VU Magazine 1987 - pagina 329
Er is geen tegenstelling tussen geloof en wetenschap, aldus dr. Abraham Kuyper - de politicus, journalist en geleerde die 150 jaar geleden werd geboren. Want iedere wetenschap baseert zich wel op een of ander geloof, al is het maar in de rede.
Abraham Kuyper >
C3
o
Ik betwist dat pure waarneming op zichzelf voldoende wetenschap is. Zelfs het fijnste microscopisch en het meest verreikende telescopisch onderzoek is niets anders dan waarneming met versterkt oog. Het wordt pas wetenschap wanneer je uit het bijzondere van waargenomen verschijnselen de wet van het algemene ontdekt, en zo op het spoor komt van de gedachte die het gehele complex van verschijnselen beheerst. Zo ontstaan afzonderlijke wetenschappen. Maar daar blijft het niet bij. Want ook in die afzonderlijke wetenschappen moeten hypothesen en resultaten onder één noemer worden gebracht. Tenslotte treedt dan de filosofie
om alle groepsgewijs verkregen resultaten tot één organisch geheel samen te vatten. Pas wanneer de eenheid van heel het kosmisch leven doorgluurd wordt, viert de wetenschap haar grootste triomf. De ontwikkeling van de gehele kosmos is geen speelbal van gril of toeval maar gehoorzaamt aan regels en orde. Daarin ligt ook de noodzaak tot eenheid in conceptie verborgen. Het dwingt tot het aanvaarden dat er in alles vastheid en regelmaat schuilt. De kosmos is geen hoop losse stenen maar een in strakke stijl opgetrokken, monumentaal gebouw. Wie dit standpunt prijsgeeft verliest de samenhang, het proces en de continuïteit uit het oog. En zeg nou zelf: hoe kan er dan
Yrijheid is voor alle M wetenschap wat voor ons di
nog wetenschap zijn? Zonder het diepe besef van eenheid en orde kan de wetenschap het niet verder brengen dan vage vermoedens. Alleen vanuit het geloof aan die organische eenheid van het heelal kan de wetenschap, uit de waarneming van het bijzondere, via het algemene, tot wetmatigheden komen en daaruit weer opklimmen tot dat ene allesbeheersend principe. Kosmische wetenschap ontstond in de grieks-romeinse wereld. In de middeleeuwen verloor men de kosmos uit het oog om alle aandacht te kunnen richten op het leven na de dood. Juist het calvinisme heeft weer tot juiste waardering van óók het aardse leven en de kosmos geleid. Maar ik houd staande dat Aristoteles in z'n eentje meer van de kosmos heeft begrepen dan alle kerkvaders samen. Het gereformeerde geloof leert dat er twee middelen zijn om God te kennen: de natuur en de bijbel. Men ziet nu in
dat onze aandacht niet aan natuur en schepping voorbij mag gaan. De studie van het lichaam kreeg een ereplaats naast die van de ziel. En de menselijke samenleving werd opnieuw een waardig voorwerp van menselijke wetenschap. Met dit inzicht komt de christen dan ook heel anders tegenover het leven te staan. In béide, kerk èn wereld, moet het kunstwerk van de Schepper worden onderzocht. Het is dan ook niet juist dat gelovigen zich beperken tot theologie en contemplatie, om alle overige wetenschappen, als zouden die minderwaardig zijn, aan de ongelovigen over te laten.
V;
rijheid is voor alle echte wetenschap wat voor ons de lucht is die we inademen. Maar dat betekent nog niet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
VU-Magazine | 485 Pagina's