VU Magazine 1987 - pagina 191
Jozeph Mengele: bij hem vallen wetenschappelijk onderzoek en moord geheel samen. Foto ANP Oude mensen, zieken en zwakken worden door Mengele naar de gaskamer gestuurd. Een tekening van een onbekend gebleven gevangene. Foto ANP
vering van het nationaal-socialisme ging men echter wel over tot actief ingrijpen: geesteszieken dienden gesteriliseerd of gedood te worden. De nieuwe politiek werd echter niet onmiddellijk met groot gejuich binnengehaald door de psychiatrische wetenschap. Niet zozeer de morele bezwaren hadden de overhand. Het punt was veeleer dat een wetenschap, die in alle gevallen slechts één diagnose en één remedie kan bedenken, voor jonge psychiaters niet erg interessant is. Op grond van dit bezwaar kwam een 'hervorming' van de psychiatrie tot stand, waarbij het de taak van de psychiaters werd de 'ongeneeslijke' gekken goed te onderscheiden van hen bij wie wél beterschap mogelijk
De psychiatrische inrichting heeft in zekere zin als proeftuin en model gefunctioneerd voor het concentratiekamp. werd geacht. Deze laatste categorie diende men met electroshocks te bewerken en aan dwangarbeid te onderwerpen. Het nazi-belang en de wetenschappelijke ambitie konden op die manier met elkaar worden verenigd. Het resultaat: zo'n 40.000 patiënten hebben een dergelijke behandeling overleefd terwijl meer dan honderdduizend patiënten door vergassing of verhongering om het leven zijn gekomen. De psychiatrische inrichting heeft in zekere zin als proeftuin en model gefunctioneerd voor het concentratiekamp. De overeenkomst is frappant. De minderwaardige bevolkingsgroep, de joden, werd evenals de geesteszieken streng ge-
14
scheiden van de rest van de bevolking; eerst in ghetto's en later in concentratiekampen. En wanneer de joden met de trein in Auschwitz arriveerden, stonden de artsen in hun witte jassen al op het perron gereed om de diagnose te stellen. Evenals bij de geesteszieken werd er onderscheid gemaakt naar twee groepen; de ene groep, vooral vrouwen en kinderen, ging direct de gaskamer in; de tweede groep, de iysiek sterkeren, werd te werk gesteld.
H
et selecteren wie wel raszuiver genoemd mocht worden en wie niet, en selectie voor de poorten van het concentratiekamp, was een taak waarop veel wetenschappers zich stortten. Maar daar hield het niet mee op. Vanuit de gedachte datje met mensen die sowieso ten dode zijn opgeschreven weinig scrupules behoeft te hebben, vormde het concentratiekamp een ideaal laboratorium voor experimentele genetische en medische wetenschap. Zo werden bijvoorbeeld de hersens van veel vergaste personen in Duitse onderzoekscentra voor wetenschappelijke doeleinden gebruikt. In die gevallen bestond er dan nog wel enige scheiding tussen degene die de mensen doodde en degene die het wetenschappelijk onderzoek verrichtte. Na de oorlog verklaarden veel geleerden dan ook dat ze absoluut niet wisten dat de lichaamsdelen die op hun snijtafel belandden, afkomstig waren van vergaste mensen. Men kan aan de geloofwaardigheid van zo'n excuus twijfelen. Zeker is dat een dergelijk onderscheid voor iemand als kamparts Jozeph Mengele beslist niet opgaat; bij hem vallen wetenschappelijk onderzoek en moord geheel met elkaar samen. Wanneer Mengele families ontdekte met een erfelijke oogafwijking, gaf hij ze een dodelijke injectie om de ogen te kunnen onderzoeken. Ook gaf hij wel ty-
fusinjecties aan oosterse en aan westerse joden om het verschil in het verloop van het ziekteproces nauwkeurig te kunnen bestuderen. Verder gebruikte de farmaceutische industrie de concentratiekampen om allerlei nieuwe geneesmiddelen te testen. Het cynische summum van moderne efficiency, geschoeid op wetenschappelijke leest, werd echter gevonden in het nut van de stoffelijke resten van joden: hun as en beenderen werden namelijk gebruikt als een vorm van kunstmest voor landbouwgronden. Toen de oorlog afgelopen was beriepen veel wetenschappers zich op het belang van zuiver wetenschappelijke kennis die zij nastreefden. En daarmee zijn we terug bij het probleem van objectiviteit en waardenvrijheid in de wetenschap; waarden die door de nazi's zélf zo verafschuwd werden. Die vrees lijkt in principe niet geheel ongerechtvaardigd; het streven naar objectiviteit geeft immers ruim baan aan geleerden die weigeren het eigen onderzoek ondergeschikt te maken aan politieke belangen. Op het terrein van de fysica, dat in een tijd waarin de atoombom nog niet was uitgevonden geen enkele relatie leek te hebben met de politieke werkelijkheid, zijn er inderdaad geleerden geweest die vasthielden aan de professionele waarden van het vak. Maar of dat een voldoende vorm van oppositie is geweest? Alan Beyerchen is er zeer kritisch over. Hij beoordeelt de pogingen om de autonomie van defysicate heroveren als een ontsnapping in professionalisme, om zo een politieke werkelijkheid uit de weg te gaan, die zij niet langer mochten ontkennen.
I
n een geheel ander daglicht komt het objectiviteitsstreven te staan op meer 'gepolitiseerde' wetenschapsterreinen als de genetica, psychiatrie en antropologie. Volgens Müller-Hill is hetgeen psychiaters, antropologen en Hitler met VU-MAGAZINE-ME11987
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
VU-Magazine | 485 Pagina's