VU Magazine 1987 - pagina 291
schrijven. Wie inmiddels aan Sayers (of Wimsey) verslaafd is geraakt, kan beter een van de romans lezen waarin Peter zonder Harriet (maar soms met zijn perfecte butler Bunter, met wie hij ook een zeer intrigerende relatie heeft) de hoofdrol speelt. Dorothy Sayers was een excentrieke verschijning, een rebelse dame met een scherp pennetje, die rookte op straat, van motorrijden en zwarte herenpakken hield
Het lukt Sayers niet echt om een egalitair model te ontwerpen. en een monocle droeg. En ze hield er vrolijke nonconformistische meningen op na inzake mannen en vrouwen en vrouwen met vrouwen. Maar er is één punt waarin de mopperige fantasieloze Watson gelijk heeft: al te gemakkelijk legt ze haar figuren antisemitische opmerkingen in de mond. (Dat was overigens schokkend gewoon: zie Christie en zelfs Virginia Woolf!). Toch hoort een dikke Sayers beslist in de vakantiekoffer: spanning, humor en romantiek . Als ik de indruk heb gewekt dat zij feministische traktaten schreef is dat ten onrechte: het amusement staat voorop. Haar plots zijn mooi in lagen geconstrueerd en kloppen altijd. Soms spreidt ze haar kennis iets te veel ten toon, soms is haar gevatheid wat geforceerd en enige anglofilie is wel vereist. Sayers dient, als het even kan, in het Engels te worden genoten: dan komt de bijbehorende tearoom-toonhoogte het beste tot zijn recht. D De genoemde boeken van Sayers zijn verkrijgbaar in New English en Library paperbacks; vertalingen van Sayers verscJienen bij Bruna en Prisma. Niet meer verlsrijgbaar zijn twee biografieën: James Brabazon, Dorothy Sayers, Avon (1981) en Janet Hitchman, Such a Strange Lady, zowel verschenen bij Harper & Row als in New English Library (1975) Voorts verscheen over Sayers: Lord Peter. A Collection of All the Lord Peter Wimsey Stories, (met een inleidmg van James Sandoe en een essay van Carolyn Heilbrun), Perennial Library, Harper & Row, New York: 1987 (1972). Patricia Craig & Mary Cadogan, The Lady Investigates. Women detectives and spies in fiction. Oxford University Press, 1986. Colin Watson, Snobbery with Violence. English crime stories and their audience. Mehtuen, London.1987. Dorothy Sayers, Het grootste drama dat ooit werd opgevoerd. Uitg. Vrij Nederland, z.j. Jolande Withuis is wetenschappelijk medewerkster vrouwenstudies bij de vakgroep politicologie van de VU
26
E
r dringt zich bij zo'n congres wel soms veel naar voren, wat eigenlijk te-huis behoort op 'de kermis der ijdelheid'; er zijn voor een opmerker kluchtige contrasten te zien tusschen de fijnere vormen der hoogere standen en de trouwhartige, plompe manieren van sommige geleerden tres instruits mais sans education." Zeer geschoold maar zonder opvoeding: mr H.P.G. Quack in zijn Herinneringen (1913) over zijn collega's op 'het internationale statistieke congres'dat in 1876 in Pesth werd gehouden. De auteur van het zesdelige werk De Socialisten, Personen en Stelsels was in 1876 hoogleraar in de staatswetenschappen (politieke geschiedenis, economie en statistiek) in Utrecht. Zijn baanbrekende werk schreef Quack niet als hulpmiddel voor de socialisten van zijn tijd, maar tot lering van zijn 'standgenoten', zoals hij dat uitdrukte. "Want de bezittende klassen, voor wie ik eigenlijk schreef, moesten leren begrijpen, dat het grond-idee van het sociahsme niet louter een proletarische zaak was, maar een intellectuele beweging''. Het werk schreef hij als secretaris van de Nederlandsche Bank, nadat hij in 1877 had moeten bedanken als hoogleraar om financiële redenen: het salaris was toen nog afhankelijk van de wisselende inkomsten uit de collegegelden... De Herinneringen doen een veelzijdig man zien. Door Potgieter werd Quack al in 1862, als achtentwintigjarige, in de redactie van de Gids gehaald. De Jan Salie-geest die Potgieter's Gids hekelde was in de hoofdstad diep geworteld, zoals Quack aldaar als secretaris van de Kamer van Koophandel mocht ervaren. Het Amsterdam dat Quack beschrijft is het Lübeck van Thomans Mann's Buddenbrooks. Het liberale laissezfaire was een verstarde nachtwachters-ideologie geworden. Quack wilde actie, vooruitgang. Hij kreeg zijn kans
toen aan een AmsterdamsHaags consortium in 1863 de concessie werd verleend voor de aanleg van een net van Staatsspoorwegen, en hij directie-secretaris werd. Reizen naar Brussel om de financier Baron de Hirsch te overtuigen, naar Steinhausen in de Roer, waar de latere burgemeester van Amsterdam, C.J.A. den Tex een kolenmijn met staalfabriek exploiteerde. In 1867, het jaar van Das Kapital, naar Utrecht geroepen als hoogleraar, werd hij tevens commissaris van de inmiddels daar gevestigde Staatsspoorweg. Na zijn
lijk onderhoud''. Kom daar nu nog maar eens om. Omdat er toen nog geen televisie was bezocht Quack ook nog de regelmatige bijeenkomsten van de Woensdagavond-kring en van het genootschap Nuttige Kennis, later in Amsterdam van Felix Meritis en van het Nut van het Algemeen. In die eerste kring trof Quack Nic. Beets, die er streed tegen "lelijke woorden" als ...onomwonden, voorliefde, bewijsvoering en aanname. Zo ontmoette Quack in de loop van zijn leven ongeveer iedereen die in het land wat betekende. Dat waren er toen ook niet zoveel.
Standgenoten
overgang naar de Nederlandsche Bank hield hij dat aan te zamen met een professoraat aan de universiteit. Hij koppelde er nog de Nederlandse Handel Maatschappij en de Kon. Ned. Stoombootmij aan vast, tot op hoge leeftijd. Quack stierfin 1917. De Herinneringen boeien vooral om twee redenen. Quack besteedt tientallen van de 540 pagina's aan levendige schetsen van die standgenoten met wie hij mocht samenwerken: financiers, politici, hoogleraren, literatoren, weldoeners. Hij doet dat op een opbouwende ('bevestigende' zou Anna Terruwe zeggen) en gezwollen-welsprekende manier, die nu als te onkritisch, want lovend, zou worden verworpen. Maar het tekent wellicht ook een stijl van omgang die, helaas, voorbij is. Zo kwamen de drieëntwintig hoogleraren van de vijf Utrechtse faculteiten eens in de twee weken in hun 'krans' bijeen, "beurtelings aan huis der professoren... voor een zeer genoegelijk en behage-
Daarmee kom ik op het tweede punt: de ongelooflijke veelheid van zaken waarmee je je als notabele en als lettre blijkbaar bezig hield. Het ideaal van uomo universale was er nog. De schrijvers hadden het nog niet van de lezers gewonnen, cultuur en wetenschap waren nog te overzien. Zoals de grote oogheelkundige Donders demonstreerde, die tevens colleges anthropologic gaf. Of de Geer van Jutphaas, medeoprichter van de VU, die in Utrecht Romeins Recht gaf in het Latijn, doch ook inviel voor Hebreeuws en Oosterse Talen. Door dit alles heen benadrukte Quack voor zijn standgenoten het dringen van 'de sociale quaestie', het belang van gemeenschap boven klassenstrijd, het parasitisme van de rijken. Een sociaal-liberaal voor wie 'socialist' nog niet sloeg op partijschap of leerstelligheid, maar op een bepaalde ethische instelling. Hij vreesde de verharding der tegenstellingen, die inderdaad gekomen is.
VU-MAGAZINE —JULI/AUGUSTUS 1987
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
VU-Magazine | 485 Pagina's