VU Magazine 1987 - pagina 338
orde voorzover het de VOC zelf betreft. Vervolgens wordt nader ingegaan op de schepen, op de route naar Azië, het verloop van de reis en de risico's. Tijdens de reis deed men, vanaf de vestiging door Jan van Riebeeck in 1652, vrijwel altijd Kaap de Goede Hoop aan. Officieel was het zelfs verplicht om zowel tijdens de heen- als de terugreis daar de reis enige dagen te onderbreken om vers voedsel aan boord te nemen. Ter geruststelling van de dienstdoende officieren aan boord werd in 1655 bepaald dat de dagen dat men op de Kaap verbleef niet meetelden in het aantal dagen dat men over de reis deed. Voor een vlotte reis werd namelijk een beloning verstrekt. Door de dagen aan de Kaap niet mee te tellen wilde de directeuren van de VOC, de Heren XVII genaamd, voorkomen dat men terwille van de snelheid de stop aan de Kaap maar oversloeg. Want dat had veelal tot gevolg dat men rond de evenaar in moeilijkheden geraakte, als gevolg van mankementen aan het schip en ziekte onder de bemanningsleden wegens bedorven drinkwater en gebrek aan vers voedsel. Zo belangrijk vonden de Heren in Nederland het stoppen op de Kaap dat zij zelfs dreigden dat diegenen die snel reisden, maar die om niet geldige redenen de Kaap oversloegen, niet in aanmerking
VU-MAGAZINE - SEPTEMBER 1987
zouden komen voor de bewuste gratificatie. De Heren hadden hun redenen om voorzichtig te zijn. Veel verlies aan mensenlevens gaf de VOC een slechte naam en maakte het moeilijk om personeel te werven. Een schip was bovendien een zeer grote investering en samen met de lading een vermogen waard. Het verlies van één schip kon de winst van een jaar danig doen slinken. Men moet niet vergeten dat de VOC in de eerste plaats een handelsmaatschappij was. Ook de bemanning komt in het boek aan de orde. De getallen aan het begin van dit artikel zijn eruit afkomstig. Tot nu toe was iedere schatting op dit punt vrijwel onmogelijk. Nu zijn dit soort gegevens, en dan nog wel met zekere stelligheid, beschikbaar.
H
et hoofdstuk dat de Heren XVn zelf misschien met de meeste belangstelling zouden hebben gelezen is dat over de ladingen. Vooral de retourladingen, dat wil zeggen de goederen die vanuit Azië Nederland bereikten, waren van belang. Die bepaalden tenslotte de winst die gemaakt kon worden en dus het economisch rendement van het bedrijf. Overigens moet enigszins worden afge-
Restanten van een Nederlands fort In Bantam, dat vroeger aan zee lag. Toen de haven er dichtslibde weken de handeldrijvende Nederlanders uit naar Batavia, dat zij als havenplaats tot bloei brachten.
In India kocht men goedkope katoentjes die het in Indonesië goed deden als betaalmiddel bij de aankoop van hard hout. 29
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
VU-Magazine | 485 Pagina's