen die twee basisbehoeften. Is die laatste aandrang het sterkst, dan is bijvoorbeeld lopende-bandwerk nauwelijks te verdragen. Maar is de uitdaging van je werk te groot ten opzichte van je capaciteiten, dan is dat evenzeer een frusterende ervaring. In beide gevallen Is stress het gevolg. Het verschilt van individu tot individu en is dus niet echt klassegebonden, zoals jij suggereert. Ter illustratie; stuntlieden en bergbeklimmers bijvoorbeeld, zijn afkomstig uit zeer verschillende sociale milieus. Maar het is natuurlijk wél zo dat de kans, dat je uitdaging en bevrediging vindt in je werk, aanzienlijk geringer is wanneer je werkloos bent, aan de lopende band staat of bij Albert Heijn vakken vult, dan wanneer je, zoals jij en ik bijvoorbeeld, journalistiek bezig bent. De kans dat de eerste categorie in het bekijken van horrorfilms en andersoortige prikkeling compensatie gaat zoeken voor de daaruit voortvloeiende verveling, is dus ook gewoon groter."
Tot slot: is angst nu wel of niet lonend? "Angst zelf loont niet, dat is me goed duidelijk geworden. Bovendien; gevaarzoekers kennen net zo goed angst als jij en ik. En dat zijn andere conclusies dan wat me aan het begin van dit onderzoek als mogelijke uitkomst voor ogen stond. Angst blijkt één kant van de emotionele reactie die gevaar oproept. Spanning is de andere component. Zolang je die angst nu maar psychisch onder controle weet te houden, blijkt de spanning als zodanig, èn het overwinnen van angst lonend. Dat is de beloning en dat verklaart voor een belangrijk deel het gedrag van sensatie- en gevaarzoekers." D
21
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
VU-Magazine | 485 Pagina's