Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1987 - pagina 453

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1987 - pagina 453

5 minuten leestijd

Kernreactor in Sellafield: de reactorindustrie in Windscale werd mede door het ongeluk in 1957 zo impopulair dat, met een wat naïeve maatregel, getracht is de aandacht van het grote publiek af te leiden: de naam 'Windscale' maakte plaats voor 'Sellafield'. Foto ANP.

van 20 tot 30 per minuut. Daarmee was de detectiemogelijkheid bewezen. In de daarop volgende maanden werd het KNMI in het onderzoek betrokken. We installeerden identieke meetopstellingen in de waarnemingsstations te De Bilt, Den Helder en Eindhoven, maar zonder de Geiger-Müllerteller. In de drie KNMl-stations werden de filters na de luchtbemonstering gefixeerd door er een dun laagje kunststof op aan te brengen, en per post verzonden naar Rijswijk voor de radioactiviteitsmeting, tezamen met gegevens over het doorgezogen luchtvolume. Zo werd van mei 1956 af de dagelijkse registratie uitgevoerd in vier Nederlandse stations. In 1958 - dus na de brand in Windscale - werd de opstelling in Rijswijk bovendien verbonden met een alarm-installatie, die een radioactiviteit hoger dan de maximale natuurlijke activiteit onmiddellijk signaleerde.

D

e brand in de reactor te Windscale op 10 oktober 1957 vernamen wij dan ook uit de krant. Dat was aanleiding om de filters niet zoals gewoonlijk drie dagen te laten liggen, maar onmiddellijk te beginnen met een speciaal onderzoek. De karakteristieken van de radioactiviteit

's Avonds voelde ik me enigszins 'genomen' en ik besloot om op de derde dag desnoods onbeleefd te worden. 10

bleken duidelijk te verschillen van wat we gewend waren van atoombomexplosies. Verder was het radioactiviteitsgehalte van de lucht van 11 tot 16 oktober twee tot twintig maal zo hoog als het hoogste niveau dat we voordien gemeten hadden. De filters vertoonden tenslotte een alfa-activiteit, die weliswaar slechts één procent bedroeg van de bèta-activiteit, maar die zelfs na drie weken op de filters van 11 tot 16 oktober nog niet merkbaar gedaald was. Vooral dat laatste gegeven wekte onze ongerustheid, want plutonium zendt alfastraling uit en zelfs een vermoeden van kleine plutonium-deeltjes in ingeademde lucht wordt als zeer gevaarlijk beschouwd. Op aanraden van de directeur van het MBL, wijlen professor Cohen, telegrafeerden we onze vondst naar het radioactiviteitslaboratorium in Harwell, waar men, naar wij wisten, ook werkte aan het bepalen van de kunstmatige atmosferische radioactiviteit. Onze vraag om nadere informatie werd snel beantwoord met een dringend verzoek zo spoedig mogelijk met de betreffende filters naar Harwell te komen. Een hotel zou worden gereserveerd. Het vervoer vanaf het vliegveld in Londen werd geregeld. Die haastige reis naar Engeland zal ik niet gemakkelijk vergeten, omdat het de enige keer in mijn leven geweest is dat ik een 'VIP-behandeling' onderging. Een collega uit Harwell haalde mij af van het vliegtuig en bracht mij, buiten de douane om, naar een auto die door de Harwellchauffeuse in vliegende vaart naar Harwell (bij Oxford) werd gereden. In Har-

well werd ik met zoveel strijkages ontvangen, dat ik onmiddellijk een gevoel van argwaan voelde opkomen. Ik werd het laboratorium rondgeleid met zoveel breedvoerige toelichtingen, dat er de eerste dag helemaal geen tijd over bleef om te praten over het reactor-ongeluk. Mijn filters had ik afgegeven onder voorwaarde dat ik ze onbeschadigd terug zou krijgen. De tweede dag probeerde ik wat actiever het gesprek op de door ons verrichte metingen te brengen, maar iedere poging werd behendig afgeleid naar een algemene discussie over meting van radioactiviteit in lucht, die ik, zonder onbeleefd te worden, niet kon afbreken. 's Avonds voelde ik me enigszins 'genomen' en ik besloot om op de derde dag desnoods onbeleefd te worden. Dat bleek niet nodig. Tot mijn opluchting vertelde men mij op de derde dag de resultaten van het onderzoek waarmee ze in Harwell kennelijk meteen na ontvangst van ons telegram waren begonnen. De grote luchtfilters van de Harwell-groep waren radiochemisch geanalyseerd en er was nu kennelijk toestemming verkregen om ons in te lichten over de resultaten en de interpretatie ervan.

I

nderdaad bleek er een alfa-straling uitzendende stof aanwezig te zijn naast de bèta-activiteit die, evenals kort na het ongeluk in Tsjernobyl, grotendeels van isotopen van het element jodiura aflcomstig was. De alfa-activiteit had men niet verwacht en daardoor eerst over het hoofd gezien. Gelukkig zat er geen plutonium in de filters, maar polonium-210. Ten tijde van de brand was men toevallig in de reactor bezig geweest deze stof te maken door neutronenbestraling van bismuth. Polonium werd gebruikt om de neutronenbronnen te maken die onderdeel moesten vormen van de Engelse atoombommen, maar dat werd er natuurlijk niet bij verteld.

In de loop van de daarop volgende maanden konden wij zelf het resultaat bevestigen. De alfa-straling uit onze filters nam langzaam af met een halveringstijd van ongeveer 140 dagen en dat is juist de halveringstijd van polonium-210. De halveringstijd van plutonium-239 is ongeveer 24000 jaar, dat wil zeggen: de activiteit ervan is vrijwel constant over een periode van enkele maanden. Dezelfde chauffeuse bracht mij na mijn verblijf in Harwell weer terug naar het vliegveld, weer met vliegende vaart hoewel er nu geen haast meer was. Intussen bestookte ze mij met nieuwsgierige vra-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

VU-Magazine | 485 Pagina's

VU Magazine 1987 - pagina 453

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

VU-Magazine | 485 Pagina's