VU Magazine 1987 - pagina 148
functies waarvoor enkele van hen ongetwijfeld zeer geschikt waren. In de jaren twintig bracht zij op afdelingsbijeenkomsten van de ARP het partijbesluit enkele malen kritisch ter sprake. Op één van deze vergaderingen verdedigde zij de volgende stelling: "De partij heeft niet het recht om een vrouw, die krachtens haar aanleg roeping gevoelt voor de publieke taak, de vervulling van haar roeping door dwang onmogelijk te maken". Haar kritische geluiden vonden nauwelijks gehoor. Ook een plan van onder anderen mevrouw Diepenhorst, mevrouw Havelaar en Gesina van der Molen een aktie op te zetten met de bedoeling het partijbesluit ongedaan te maken liep op niets uit. In sterk contrast met de beperkte ruimte van de vrouwen in de ARP stond de mime plaats die de christelijk-historische vrouwen binnen hun partij werd geboden. De succesvolle carrière van mr. Frida Katz is hiervan bij uitstek het voorbeeld. In 1919 nam zij zitting in het Hoofdbestuur van de CHU, in 1920 namens deze partij in de gemeenteraad van Amsterdam en in 1922 in de Tweede Kamer. Ook andere vrouwen kregen een plaats op de christelijk-historische verkiezingslij sten. In 1923 werd de domineesvrouw A.A. van HoogstratenSchoch in de Zeister gemeenteraad geko-
Tot 1953 werd geen enkele vrouw op de antirevolutionaire verkiezingslij st geplaatst. zen. Later had zij vier jaar zitting in de Utrechtse Provinciale Staten. In Soest bij voorbeeld kwam mevrouw S.G. Landweer-de Visser, een dochter van dr. J.Th. de Visser, in de gemeenteraad. Voor de politiek geïnteresseerde vrouwen in de ARP was dit alles niet weggelegd. Maar het was uiteindelijk zoals Henriëtte Kuyper in 1928 na afloop van de turbulente tijden rondom de invoering van het vrouwenkiesrecht beschreef: "Niet iedere antirevolutionaire vrouw zal instemmen met het partijbesluit, maar welke haar persoonlijke opinie ook zij, als antirevolutionaire vrouw eerbiedigt zij wettig genomen partij besluiten". D Hillie van de Streek studeerde geschiedenis aan de Rijlisuniversiteit te Utrecfit. Haar doctoraalscriptie liad als thema 'De politieke emancipatie van vrouwen in de ARP, 1917-1953'.
L
achen kunnen we wel, bulderen zelfs met André van Duin, maar in de grond zijn we een ernstig volk. 'Zwaar op de hand' heet dat beeldend. Een predikant die ons onze verdorvenheid en de kans op eeuwige verdoemenis pleegt voor te houden wordt 'zwaar' genoemd, hoewel ik daar licht aan zou tillen. Luim en ernst moetje bij ons dan ook goed uit elkaar houden. Je doet gewoon, of je maakt grapjes. Doe je het één in vorm van het andere, dan sticht je verwarring. VU-Magazine behoort qua afkomst (Vereniging voor christelijk wetenschappelijk onderwijs) en qua doelstelling (het wetenschappelijk bedrijf helder en kritisch belichten) vanzelfsprekend tot de serieus te nemen publikaties. Ik hoop dat ik dit imago niet ondermijn, wanneer ik beken adept te zijn van een oer-Britse instelling, die van de Fourth Leader van The Times. Een leader is wat bij ons in een dagblad redactioneel commentaar heet. De Times heeft er meestal drie, soms een vierde. Deze laatste is een eigen leven gaan leiden, de beste worden zelfs regelmatig gebundeld. In zo'n fourth leader moet de schrijver, met de stijl van een lettre en met spitsvondige politieke, literaire en overigens culturele toespelingen, een onbenullig bericht van nonsensicaal commentaar voorzien. Neem dat van 31 januari 1987. Een persbericht meldt dat tijdens manoeuvres van de Zwitserse luchtmacht een ernstige botsing is ontstaan, waarbij twee straalvliegtuigen en een wentelwiek zijn betrokken. Gelukkig geen slachtoffers. Maar wel is ' 'a drugged horse '' (een verdoofd paard) vanaf een hoogte van driehonderd voet doodgevallen. De schrijver van Ae, fourth leader begint met een ontkenning: nee, hij fabriceert geen nieuws, hij geeft het slechts
door. Trouwens, het bericht kwam van Reuter, en die zijn bepaald ingetogen, zeker de correspondent in Zwitserland. We moeten dan ook leren leven met het feit dat in dit land - naast lawines en muesli - het risico van op ons vallende paarden reëel is geworden. De schrijver rekent ons nog voor dat er sprake is van een trefsnelheid van 196 mijl per uur. Een doffe klap. En dan de verklaring. Vliegtuigen met verdoofde paarden
iets zit in een vliegend paard. Jammer, concludeert de schrijver, "they were, after all, only trying to make William tell". Alle ingediënten voor het serieus uitdiepen van een nieuwsfeit zijn aanwezig. Een waar bericht, een wet van de fysica, politiek, dierenmishandeling, wat sluikreclame, taalkundige kunstgrepen en minstens één bewijs van enorme belezenheid. Kom daar maar eens om bij ons in een
Kardinaal
als geheim Zwiters wapen? Nee, in strijd met 's lands neutraliteit. Een verstekeling? Een experiment om te kijken of Newton gelijk had (interessant voor VU-Magazine!)? Niet waarschijnlijk. Balen ze daar soms van de uitdrukking "raining cats and dogs'' en willen ze deze metafoor daarom vervangen? Ook niet. En alleen een gek zou denken dat het ging om een poging om een vorm van lucht-polo te populariseren. De suggestie dat Pegasus Vliegvacanties hiermee reclame wilde maken verwerpt de schrijver eveneens. Maar hij is er achter gekomen. Een makkie, we hadden het zelf kunnen bedenken: het was een stunt van de Zwitserse afdeling van de Wordsworth-Vereniging. 's Dichters langste en tevens slechtste gedicht (FefórSé'//, 227 strofen) begint met' 'There 's something in a flying horse''. Gefrustreerd in haar pogingen om enige samenhangende betekenis aan dit werk te ontlokken, heeft de Vereniging willen nagaan of er inderdaad
commentaar! "Maar het moet toch echt ergens om gaan?" roept een vaderlandse commentaarschrijver vertwijfeld. Kletskoek. Laat hij nou eens een voorbeeld nemen aan kardinaal Simonis. Weliswaar, helaas, geen krantenman. Maar deze kerkvorst is in staat biologische en zelfs theologische zotteklap zo serieus te verwoorden, dat er een voortreffelijke/ourrt leader ontstaat. Weliswaar publiceerde de kardinaal zijn stuk, wederom helaas, in een theologisch tijdschrift, en is het veel te lang om binnen de grenzen van een fourth leader te passen. Maar hij kan het toch maar. En dan blijkt weer dat wij Nederlanders zo'n grensvervaging tussen ernst en luim niet weten te onderkennen. Half Nederland gaat er serieus op in, zelfs met processen. U ziet: wij kunnen deze humor niet op waarde schatten. De lezers van The Times - en voortaan die van VU-Magazine - weten beter.
15
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
VU-Magazine | 485 Pagina's