VU Magazine 1987 - pagina 144
De strijd om het vrouwenkiesrecht hield ARP en CHU verdeeld. Sommige vrouwen uit die partijen keerden zich echter samen tegen de uitsluiting van de helft van de kiezers.
HILLIE VAN DESTREEK
'De antirevolutionaire vrouw eerbiedigt wettig genomen partijbesluiten'
P
recies zeventig jaar geleden, in 1917, vond in ons land een Grondwetswijziging plaats die de invoering van het vrouwenkiesrecht mogelijk maakte. De Christelijk-Historische Unie (CHU) nam ten aanzien van de komst van dit kiesrecht toentertijd een geheel andere houding in dan de Antirevolutionaire Partij (ARP). De christelijk-historischen hadden aanvankelijk hun twijfels omtrent het vrouwenkiesrecht. Maar na invoering kozen zij er toch voor van de geboden mogelijkheden gebruik te maken. De ARP daarentegen hield principieel vast aan haar standpunt tégen het vrouwenkiesrecht te zijn, hoewel deze keuze de partij de nodige problemen opleverde. Opmerkelijk genoeg bestond er in de kleine groep vooraanstaande antirevoluVU-MAGAZINE - APRIL 1987
tionaire en christelijk-historische vrouwen een grote mate van overeenstemming aangaande het vrouwenkiesrecht. Het mocht wat hen betreft komen - en zij waren bereid dat recht op te eisen ook. Hoe was deze eensgezindheid tot stand gekomen en waarom weken de antirevolutionaire vrouwen af van het partijstandpunt? ,
H
et had lang geduurd voordat het zover was. Al in 1882 had Aletta Jacobs (1854-1929), de eerste gepromoveerde vrouw die Nederland rijk was, de kwestie van het vrouwenkiesrecht ter sprake gebracht. Bij toeval ontdekte zij, dat in de toen bestaande Grondwet nergens was vermeld dat vrouwen van het kiesrecht waren uitgesloten.
Zij besloot het recht, waarover ze zonder het zich bewust te zijn, kennelijk toch beschikte, op te eisen en verzocht de gemeenteraad van haar woonplaats Amsterdam haar kandidaat te stellen voor de raadsverkiezingen van 1883. Maar de gemeentsraad nam niet eens de moeite serieus op het verzoek in te gaan, zo belachelijk werd het gevonden. Aletta Jacobs vocht de kwestie uit tot bij de Hoge Raad. Ook deze wees haar verzoek af, met onder meer als argument dat met de in de Grondwet gehanteerde term 'Nederlander en ingezetene' uitsluitend mannen werden bedoeld. Want als dat niet zo was, dan had het er nadrukkelijk bijgestaan. Op de korte termijn had haar actie een averechts effect. Bij de kiesrechtuitbreiding die in 1887 plaatsvond werd de be-
11
V.l.n.r.: Dr. J.Th. de Visser: groot voorstander van het vrouwenkiesrecht. Dr. Herman van Bavincli: wel vrouwen liandidaat stellen, maar niet te veel. A.W.F. Idenburg: commissie wilde geen passief kiesrecht in de ARP.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
VU-Magazine | 485 Pagina's