Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1987 - pagina 194

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1987 - pagina 194

4 minuten leestijd

een stadje in Oost-Vlaanderen de verpleegkundige Zuster Godefrida gearresteerd op verdenking van moord op minstens tien bejaarden. Over het motief tastte men in het duister; krankzinnigheid, de jacht op de bezittingen van haar slachtoffers of het onvermogen de verzorging van haar patiënten nog langer aan te kunnen, waren in haar geval alle mogelijk. De zuster bleek al langer ontoerekeningsvatbaar, maar het bestuur had nooit gereageerd op signalen van collega's. Zuster Godefrida had enkele patiënten een dodelijke injectie gegeven; anderen deed zij stikken. Een andere geruchtmakende zaak speelde zich rond 1925 af in Amsterdam. Een man kwam 's avonds een café binnenstrompelen. Niet dronken, zoals men eerst dacht, maar zwaar gewond door een messteek in de borst. Hij overleed later in het ziekenhuis. De meest voor de hand liggende verdachte was Martha Kosakovsky. Zij had een verhouding met het slachtoffer, maar was daar al enige tijd op uitgekeken. Het meest aannemelijk leek dat Martha en het slachtoffer ruzie hadden gehad, waarbij het slachtoffer een mes tevoorschijn haalde, dat Martha hem alpakte en waarmee ze hem vervolgens in de borst stak. Handig optreden van haar advocaat voorkwam echter een veroordeling: zij werd vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs. Zaken als deze lijken uitzonderingen. Alom is men ervan overtuigd dat crimineel gedrag van vrouwen zich nauwelijks laat vergelijken met dat van mannen. Allereerst al wat betreft de omvang: slechts tien procent van alle verdachten is van het vrouwelijk geslacht. Dit percentage is de laatste jaren licht gestegen tot twaalf. Ook blijkt dat vrouwen over het algemeen andere misdaden plegen dan mannen. Op een vorige maand gehouden congres over 'Vrouwen en criminaliteit' werden cijfers en meningen omtrent misdaden van (en tegen) vrouwen gepresenteerd. De bijbehorende congresbundel gaf een aardig overzicht van de huidige stand van het onderzoek. Niet iedereen aanvaardde het zo voor de hand liggende gegeven dat de criminaliteit onder vrouwen lager is dan die onder mannen. De Amerikaanse onderzoeker O. Pollak meent zelfs dat er helemaal geen verschillen zijn. De - meestal mannelijke - functionarissen van politie en justitie zouden volgens hem in het geval van een vrouwelijke verdachte eerder van vervolging afzien, waardoor de criminaliteitscijfers voor vrouwen ten onrechte laag zouden liggen. Een andere

VU-MAGAZINE —MEI 1987

Van de 43 gevangenissen In Zweden is er slechts één voor vrouwen: Hinseberg. Foto ANP

Van de vrouwelijke gevangenen in Hinseberg wordt verwacht dat zij niet alleen de was doen voor hun mede-gevangenen, maar ook voor de Nationale Spoorwegen... Foto ANP

verklaring is de bedrieglijke natuur van vrouwen. Zij worden aangezet tot liegen en bedriegen en leren goochelen met de waarheid. Kenmerkend voor hen zijn dan ook daden die gemakkelijk aan het daglicht kunnen worden onttrokken, zoals abortus, kindermoord en afpersing, aldus Pollak zoals hij wordt geciteerd in het artikel van Gerben Bruinsma en EUie Lissenberg in genoemde congresbundel.

D

e ideeën van Pollak zijn echter een uitzondering; de meeste criminologen gaan ervan uit dat vrouwen minder vaak overtredingen en misdrijven plegen dan mannen. Interessant zijn de redenen die hiervoor in het verleden werden aangevoerd. Lombroso zocht deze vooral in de lichaamskenmerken van vrouwen (en mannen). Bij delinquente mannen vond hij bepaalde afwijkingen aan de schedel, afwijkingen die bij vrouwen beduidend minder vaak voorkwamen. De schedels van vrouwen die wèl crimineel gedrag vertoonden kwamen verdacht veel overeen met de schedels van criminele mannen. Ook psychologische verklaringen werden vaak aangevoerd. Vrouwen zouden moreel hoogstaander zijn en in het bezit van een groter aanpassingsvermogen.

Hierdoor kunnen vrouwen 'ongunstige' situaties beter verdragen, hetgeen een rem vormt tegen het begaan van strafbare feiten. De sociale omstandigheden waaronder vrouwen en mannen leven verschillen, en daarom verschilt ook hun crimineel gedrag, zo luidt de redenering van aanhangers van de sociologische verklaring. De criminoloog W.A. Bonger meende in 1905 dat er nauwelijks meer verschil zou zijn in crimineel gedrag tussen mannen en vrouwen als het leven van vrouwen hetzelfde zou zijn als dat van mannen. De - bescheiden - stijging die de laatste jaren in Nederland valt te constateren ten aanzien van criminaliteit van vrouwen vormt de oorzaak van een aantal onderzoeken die deze stijging trachten te verklaren, al dan niet met gebruikmaking van redeneringen uit vroeger tijden. Is er, zo vraagt men zich af, een verband

Kenmerkend voor vrouwen zijn misdaden die gemakkelijk aan het daglicht kunnen worden onttrokken. 17

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

VU-Magazine | 485 Pagina's

VU Magazine 1987 - pagina 194

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

VU-Magazine | 485 Pagina's