Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1987 - pagina 339

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1987 - pagina 339

4 minuten leestijd

dongen op de gedachte dat de retourlading als enige de winst bepaalde die de VOC maakte. De compagnie hield zich namelijk in Azië ook bezig met wat tegenwoordig wordt aangeduid als de interaziatische handel. Deze handel werd in het begin van de zeventiende eeuw , voor een deel overgenomen van de Portugezen, maar vooral ook van de Chinezen. Het voordeel van de inmenging in de interaziatische handel was dat de compagnie op die manier zichzelf voorzag van een betaalmiddel voor goederen die zij

Steeds meer behoefte kwam er aan inzicht in het belang van de handel met Azië en de invloed ervan op de Nederlandse economie en de wereldhandel.

Het vlaggeschip van Michiel Adriaanszoon de Ruyter, De Zeven Provinciën, 1666.

Het scheepvaartverkeer op het Amsterdamse U, 1663.

zich wilde aanschaffen in Azië. Zo werden in India goedkope katoentjes gekocht die het in Indonesië goed deden als betaalmiddel bij de aankoop van hard hout, en handelden de ambtenaren van de VOC door geheel Azië in goedkoop gebruiksaardewerk. Op die manier werd de hoeveelheid goud enigszins in de hand gehouden, die vanuit Nederland jaarlijks moest worden gestuurd om de luxe goederen (waaronder ook specerijen) te bekostigen, die in de eerste decennia het voornaamste onderdeel van de handel vormden. De nijvere rekenaars die dit handboek schreven hebben echter berekend dat alle geld - aanvankelijk baar goud, later ook gemunt geld - dat naar Azië werd gezon-

den tijdens het bestaan van de VOC 574.355.013 guldens heeft bedragen. Geen kleinigheid; de guldens niet, en het berekenen van zulke bedragen evenmin.

D

e retourladingen maakten in Nederland de zichtbare winst van de handel van de VOC uit. De lading op de terugweg was altijd kleiner dan die op de heenweg. Hoeveel men terug kon sturen was niet alleen afhankelijk van wat er te koop was op de markt in Batavia (lacarta) en elders in Azië. Het was vooral ook afhankelijk van het aantal schepen dat voor de terugtocht beschikbaar was. In Azië zelf werden geen grote schepen gebouwd voor de VOC en in de loop der jaren waren er heel wat schepen die vanuit Nederland gekomen waren, maar die de terugtocht niet meer ondernamen. Zij werden ingezet bij de interaziatische handel en tenslotte in Azië naar de sloop gebracht. De produkten die door de retourvloot werden meegenomen waren velerlei en vaak exotisch van aard. De belangrijkste

waren echter specerijen en peper, suiker, thee en koffie, natuurlijke verfstoffen, salpeter, metalen en textiel. Aanvankelijk was de peper het belangrijkste. In de eerste tien jaar bepaalde peper 56,4 procent van de waarde van de ladinglijsten. In de daaropvolgende jaren daalde de prijs echter. Peper werd langzamerhand steeds minder belangrijk, al maakte het zelfs aan het einde van het bestaan van de VOC nog negen procent van de waarde van de ladinglijsten uit en 11 procent van de uiteindelijke opbrengsten bij verkoop in Amsterdam. Aan het einde van de zeventiende eeuw kwamen koffie en thee op als veelgevraagde genotmiddelen. Zij werden in de daaropvolgende honderd jaar steeds belangrijker in de handel. Alleen textiel maakte een nog sterkere groei door. Maar dat was aan het einde van het leven van de oude compagnie. In die tijd ging het slecht met wat eens een trotse, en voor zijn tijd moderne maatschappij was geweest. De textiel was een produkt dat langzaam zijn plaats veroverde op de Nederlandse markt; zó gewoon dat sommigen die het kochten zich misschien niet eens realiseerden welke lange reis het had gemaakt. Maar de tijden van de exotische geur en de fabelachtige winst van de peper hadden de Heren-bewindvoerders toen al lang achter zich. In 1795 ging de VOC ter ziele. D J.R. Bruijn, F.S. Gaastra and I. Schöffer with assistance from A.C.J. Vermeulen: Dutch Asiatic Shipping in the 17th and 18th centuries. Vol. I Introductory volume; Rijks Geschiedkundige Publicatiën, grote serie 165 (The Hague 1987) Karin van Lierop studeerde geschiedenis en is eindredacteur van TNO-magazine

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

VU-Magazine | 485 Pagina's

VU Magazine 1987 - pagina 339

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

VU-Magazine | 485 Pagina's