Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1987 - pagina 255

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1987 - pagina 255

3 minuten leestijd

teurs die tot het high modernism behoren, zoals Joyce en Eliot toch ook humoristisch zijn. Steiner antwoordde met een glimlach dat ze Joyce het liefst als een postmodernist leest en dat ze Eliot met de beste wil ter wereld niet grappig kan vinden. Een aantal jaren geleden kreeg Steiner een vraag toegeworpen die moeilijker te beantwoorden was. In Harvard hield ze een lezing waarin ze het literaire werk van Gertrude Stein vergeleek met de kubistische schilderkunst. Waarom zou je zo'n vergelijking eigenlijk maken, luidde de vraag. Steiner kon haar niet direct beantwoorden, maar dat werd voor haar de aanleiding tot het schrijven van het boek The colors of rhetoric. Ze geeft daarin een historische beschrijving van relaties tussen literatuur en schilderkunst, om te concluderen dat de studie daarvan het inzicht in beide kunsten kan vergroten. Dergelijke discussies ontbraken helaas nagenoeg tijdens het het congres. Wel werd om de ontwikkeling van het vakgebied te stimuleren een organisatie opgericht, met Steiner als vice-president: de International Association of Word and Image Studies (lAWIS). Tijdens de oprichtingsvergadering beperkte de discussie zich echter tot de hoogte van de

'My subjectivity' van David Salle.

niet doen. In de schilderkunst moest het verwijzende element het ontgelden. Schilders wilden alleen nog het essentiële laten zien en dat waren kleuren en lijnen - de schilderkunst werd abstract. En ook in de literatuur wilde men alleen het essentiële weergeven. Alle delen van een literair werk hoorden in dienst te staan van het thema, het werk moest een eenheid zijn. Het modernisme wordt kortom gekenmerkt door restricties, stelde Wendy Steiner, en hét wapen tegen restricties is humor. De postmodernisten bedienen zich er veelvuldig van. Tegenover het motto van de modernistische architect Mies van der Rohe, 'Less is more', plaatsen de postmodernisten 'Less is a

Terwijl de modernisten puurheid zochten, koketteerden de postmodernisten met het smakeloze en banale. 34

bore'. Door het ornament te verbannen bieden de modernistische gebouwen volgens hen te weinig herkenningsmogelijkheden. Ironisch genoeg is het juist de functie van een modernistische gebouw die niet zichtbaar wordt gemaakt. Een bank en een havenkantoor kunnen er precies hetzelfde uitzien. In de postmoderne schilderkunst vinden we weer figuratieve elementen en ook verwijzingen. De schilderijen bevatten vaak citaten uit pulp- en pornoboekjes, zoals de schilderijen van David Salle. Terwijl de modernisten puurheid zochten, koketteren de postmodernisten graag met het smakeloze en banale. De kunst van de straat, de graffiti die allesbehalve eeuwigheidwaarde heeft, wordt gretig omarmd. En in de literatuur is niet langer duidelijk wat de hoofdzaken en wat de bijzaken zijn. Tegenstrijdigheden worden met een lach begroet.

O

p een verhaal dat zo breed is als dat van Wendy Steiner valt natuurlijk altijd wel wat af te dingen. Uit de zaal werd opgemerkt dat au-

Een algemeen aanvaarde I theorie of toonaangevend( onderzoekspraktijk ontbreekt. contributie en de keuze van de voertalen. De voornaamste taak van de IA WIS zal zijn om volgende congressen te organiseren. Het eerste zal over drie jaar plaatsvinden, waarschijnlijk in Zurich of Bologna (de stad van Umberto Eco, die ditmaal ontbrak). Waar dat congres precies over zal gaan zal voorlopig wel onduidelijk blijven. Een algemeen aanvaarde theorie of een toonaangevende onderzoekspraktijk ontbreekt. Vooralsnog is het vakgebied zo breed mogelijk gehouden, waardoor in ieder geval duidelijk is geworden dat er allerlei verschillende manieren zijn waarop woorden en beelden, en dus letterkundigen en kusthistorici iets met elkaar te maken kunnen heben. De vensters tussen de disciplines staan wijd open. Het zou echter jammer zijn als men elkaar slechts vrijblijvend kushandjes zou blijven toewerpen. D VU-MAGAZINE — JUNI 1987

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

VU-Magazine | 485 Pagina's

VU Magazine 1987 - pagina 255

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

VU-Magazine | 485 Pagina's