Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1987 - pagina 84

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1987 - pagina 84

6 minuten leestijd

persoonlijk weten dat alle laaggedoseerde anti-conceptiepillen nog steeds betrouwbaar zijn en verkieslijk boven de bijwerkingen veroorzakende, zwaardere pillen. De onderzoeksresultaten zijn "hier en daar wat onduidelijk in het nieuws gekomen", aldus prof. Haspels.

Minipil

Trigynon, één van de laaggedoseerde anticonceptiepillen: tóch betrouwbaar. FotoAVC/VU

Even brak paniek uit in delen van vrouwelijk Nederland. 'De minipil is lang niet altijd even betrouwbaar', meldden de krantekoppen. Aanleiding was het onderzoek van dr. Nine van der Vange over laaggedoseerde anti-conceptiepillen, waarop zij in Utrecht promoveerde. Een storm in een glas water, naar nu blijkt. In een geruststellend persbericht laat de Utrechtse gynaecoloog/^ro/rfr. A.A. Haspels, onder wiens supervisie het onderzoek plaatsvond, nu

De media waren kennelijk afgegaan op de conclusie dat, bij gebruik van dergelijke pillen, toch nog wel eens een eitje kan vrijkomen. Zij gingen daarmee voorbij aan het in dit onderzoek óók aangetoonde feit, dat de laaggedoseerde pil nog vier andere effecten sorteert die, zélfs in dat geval, een ongewenste zwangerschap voorkómen. Dit piltype remt namelijk niet alleen de 'eisprong', maar verandert ook de baarmoederwand, de beweeglijkheid van de eileiders, het slijm in de baarmoedermond en de zuurgraad van de schede, waardoor een geslaagde conceptie uiterst onwaarschijnlijk wordt. Gebruiksters van de 'minipil' (en hun partners) kunnen opgelucht ademhalen.

,;..V. lïfA^^ De vuiliskarren uit het midden van de 18e eeuw waren honderd jaar later nóg in gebruik

Onfris Milieuverontreiniging, een kwaal van deze tijd? Niet uitsluitend, zo leert het proefschrift van de Groningse historicus H. van Zon, getiteld Een zeer onfrisse geschiedenis; studies over niet-industriële vervuiling in Nederland;, 1850-1920. Afwezigheid van waterleiding, riolering en afvoersystemen voor huisvuil veroorzaakten tot ver in deze eeuw zodanige overlast, dat de volksgezondheid ernstig in gevaar kwam. De cholera-epidemie van 1866 is daarvan maar één enkel voorbeeld. Ongerustheid over deze wantoestanden vond men hoofdzakelijk onder de bevolking. De lokale overheden achtten zich niet verantwoordelijk. De, krachtens de Wet op het Geneeskundig Staatstoezicht uit 1865, aangestelde regionale inspecteurs van de volksgezondheid ondervonden van die zijde zelfs tegenwerking; deze 'gezondheidsridders' zouden geen oog hebben voor de kosten van hun verbeteringsvoorstellen. Nu wist men in die tijd ook geen raad met de vuiligheid, voornamelijk uitwerpselen van mens en dier. Sommige steden trachtten het vuil na compostering als mest aan de boeren te slijten. Hygiënischer perspectieven daagden pas toen, begin deze eeuw, waterleiding, riolering en watercloset hun entree maakten. Maar zolang de riolering nog ongezuiverd op het opper-

tussen ziekte en taakbelasting. Ook het gering geachte aantal arbeidsuren strookt niet met de werkelijkheid. Op jaarbasis maakt een leraar gemiddeld bijna vijf procent meer uren dan de doorsnee werknemer met een 40-urige werkweek, en zo'n tien procent meer dan waaraan hij of zij zich volgens aanstelling verplicht heeft. Leerkrachten die in deeltijd werken scoren zelfs nog hoger. In die lange vakanties wordt dus ook gewoon gewerkt...

vlaktewater loosde, bood dat geen echt soelaas. Het is tekenend dat het in 1900 ingediende wetsontwerp tot bescherming van het oppervlaktewater pas in 1969 daadwerkelijk resulteerde in een Wet op Verontreiniging van Oppervlaktewater. Onfris inderdaad.

Een leraar voor de klas: hondebaan.

Springstaart Er zijn landdieren en zeedieren en die soorten houden er in het algemeen zeer verschillende eigenschappen op na. Zo zijn de dieren die in zee en aan de kusten leven volledig aangepast aan een waterig milieu en bijvoorbeeld gewend aan hoge zoutconcentraties. Landdieren kunnen daar veel minder goed tegen. Opmerkelijk is daarom het geringe aantal diersoorten dat zich van dat strakke onderscheid weinig lijkt aan te trekken en levend tussen eb en vloed - de kustgebieden als domein kiest.

Hondebaan Korte werkdagen, lange vakanties; wie voor de klas gaat staan heeft het goed bekeken. Dat is de gangbare opvatting over het beroep van leraar. Onlangs werd dit beeld onderuit gehaald toen het Instituut voor Sociaal-Wetenschappelijk Onderzoek de eerste resultaten naar buiten bracht van een onderzoek naar de 'taakbelasting' van leraren in het voortgezet onderwijs (070). Het leraarschap blijkt een hondebaan, en menig docent gaat zwaar gebukt door 't leven. Een kwart van het gezamenlijke lerarencorps voelt zich zeer zwaar belast en dat niet alleen vanwege die onhandelbare jeugd van tegenwoordig. Ook gebrek aan steun van collega's, de schoolleiding en het beleid van Deetman's ministerie blijken bronnen van onvrede. Leeftijd, geslacht en opleiding spelen daarbij geen rol. Niet verwonderlijk dat hun ziekteverzuim hoog is en dat dertig procent van de zieke leraren zelf een verband legt VU-MAGAZINE - FEBRUAR11987

Van de ongewervelde dieren die hun oorsprong op het land hebben maar zich aan het kustleven hebben aangepast, valt vooral een springstaartsoort in het oog -de Anurida maritima. Dat heeft met de

i^t 'OB'

De ontwikkel! een springstaart: aanpassen VU-MAGAZINE —FEBRUARI 1987

grootte van dit tot de insekten gerekende diertje niets te maken (het meet slechts twee tot vier milimeter), wel met het feit dat dit beestje zozeer is aangepast aan het zoute kustmilieu, dat het de normale, zoete omstandigheden op het land niet meer kan verdragen. Bioloog Jan Witteveen bestudeerde het dier nauwgezet en schreef er een dissertatie over waarop hij onlangs aan de VU promoveerde. Dezespringstaarten hebben een echt 'getijdengedrag' ontwikkeld. Bij eb gaan ze op voedsel uit. Een uur voor de vloed het strand overspoelt trekken zij zich terug in holtes, gaten en spleten om daar gezamenlijk in een luchtbel het keren van het tij af te wachten. Overleven is aanpassen, zo leert de natuur keer op keer.

FotoAVC/VU

het volste vertrouwen -, wèl over de wijze waarop deze specialisten, intermenselijk gezien dan, met hun clientèle omspringen. Over het verstrekken van de noodzakelijke informatie blijkt zeventig procent van de behandelde ooglijders uitermate ontevreden. En dat geldt evenzeer het niet ofte laat

Aanleiding voor de N.V.B.S. contact op te nemen met de Wetenschapswinkel van de VU. Daar stelde men een onderzoek in. Veel verder dan een inventarisatie van de klachten kwam men echter niet. Men raadt de patiënten aan meer eigen initiatief te ontplooien (maar dat wisten ze inmiddels al). En men ad-

doorverwijzen bijvoorbeeld naar instituten die optische hulpmiddelen verstrekken. Tachtig procent van deze patienten heeft die weg zelfstandig moeten vinden. Ook over het gebrek aan privacy en de lange wachttijden in de poliklinieken blijken de visueel gehandicapten gebelgd.

viseert bovendien in de opleiding van oogartsen meer aandacht aan het intermenselijke aspect te besteden. Want kennelijk krijgen aanstaande oogartsen daarin wèl zicht op de splinter in de kijkers van de patiënt, maar niet op de balk in het eigen oog.

Oogartsen Medisch studenten die van oogheelkunde hun specialisme maken, gaan er ten onrechte vanuit dat dit een technisch vak is dat weinig contactuele eigenschappen vergt. Regelmatig regent het klachten bij de/V. F. B. 5., de Nederlandse Vereniging van Blinden en Slechtzienden. Niet over de medische deskundigheid van oogartsen daarin hebben de patiënten

39

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

VU-Magazine | 485 Pagina's

VU Magazine 1987 - pagina 84

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

VU-Magazine | 485 Pagina's